User manual
222
a) Servolooprlichtingsinstelling „REVERSE“
Naargelang de plaats van inbouw van de servo‘s kan het gebeuren, dat u op de zender een stuurbeweging naar links
uitvoert terwijl op het model een stuurbeweging naar rechts wordt uitgevoerd. Om deze reden bestaat op de zender
de mogelijkheid, de draai-, resp. looprichting van elke afzonderlijke servo individueel vast te leggen en op te slaan.
Om de servolooprichtingen in te stellen, gaat u als volgt te werk:
• Roep het functie-instelmenu op.
• Het menupunt „REVERSE“ wordt reeds zwart weergegeven
en kan met de toets „SELECT“ worden opgeroepen.
Op het scherm verschijnen de weergaven voor de zes stuur-
functies met telkens de huidig ingestelde looprichtingen. „N“
komt overeen met de standaard looprichting van de servo en
„R“ met de omgekeerde looprichting. Onder kanaal 1 bevindt
zich een naar boven gerichte pijl die aanduidt dat dit kanaal
nu kan worden ingesteld.
• Door het indrukken van de toetsen „INC (+)“ of „DEC (-)“ kunt
u het gewenste looprichting van de servo op kanaal 1 instel-
len. De instelling wordt automatisch opgeslagen.
• Om naar het tweede kanaal over te schakelen, drukt u op de
toets „SELECT“. De naar boven gerichte pijl springt onder
het tweede kanaal.
• De instelling van het tweede kanaal gebeurt volgens hetzelf-
de schema, zoals bij het eerste kanaal.
• Herhaal de hierboven beschreven procedure tot u de ge-
wenste looprichtingen bij alle zes servo‘s/kanalen hebt ge-
programmeerd.
• Druk op de knop „CLEAR“ om terug naar het overzicht van
het functie-instelmenu te gaan.
Afbeelding 32










