Digitaal Display
mn100 Digitaal Display EMC Richtlijnen Alle Raymarine apparatuur en accessoires zijn ontworpen naar de hoogste industriële standaards voor de maritieme vrijetijdsmarkt. Ze voldoen aan de toepasselijke CE richtlijnen inclusief de regelgeving voor elektromagnetische storingen. Een correcte installatie is nodig om binnen deze richtlijnen te blijven.
Inhoud 1 Algemene informatie 1.1 1.2 1.3 1.
mn100 Digitaal Display 1 Algemene informatie 1.1 Introductie Uw Micronet instrument wordt voor het leven gevoed door de zon. Het kent vele features, is goed afleesbaar in zonlicht maar toch is het stroomverbruik zo laag dat dit instrument helemaal selfsupporting is. Gecombineerd met andere instrumenten uit de Micronet serie bouwt u eenvoudig een compleet navigatie systeem. 1.
Algemene informatie Heldere, zonnige dag Bewolkte dag 's nachts Lage voeding-spanning en De batterij is vol en wordt volgehouden door de zon. (Zie note) en De batterij is bijna leeg en wordt geladen door de zon. en De batterij is vol en heeft geen verdere lading nodig. en De batterij is bijna leeg maar het aanwezige zonlicht kan de werking in stand houden. en De batterij is vol maar wordt niet bijgeladen. en De batterij is bijna leeg en wordt niet bijgeladen.
mn100 Digitaal Display De slaap stand Om stroom te sparen zullen de Micronet instrumenten uitschakelen nadat er voor 12 uur geen veranderingen in snelheid of koers geregistreerd zijn. Vlak voor het uitschakelen zal er een "Power Safe" alarm klinken. Als u binnen 10 seconden na het alarm een willekeurige knop indrukt zal het systeem aanblijven. De achtergrondverlichting zal bij gebruik tijdens daglicht automatisch uitschakelen. De batterij zal door kunstlicht NIET opgeladen worden.
Bediening 2 Bediening Belangrijk: Let op dat u de "Auto Network" procedure zoals op het gele vel beschreven en de volledige set-up en kalibratie uitgevoerd hebt voordat u het systeem gaat gebruiken voor navigatie doeleinden. 2.1 Getoonde informatie Hoofdstuktoets vasthouden aan/uit Set toets Pagina en insteltoetsen vasthouden verlichting Set-up toets aanduidingen Beschrijvende tekst Alarm icoon (knippert) Oplaad niveau Batterij niveau 2.
mn100 Digitaal Display 2.3 Achtergrondverlichting Om de verlichting in te schakelen dient u de ingedrukt te houden. toets 2 seconden Met de en toetsen kunt u door de instellingen UIT, 1, 2 en 3 van de verlichting stappen. Afhankelijk van de set-up zal de verlichting van het hele systeem of van enkele instrumenten veranderen. Zie hoofdstuk 3.5 -s35. De verlichting schakelt in daglicht automatisch uit en zal niet meer inschakelen om de batterij te sparen. 2.
Bediening Diepte alarm De waterdiepte is boven of onder de ingestelde waarde gekomen. Afgaan van dit alarm wordt beïnvloedt door een eventueel ingestelde waterlijn compensatie. Zie pagina 22 s12 om het alarm in te stellen. Windsnelheidsalarm De windsterkte is toegenomen tot boven de ingestelde waarde. Zie pag 22 s13 voor het instellen van het alarm. Het alarm gaat niet af als de windsterkte weer onder de ingestelde waarde daalt. Van-koers alarm De GPS heeft een van-koers waarschuwing gegeven.
mn100 Digitaal Display 2.5 Voorzieningen Toetsslot Als het instrument gemonteerd is op een plaats waar per ongeluk toetsen ingedrukt kunnen worden, kunt u de toetsen als volgt op slot zetten: Houd de toets vast om in het set-up menu te komen. Druk de toets in om naar het opties hoofdstuk te gaan. Druk de toets in om naar de keylock pagina te gaan. Druk op de toets om het toetsslot te activeren. Houd de toets ingedrukt om het menu te verlaten.
Bediening 2.6 Hoofdstuk en pagina bediening De informatie van deze display volgt een "hoofdstuk en pagina" vorm. Gebruik de (hoofdstuk) toets om door de hoofdstukken te stappen en de en (pagina) toetsen om van pagina naar pagina te gaan. Hieronder staat de volgorde en inhoud. Gebruik van de toets zal het volgende hoofdstuk oproepen met de laatst gebruikte pagina van dat hoofdstuk. Zowel hoofdstuk als paginaselectie zullen naar het eerste scherm gaan nadat het hele kringetje doorlopen is. www.raymarine.
mn100 Digitaal Display Hoofdstuk en pagina diagram Chapters Pages VMG SPEED VMG-WP LOG TriP SPEED SPEED MAXIMUM 6 AVERAGE 7 BEAUF SHIFT Speed 1 TO WIND 2 DEPTH DEPTH 8 MINIMUM 9 MAXIMUM 10 A WIND T WIND T WIND ANGLE SPEED ANGLE DEPTH 4 3 5 Depth A WIND WINDIR Wind Wind 11 13 12 TACK SOG 14 COG 15 LAT 16 17 LON Heading HEADING 18 BTW O 19 DTW 21 20 XTE 22 23 TTG Waypoint 25 24 SEA RACE 26 TIME 27 DATE POWER Environment TIMER VOLTS 28 29 30 31 32 33
Bediening 2.7 Hoofdstuk en pagina beschrijvingen Snelheid hoofdstuk 1 Snelheid (SPEED) De snelheid van het schip door het water gemeten door de log sensor. Uitgedrukt in de gekozen instelling. Zie pagina 21 s6 voor de instelling. 2 Snelheid waarmee -in de wind- wordt gevaren (VMG TO WIND) De snelheid van het schip, berekend alsof er recht -in de wind- gevaren wordt.
mn100 Digitaal Display 7 Gemiddelde snelheid (SPEED AVERAGE) De gemiddelde snelheid sinds de laatste nulstelling. Zie voor het nulstellen hoofdstuk 3.4 op pagina 20 en verder. Diepte hoofdstuk 8 Diepte (DEPTH) De werkelijke diepte onder het schip gemeten door de dieptesensor. De aangegeven waarde kan beïnvloed worden door een offset om te compenseren voor waterdiepte of diepte onder de kiel (zie pagina 29). Uitgedrukt in de gekozen eenheden. Zie pagina 21 s7 voor de instellingen.
Bediening 13 Ware windsnelheid (T WIND SPEED) De windsnelheid, waarin de bootsnelheid door het water verrekend zit, gemeten en berekend uit gegevens over de schijnbare windsnelheid, -hoek en bootsnelheid door het water. deze gegevens moeten op het netwerk aanwezig zijn. 14 Ware windhoek (T WIND ANGLE) De windhoek, waarin de bootsnelheid door het water verrekend zit, gemeten en berekend uit gegevens over de schijnbare windsnelheid, -hoek en bootsnelheid door het water.
mn100 Digitaal Display 2.Indien u niet over een windsensor beschikt drukt u, hoog aan de wind varend, op de toets, gaat overstag en druk nogmaals op de toets als u op de nieuwe koers hoog aan de wind vaart. U kunt de gegevens over de gemiddelde windrichting bijwerken (als er veranderingen optreden) door de toets vast te houden als u over bakboord vaart, de toets als u over stuurboord vaart of de toets als u recht in de wind vaart.
Bediening 22 Breedte (LAT) De geografische breedte van uw positie, berekend door de GPS. 23 Lengte (LON) De geografische lengte van uw positie, berekend door de GPS. Waypoint hoofdstuk 24 Richting naar waypoint (BTW) De richting naar het (actieve) waypoint. Het waypoint waar de GPS op dit moment naartoe navigeert is het actieve waypoint. Het scherm geeft de naam van het waypoint. 25 Afstand tot het waypoint (DTW) De afstand naar het (actieve) waypoint.
mn100 Digitaal Display Omgeving hoofdstuk 28 Zeewatertemperatuur (SEA) De temperatuur van het water, gemeten door de thermometer in het log. Uitgedrukt in de gekozen eenheden. Zie pagina 21 s10 voor de instellingen. 29 Timer (RACE TIMER) Stopwatch voor aftellen of verstreken tijd. Druk de toets 1 seconde in en stel daarna met de en toetsen de gewenste afteltijd in. Houd opnieuw de toets 1 seconde vast om de display klaar te zetten voor het aftellen. Druk kort op de toets om het aftellen te starten.
Bediening Start de timer 30 Het aftellen loopt Afronden naar een volle minuut (in dit geval 8:00) Tijd (TIME) Weergave van de huidige tijd zoals ontvangen door de GPS ontvanger. (zie pagina 26 -s34) 31 Datum (DATE) Weergave van de huidige datum zoals ontvangen door de GPS ontvanger. 32 Voedings spanning (POWER VOLT) De aangesloten voedings spanning op de PWR ingang van de centrale zender.
mn100 Digitaal Display 3 Instellingen en kalibratie 3.1 Naar het instellingen en kalibratie menu gaan Om in het instellingen en kalibratie menu te komen drukt u 2 seconden de toets. Dit werkt niet als u in timer mode staat. 3.2 Hoofdstuk en pagina instellingen en kalibratie De informatie van deze display volgt een "hoofdstuk en pagina" vorm. Gebruik de (hoofdstuk) toets om door de hoofdstukken te stappen en de en (pagina) toetsen om van pagina naar pagina te gaan.
Instellingen en kalibratie Instellingen en kalibratie - Hoofdstuk en pagina indeling Chapters Pages SETUP TriP DEPTH MEMORY S1 MINIMUM S2 DEPTH SPEED MAXIMUM MAXIMUM AVERAGE S5 S3 S4 SETUP SPEED DEPTH WIND UNITS S6 S7 S8 SETUP DEPTH DEPTH WIND ALARMS SHALLOW S11 SETUP RESP SPd DEEP S12 SPEED S17 S16 SETUP LOG TEMP S9 S10 XTE HIGH S13 SPEED SPEED SPEED WAYPNT LARGE S14 ARRIVAL S15 SEA FORMAT S18 S19 KEEL/ WLINE DEPTH S20 SETUP
mn100 Digitaal Display 3.4 Pagina instellingen Geheugen hoofdstukken U kunt door kort op de toets te drukken een waarde terugzetten. S1 Afgelegde weg (TRIP) De afgelegde afstand sinds de laatste nulstelling van de trip teller. De toets zet de waarde op 0.00. S2 Minimale diepte (DEPTH MINIMUM) De minimaal gemeten diepte sinds de laatste keer aanzetten of sinds de laatste nulstelling. Nulstelling geeft de actuele diepte.
Instellingen en kalibratie Eenheden hoofdstukken U kunt door op de toets te drukken een waarde terugzetten. U kunt met de en toetsen eenheden kiezen die u dan met de toets kunt bevestigen. Standaard eenheden staan vetgedrukt. S6 Eenheden voor snelheid (SPEED) Alle aan snelheid gerelateerde gegevens kunnen worden weergegeven in knopen (gelijk aan zeemijlen/uur), kilometers/uur (KPH) of landmijlen/uur (MPH).
mn100 Digitaal Display Alarm hoofdstukken Na kort op de toets drukken kunt u een waarde aanpassen met de en toetsen. Bevestig een gekozen waarde door kort op de toets te drukken. Als het om een AAN/UIT instelling gaat wisselt u tussen deze waarden met de toets. Standaard instellingen staan vetgedrukt. S11 Ondiepte alarm (DEPTH SHALLOW) Zet een diepte waaronder het ondiepte alarm af moet gaan. U kunt kiezen uit OFF (uit) of een waarde tussen de 0 en 7,6 meter (25 voet of 4 vadem).
Instellingen en kalibratie S15 Aankomst bij waypoint alarm (WAYPOINT ARRIVAL) Het alarm gaat af als u bij het (actieve) waypoint aankomt. ON/OFF. 3.5 Beschrijving kalibratie pagina's Na kort op de toets drukken kunt u een waarde aanpassen met de en toetsen. Bevestig een gekozen waarde door kort op de toets te drukken. Als het om een AAN/UIT instelling gaat wisselt u tussen deze waarden met de toets. Standaard instellingen staan vetgedrukt.
mn100 Digitaal Display Diepte hoofdstuk S20 Correctie kieldiepte (Keel / Waterline Offset) U kunt een correctie invoeren voor de kieldiepte van het schip zodat de dieptemeter de diepte onder de kiel of de diepte vanaf de waterlijn aangeeft. Zie pagina 29 voor de kalibratie. Wind hoofdstuk S21 Reactietijd windinformatie (Wind Response) U kunt de verversperiode voor de wind informatie kiezen.
Instellingen en kalibratie Kompas Hoofdstuk S25 Reactietijd kompasinformatie (Heading Response) U kunt de verversperiode voor de kompas informatie kiezen. Auto/Slow/Medium/Fast S26 Koers weergave (Heading Format) Hier kunt u kiezen welke koersinformatie het display moet weergeven: magnetische of ware koersen. S27 Koers weergave (Compass Heading Calibration) Lijnt de weergegeven koers uit met de voorliggende koers van het schip. Zie voor de kalibratie gegevens pagina 32.
mn100 Digitaal Display Opties hoofdstuk S30 Automatische netwerkherkenning (Auto Networking) Dit scherm is alleen beschikbaar op het instrument waarmee het systeem aangezet werd. Zie voor verdere informatie het gele vel 'Een nieuw netwerk activeren'. S31 Toetsslot (Key Lock) Maakt het blokkeren van de toetsen mogelijk. Zie ook hoofdstuk 2.5. S32 Pagina's verbergen (Page Hiding) Hiermee kan de gebruiker pagina's tijdelijk verbergen. Zie ook hoofdstuk 2.5.
Instellingen en kalibratie S36 Contrast instelling (LCD Contrast) Om de kijkhoek van het display te veranderen kunt u deze instelling gebruiken. Hoe lager het getal, hoe minder contrastrijk het display is. Instelbaar tussen 1 en 7, standaard is 4. S37 Winkelstand (Boat Show) Om het instrument toch informatie te laten weergeven terwijl het niet in een netwerk opgenomen is kan de showroom of winkelstand hier gekozen worden. Deze instelling valt terug naar off na uitzetten van het instrument. On/Off.
mn100 Digitaal Display S42 Signaalsterkte NMEA interface (Wireless Interface Signal Strength) Als hierboven maar dan voor de NMEA interface. S43 Signaal sterkte mast rotatie sensor (Mast Rotation Sensor Signal Strength) Als boven maar voor de mast rotatie sensor. S44 Signaalsterkte man overboord sensor (MOB Sensor Signal Strength) Als boven maar voor de man overboord sensor.
Proefvaart en kalibratie 4 Proefvaart en kalibratie Nadat het activeren van het netwerk en de plaatsing aan boord heeft plaatsgevonden is het tijd voor een proefvaart en kalibratie van het systeem. Het is niet veilig met het systeem te navigeren voordat de diverse kalibraties correct uitgevoerd zijn. 4.1 Correctie diepte aanwijzing De standaard ingestelde compensatie is -3,5 voet (een kiel compensatie van 3,5 voet (1,07m)).
mn100 Digitaal Display 4.2 Snelheid kalibratie Om er zeker van te zijn dat de bootsnelheid (en afgelegde weg) juist worden weergegeven is het noodzakelijk te compenseren voor de variaties in de waterstroom die langs de romp van elk schip verschillend zijn. Deze compensatie wordt gedaan door de gemeten snelheid (V) te vermenigvuldigen met een procentuele kalibratie factor. Om uiteindelijk een nauwkeurige aanduiding te krijgen is het noodzakelijk dat u deze kalibratie uitvoert op NIET stromend water.
Proefvaart en kalibratie 4.3 Wind kalibratie Zowel de windsnelheid als de windrichting kunnen gekalibreerd worden zodat ze een nauwkeurige weergave van de werkelijkheid laten zien. Windrichting kalibratie Vaar recht tegen de wind in. Druk de toets 2 seconden in om in het set-up menu te komen. Druk een aantal malen op de toets totdat u in het SETUP/WIND hoofdstuk komt. Gebruik de toets om naar de WIND/+0000 pagina te gaan. Druk kort op de toets om in de edit stand te komen.
mn100 Digitaal Display 4.4 Kompas kalibratie Kalibratie van het kompas is nodig om de invloeden van magnetische materialen in de omgeving van het kompas te minimaliseren. Deze kalibratie compenseert de effecten van omliggende metalen zodat de uitlezing gebruikt kan worden als koersinstelling. Druk de toets 2 seconden in om in het set-up menu te komen. Druk een aantal malen op de toets totdat u in het SETUP/COMPASS hoofdstuk komt.
Installatie 5 Installatie 5.1 Benodigde gereedschappen en onderdelenlijst Gereedschappen 2.5 mm of 5 mm boortje (7 mm als externe voeding aangesloten moet worden) Boormachine (accu schroefmachine) Kruiskop schroevendraaier Onderdelenlijst Montage boormal Display montageplaat Montage schroeven (3) Montage boutjes (3) M3 draadeinden en duim moertjes (3) Pakkingen (4) Dubbelzijdig plakband 5.2 Voorzorgsmaatregelen en plaatsingsadvies De montageplaats dient vlak te zijn.
mn100 Digitaal Display 5.3 Met de montageplaat (aanbevolen) Gebruik van de montageplaat laat het makkelijk wegnemen van het instrument toe om veiligheidsredenen, omdat u tijdelijk op een andere plaats de gegevens wilt uitlezen (beneden) of omdat het in de weg zit als u in de haven lekker in de kuip wilt kunnen zitten. Ook voorkomt het diefstal en beschadiging als u niet aan boord bent. 1.Monteer de achterplaat op het instrument met de drie bijgeleverde M4 schroeven (Figuur1). 2.Boor drie 2.
Installatie 5.4 Vlakke montage Als de achterkant niet bereikbaar is Dit is een eenvoudige montage maar staat wel toe dat het instrument gedemonteerd kan worden terwijl u niet aan boord bent. Plaats de boormal nauwkeurig voor u begint. 1.Boor drie 2.5mm gaatjes zoals gemarkeerd "B" op de boormal 2.Klik voorzichtig de frontplaat van het instrument maar let op dat de toetsjes niet vallen.
mn100 Digitaal Display Als de achterkant wel bereikbaar is Montage op deze manier beschermt het instrument het best tegen ongewenst wegnemen. Plaats de boormal zeer secuur voordat u gaat boren. 1.Boor drie 4mm gaten op de met "B" aangegeven plaatsen van de boormal. 2.Schroef de drie meegeleverde M3 draadeinden achterin het instrument. 3.Doe de bijgeleverde pakkingen op de draadeinden. 4.Plaats het instrument door de drie draadeinden (met het instrument eraan vast) door de geboorde gaten te steken. 5.
Onderhoud en fouten opsporen 6 Onderhoud en fouten opsporen 6.1 Behandeling en onderhoud Alle Micronet producten zijn compleet dicht (gesealed) en dus niet te openen voor service. Elke poging het instrument te openen resulteert in het verlies van de garantie. Gebruik voor het reinigen alleen een vochtige zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen, ontvetters of schuurmiddelen. Om beschadiging van uw instrument te voorkomen raden wij u aan het op te bergen in de bijgeleverde zachte hoes.
mn100 Digitaal Display De batterij indicator knippert Dit is op één instrument dat kort daarop uitschakelt. De batterijspanning van het betreffende instrument is (te) laag. Sluit een 9 tot 30 volt voeding aan of leg het instrument in fel zonlicht voor minimaal 12 uur om de interne batterij weer op te laden. Als het betreffende instrument het hoofdinstrument* is, zullen de andere instrumenten alarm voor verlies van communicatie aangeven.
Onderhoud en fouten opsporen Kompasinformatie klopt niet met het stuurkompas Is het stuurkompas door een kompassteller gecompenseerd? Is de kalibratie uitgevoerd zoals op pagina 32 beschreven? Als er nog steeds storende verschillen zijn dient u te zoeken naar metalen objecten in de omgeving van de kompas sensor die de werking kunnen verstoren. Denk hierbij aan pompen, motoren, luidsprekers.
mn100 Digitaal Display Garantie informatie Kijk op de Raymarine website www.raymarine.com/warranty voor garantie informatie over dit product. 40 www.raymarine.
www.raymarine.
mn100 Digitaal Display Dit apparaat voldoet aan de FCC regels, deel 15. Bij gebruik geld het volgende: (1) het apparaat mag geen gevaarlijke interferentie genereren en (2) Het apparaat moet elke externe interferentie accepteren, inclusief die interferentie die mogelijk een foutieve werking tot gevolg heeft. Opmerking: De fabrikant is niet verantwoordelijk voor radio of TV interferentie, ontstaan door ongeoorloofde veranderingen die aan het toestel zijn gedaan.