i7 0 Na s la gha ndle iding Du tc h Docume nt numbe r: 81330-1 Da te : 11-2010
Mededeling over handelsmerken en octrooien Handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken Autohelm, hsb2, RayTech Navigator, Sail Pilot, SeaTalk, SeaTalkNG, SeaTalkHS en Sportpilot zijn gedeponeerde handelsmerken van Raymarine UK Limited. RayTalk, Seahawk, Smartpilot, Pathfinder en Raymarine zijn gedeponeerde handelsmerken van Raymarine Holdings Limited. FLIR is een gedeponeerd handelsmerk van FLIR Systems, Inc. en/of haar dochtermaatschappijen.
Inhoud Hoofdstuk 1 Belangrijke informatie ........................ 7 Hoofdstuk 4 Favoriete pagina’s .............................. 21 Veiligheidsvoorschriften .................................................. 7 TFT LCD-displays........................................................... 7 4.1 Favoriete pagina’s..................................................... 22 4.2 Favoriete paginavensters........................................... 23 Binnendringen van water.........................................
Hoofdstuk 9 Snelle opties........................................ 47 9.1 Menu snelle opties .................................................... 48 9.2 Menu-items snelle opties ........................................... 48 Hoofdstuk 10 Gegevens bekijken ........................... 51 10.1 Gegevensweergaven............................................... 52 10.2 Gegevens bekijken.................................................. 57 Hoofdstuk 11 Instellingenmenu .............................. 59 11.
Hoofdstuk 1: Belangrijke informatie Reinigen Goed reinigingsgewoontes. Veiligheidsvoorschriften Waarschuwing: Productinstallatie en -bediening Deze apparatuur dient geïnstalleerd en bediend te worden volgens de verschafte richtlijnen. Worden deze niet in acht genomen, dan kan dat leiden tot persoonlijk letsel, schade aan uw boot en/of slechte productprestaties.
Zoals bij alle Thin Film Transistor (TFT) LCD-units kan het scherm een paar (minder dan 7) verkeerd verlichte pixels vertonen. Deze zien er uit als zwarte pixels in een lichte omgeving op het scherm of als gekleurde pixels in een zwarte omgeving.
Aansluitingen aan andere apparatuur Vereiste voor ferrieten op niet-Raymarine-kabels Als Raymarine-apparatuur aangesloten moet worden op andere apparatuur met een kabel die niet door Raymarine geleverd is, MOET altijd een ontstoringsferriet geplaatst worden op de kabel bij het Raymarine-apparaat. Het is van belang dat u uw product registreert om volledig gebruik te kunnen maken van alle garantievoordelen. In uw verpakking zit een barcode-etiket waarop het serienummer van de unit vermeld staat.
i70
Hoofdstuk 2: Informatie over de handleiding Inhoudsopgave • 2.1 Over deze handleiding op pagina 12 • 2.2 i7o-handleidingen op pagina 12 • 2.
2.1 Over deze handleiding 2.2 i7o-handleidingen Deze handleiding beschrijft hoe u uw product bedient in combinatie met compatibele randapparatuur. Voor het i70-instrument zijn de volgende handleidingen beschikbaar: Er wordt vanuit gegaan dat alle randapparaten die op het systeem zijn aangesloten compatibel zijn en correct zijn geïnstalleerd en in bedrijf genomen overeenkomstig de installatie-instructies van het product.
2.3 Voordat u de i70 gebruikt Voordat u dit instrument tijdens de vaart gebruikt is het belangrijk dat het correct is ingesteld zoals beschreven in de installatie-instructies. Eerste keer instellen De eerste keer dat het instrument wordt ingeschakeld worden op het scherm van de i70 instructies gegeven voor de eerste installatie. Als uw instrument is geïnstalleerd door een professionele installateur kan dit proces al voor u zijn uitgevoerd.
i70
Hoofdstuk 3: Beginnen Inhoudsopgave • 3.1 Systeemintegratie op pagina 16 • 3.2 Instrumentbesturingen op pagina 18 • 3.3 Instrumentvoeding op pagina 18 • 3.
3.1 Systeemintegratie Het i70-instrument biedt meerdere maritieme instrumentfuncties in één enkele unit. Het instrument laat informatie zien die wordt ontvangen van transducers en andere sensoren op de boot. Er zijn meerdere pagina’s met informatie beschikbaar, die u aan uw behoeften kunt aanpassen. De afbeelding hieronder laat enkele van de uiteenlopende externe apparaten zien die u kunt aansluiten op het instrumentdisplay. 2 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 D12069-1 Artikel Apparaattype 1.
Artikel Apparaattype 5. SeaTalkng GPS-ontvanger 6. SeaTalkng-stuurautomaatbedieningen 7. Raymarine multifunctionele displays 8. AIS-ontvanger/zender 9. Transducer pods 10. Analoge windtransducers 11. Analoge snelheidstransducers 12. Analoge dieptetransducers Andere niet getoonde apparaten: Smart transducers (bijv. DST800, DT800) NMEA2000-apparaten (bijv.
3.2 Instrumentbesturingen 3.3 Instrumentvoeding Besturen van indeling en functies. Het instrument inschakelen 1. Druk de LINKER FUNCTIEKNOP in en houd hem één seconde ingedrukt totdat het Raymarine-logo verschijnt. Op het instrument wordt de eerste favoriete pagina geladen. Het display uitschakelen 1. Druk op een willekeurige favoriete pagina de LINKER FUNCTIEKNOP in en houd hem ingedrukt. Na 1 seconde verschijnt een pop-up voor uitschakelen. 2.
3.4 Display-instellingen Display en gedeelde helderheid U kunt de helderheid van het individuele display of van de netwerkdisplays wijzigen. U kunt de gedeelde helderheid alleen gebruiken en instellen voor displays die delen ondersteunen en die zijn toegewezen aan netwerkgroepen. U kunt de gedeelde helderheidsniveaus niet instellen voor displays die delen niet ondersteunen. De helderheid van het display aanpassen Om de helderheid van een afzonderlijk display aan te passen: 1.
Display en gedeelde kleuren Het kleurenpalet wijzigen De i70 kan een kleurenpalet instellen voor het individuele display of voor het systeem (als kleuren beschikbaar zijn op de netwerkdisplays). 1. Markeer een kleurenpalet in het kleurenmenu. Wanneer u een kleurenpalet hebt gemarkeerd wordt een preview daarvan getoond. 2. Druk op SELECTEREN om het kleurenpalet te bevestigen en terug te keren naar het kleureninstellingenmenu. Kleurinstellingen zijn beschikbaar via Menu > Display-instellingen > Kleuren.
Hoofdstuk 4: Favoriete pagina’s Inhoudsopgave • 4.1 Favoriete pagina’s op pagina 22 • 4.2 Favoriete paginavensters op pagina 23 • 4.3 Maximale en minimale waarden en reisgegevens resetten op pagina 26 • 4.
4.1 Favoriete pagina’s De i70 geeft instrumentgegevens weer op een aantal verschillende pagina’s. U kunt minimaal 1 en maximaal 10 favoriete pagina’s instellen. Er zijn zestien verschillende pagina-indelingen beschikbaar waaruit u kunt kiezen en die kunnen worden aangepast aan de verschillende gegevenstypen. Er is ook een aantal op maat gemaakte pagina’s beschikbaar waaruit u kunt kiezen. Selecteren pagina’s 1. Gebruik de UP / DOWN pijltjestoetsen om een keuze te maken uit de beschikbare pagina’s.
4.2 Favoriete paginavensters Analoge frames Alle elementen van de informatie worden weergegeven in een venster op de pagina. De vensters ondersteunen een aantal verschillende stijlen en indelingen voor het weergegeven van de gegevens. Tridata-gegevensvenster D11838-1 Analoge frames geven real-time gegevens in de vorm van een analoge meter. Analoge meters zijn alleen beschikbaar voor volledige en 2/3 schermframes.
1 Minimumwaarde Multimetervensters 2 Gemiddelde waarde De i70 beschikt over drie multimetervensters voor gebruik als favoriete pagina’s zoals hieronder te zien is: 3 Maximum waarde Multimeter — zeilschip Grafische frames D12072-1 D11840-1 Multimeter — enkelmotorig schip Grafische weergaven zijn een middel om te tonen hoe een bepaalde waarde in de loop van de tijd gewijzigd is. Staafdiagram-frames D12073-1 D11869-1 De roerbalk is een voorbeeld van een staafdiagram-frame.
Wedstrijdtimervenster Multimeter — dubbelmotorig schip Ra c e tim e r S TART D12074-1 D12076-1 Met de wedstrijdtimer kunt u tot 3 countdowntimers instellen. Zie het hoofdstuk over de Wedstrijdtimer voor meer informatie. Trim tab-venster AIS-venster D12075-1 Het trim tab-venster geeft informatie over de positie van de trim tabs. D12077-1 Het AIS-venster toont objectposities ten opzichte van de positie van uw schip.
4.3 Maximale en minimale waarden en reisgegevens resetten Rollend pad frame De waarden voor sommige gegevens worden over een bepaalde tijd verzameld. Dit is onder andere informatie over reisafstand en maximale en gemiddelde snelheid. Dit type informatie kan wanneer nodig worden gereset. D11861-1 Het rollend pad geeft informatie over waypoint- en koersafwijkingen. 26 Doe het volgende met de gegevens die u wilt resetten op het instrumentscherm: 1. Druk op de RECHTER FUNCTIEKNOP om het menu te openen. 2.
4.4 Pagina’s aanpassen U kunt het menu Favorietenpagina gebruiken om iedere instrumentpagina aan te passen aan uw wensen. U kunt: • Een bestaande pagina bewerken. • Nieuwe pagina’s toevoegen. • Pagina’s verwijderen. • De paginavolgorde wijzigen. • Pagina’s laten roteren. Een bestaande pagina wijzigen Volg de onderstaande instructies om de indeling of de weergegeven informatie op een instrumentpagina te wijzigen. 1.
De paginavolgorde wijzigen Volg de onderstaande stappen om de volgorde te wijzigen waarin instrumentpagina’s worden weergegeven. 1. Ga naar het menu Favoriete pagina’s en selecteer Paginavolgorde. 2. Selecteer Paginavolgorde. Er wordt een menu weergegeven met beschikbare pagina’s 3. Selecteer de pagina die u wilt verplaatsen. 4. Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om de pagina naar de gewenste positie te verplaatsen en druk op OPSLAAN.
Hoofdstuk 5: AIS Inhoudsopgave • 5.1 Overzicht AIS op pagina 30 • 5.2 AIS-objectsymbolen op pagina 31 • 5.3 Het AIS-bereik instellen op pagina 33 • 5.4 Informatie over AIS-object bekijken op pagina 33 • 5.
5.1 Overzicht AIS 1 Met de AIS-functie kunt u informatie ontvangen die wordt uitgezonden door andere schepen en deze schepen bekijken als object met een positie ten opzichte van uw schip. De AIS-functie op de i70 is een standalone component, de instellingen en alarmmeldingen kunnen niet worden gedeeld met andere AIS-producten in uw systeem. De werking van AIS AIS gebruikt digitale radiosignalen om ‘realtime’ informatie te verzenden tussen schepen en stations aan wal via speciale VHF-radiofrequenties.
AIS-berichten Omschrijving AIS uit AIS-unit uit (geen) AIS is aan en zendt uit Pictogram alarm aan AIS aan, zendt uit, alarm is actief. Stil AIS aan & gebruiker is niet zichtbaar voor andere schepen. Alarm aan AIS aan & gebruiker is niet zichtbaar voor andere schepen & alarm is actief. Pictogram alarm uit AIS aan & alarm uit Gegevens verloren gegaan AIS aan & gegevens verloren gegaan. Geen fix AIS aan & GPS-fix verloren gegaan.
Objecttype Omschrijving Verloren gegaan object Wanneer gedurende 20 seconden geen signaal wordt ontvangen van gevaarlijk object. Object op laatst voorspelde positie. Er klinken alarmsignalen wanneer deze zijn ingeschakeld. Object met rood kruis en knippert. Symbool Objecttype Omschrijving Navigatiehulpmiddel (Aid To Navigation, AToN) object (virtueel) AToN object is NIET op positie. Object rood.
5.3 Het AIS-bereik instellen 5.4 Informatie over AIS-object bekijken U kunt de schaal van de AIS-pagina wijzigen door het AIS-bereik te veranderen. 1. Druk op de RECHTER FUNCTIEKNOP om het menu weer te geven. 2. Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om de Snelle opties te markeren en druk op OK. 3. Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om het AIS-bereik te markeren en druk op OK. 4.
5.5 AIS stille modus Met de stille modus van de AIS kunt u AIS-uitzendingen uitschakelen. Met de stille modus van de AIS kunt u de zendfuncties van uw AIS-apparatuur uitschakelen. Dit is handig wanneer u geen AIS-gegevens van uw vaartuig naar andere AIS-ontvangers wilt zenden maar wel gegevens van andere vaartuigen wilt ontvangen. Opmerking: Niet alle AIS-apparatuur ondersteunt de stille modus. Voor meer informatie kunt u de documentatie raadplegen die bij uw AIS-unit hoort.
Hoofdstuk 6: Instellingen wedstrijdtimer Inhoudsopgave • 6.1 De wedstrijdtimer instellen op pagina 36 • 6.
6.1 De wedstrijdtimer instellen 6.2 De wedstrijdtimer gebruiken Als de wedstrijdtimer niet is ingesteld als favoriete pagina, dan kan de timer worden geopend via het menu gegevens bekijken: Menu > Gegevens bekijken > Tijd > Wedstrijdtimer . Nadat u de Wedstrijdtimer hebt ingesteld kunt u de timer gebruiken door de onderstaande stappen te volgen: 1. Druk in het scherm Wedstrijdtimer op de RECHTER FUNCTIEKNOP en selecteerSnelle opties in het menu 2.
Hoofdstuk 7: Multipele gegevensbronnen (MDS) Inhoudsopgave • 7.1 Overzicht Multipele gegevensbronnen (MDS) op pagina 38 • 7.2 Scheepsgegevensbronnen bekijken op pagina 38 • 7.
7.1 Overzicht Multipele gegevensbronnen (MDS) MDS is een systeem voor het beheren van installaties met meerdere sensoren die hetzelfde type gegevens leveren aan scheepsdisplays en -systemen. Wanneer MDS is aangesloten op een compatibel systeem, kunt u op een voor MDS geschikt display alle sensoren op het schip zien en de voorkeursbron voor uw gegevens selecteren. In een systeem kunt u bijv. een multifunctioneel display hebben met een interne GPS en een externe GPS zoals een RS125+.
7.3 Een voorkeursgegevensbron selecteren Om een voorkeursgegevensbron voor uw systeem te selecteren: 1. Ga naar het MDS-menu: Hoofdmenu > Instellingen > Systeeminstellingen > Multipele gegevensbronnen. 2. Druk op OPTIES. 3. Markeer Selectie en druk op SELECTEREN. 4. Markeer Handmatig en druk op SELECTEREN U keert terug naar het scherm met bronopties. 5. Markeer Gebruik deze bron en druk op SELECTEREN 6.
i70
Hoofdstuk 8: Instrument alarmmeldingen Inhoudsopgave • 8.
8.1 Alarmmeldingen Man overboord alarm Er worden alarmmeldingen gebruikt om u te waarschuwen voor een situatie of gevaar waarvoor uw aandacht vereist is. Enkele voorbeelden van alarmmeldingen zijn: In het geval van een alarm man overboord (MOB) biedt het instrument verschillende soorten informatie om te helpen het MOB-object te vinden.
Alarminstellingen Categorie Alarm De meeste alarmmeldingen worden lokaal gegenereerd aan de hand van bepaalde drempelwaarden. Ze worden ook verzonden naar de SeaTalk- en SeaTalkng-netwerken en worden weergegeven op andere compatibele apparaten.
Categorie Alarm Temperatuur Zeetemp. Hoog Alarm Inhoud Categorie Alarm • Aan Wind AWS laag Schijnbare windsnelheid laag • Uit (standardwaarde) Aanpassen Inhoud Alarm • Uit (standardwaarde) Aanpassen • 0 — 50ºC • 10ºC (standardwaarde) Temperatuur Zeetemp.
Categorie Alarm Wind TWS hoog Ware windsnelheid hoog Alarm Inhoud Categorie Alarm • Aan Wind TWA laag Ware windhoek laag • Uit (standardwaarde) Aanpassen • 0 — 200 knopen • 10 knopen (standardwaarde) Wind TWS laag Ware windsnelheid laag Alarm TWA hoog Ware windhoek hoog Alarm • Uit (standardwaarde) Overige Wekker Wekker Tijd • 0 — 200 knopen • Aan • 12:00 am — 12:00 pm • 00:00 – 23:59 24 uur Formaat • 24-uurs • am/pm Overige Uit koers Alarm • Uit (standardwaarde) Aanpassen •
Categorie Alarm Overige Accu bijna leeg Inhoud Alarm • Aan • Uit (standardwaarde) Aanpassen • 6 – 60 V • 10 V (standardwaarde) Overige AIS-alarm Veiligheidsmeldingen • Aan Gevaarlijk object • Aan Veilige zone • (0,1 , 0,2, 0,5, 1,0, 2,0) nm • Uit (standardwaarde) • Uit (standardwaarde) • (0,1 , 0,2, 0,5, 1,0, 2,0) sm • (0,2, 0,5, 1,0, 2,0, 5,0) km Tijd tot veilige zone • 3 min • 6 min • 12 min • 24 min 46 i70
Hoofdstuk 9: Snelle opties Inhoudsopgave • 9.1 Menu snelle opties op pagina 48 • 9.
9.1 Menu snelle opties 9.2 Menu-items snelle opties Het menu Snelle opties is een dynamisch menu waarin menu-items worden weergegeven die betrekking hebben op de items die worden weergegeven op de favoriete pagina waar u op dat moment bent. U kunt dit menu openen door op de RECHTER FUNCTIEKNOP te drukken en vervolgens Snelle opties te selecteren. Afhankelijk van de pagina die wordt weergegeven zijn er verschillende opties beschikbaar: Hoofdmenu > Snelle opties.
Weergegeven pagina Beschikbare snelle opties Minimale TWA Reset min. TWA Maximale TWS Reset max. TWS Minimale TWS Reset min. TWS Wedstrijdtimer Start timer Stop timer Reset timer Starttijden aanpassen Diagram Tijdschaal Pagina (gegevens bekijken) Toevoegen aan favorieten AIS AIS-objecten bekijken — (alleen weergegeven als er koers- of stabiele grondkoersgegevens beschikbaar zijn.
i70
Hoofdstuk 10: Gegevens bekijken Inhoudsopgave • 10.1 Gegevensweergaven op pagina 52 • 10.
10.1 Gegevensweergaven Opmerking: De gegevens die in de onderstaande tabel worden beschreven zijn afhankelijk van de configuratie van uw systeem, sommige items zijn mogelijk niet van toepassing op uw schip. In de volgende tabel worden de gegevensitems weergegeven die beschikbaar zijn voor iedere categorie.
Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik Brandstof Brandstofmanagement is afhankelijk van geschikte brandstof, of het beschikbare Engine Management Systeem op het SeaTalkng-netwerk.
Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik GPS • COG (grondkoers) Navigatie • Naam actief waypoint Koers • COG-historie • Waypoint-ID • Combinatie COG (grondkoers) + SOG (grondsnelheid) • CMG • BTW • LAT (breedtegraad) • DTW • LAT & LON (breedte- & lengtegraad) • BTW & DTW • LON (lengtegraad) • CMG & DMG • Sats • CMG & VMG • Sats + HDOP • CTS & XTE • SOG • ETA • SOG-historie • TTG • Max. SOG • XTE • Gem.
Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik Snelheid • Gemiddelde snelheid • Bootsnelheid & grondsnelheid • Max.
Menu-item / omschrijving Instellingen / gebruik Wind • AWA (schijnbare windhoek) • Combinatie TWA & VMG • AWA-historie • Max. TWA • Combinatie AWA & AWS • Min. TWA • Combinatie AWA(CH) & AWS • TWS (ware windsnelheid) • AWA & VMG • TWS-historie • Max. AWA • Max. TWS • Min. AWA • Min. TWS • AWS Menu-item / omschrijving AIS Instellingen / gebruik • AIS • AWS-historie • Max. AWS • Min.
10.2 Gegevens bekijken U kunt het menu Gegevens bekijken gebruiken om informatie te bekijken die niet is toegevoegd aan favoriete pagina’s. 1. Selecteer het menu Gegevens bekijken in het hoofdmenu. 2. In het menu Categorie selecteren kiest u de gegevenscategorie. 3. Selecteer het item waarvan u de gegevens wilt bekijken. De gegevens worden in volledig scherm weergegeven. 4. Om de gegevens toe te voegen aan de favoriete pagina drukt u op de RECHTER FUNCTIEKNOP.
i70
Hoofdstuk 11: Instellingenmenu Inhoudsopgave • 11.
11.1 Instellingenmenu Het instellingenmenu biedt een aantal hulpmiddelen en instellingen voor het configureren van het instrumentdisplay. Menu-item Omschrijving Opties Transducerinstellingen Instellen en kalibreren van transducers zoals beschreven in de sectie Transducerkalibratie hierboven. • Diepte Menu-item Omschrijving Opties Simulator Schakelt de simulatormodus in of uit, waarmee u kunt oefenen met het bedienen van uw instrumentdisplay zonder gegevens van een andere externe unit.
Menu transducerinstellingen Het menu Transducerinstellingen bevat de functies voor het instellen en kalibreren van de aangesloten transducers. Menu-item Omschrijving Opties Diepte Hiermee kunnen dieptetransducers worden ingesteld en gekalibreerd en het heeft de volgende opties: Informatie geeft informatie over de geïnstalleerde transducer of interface zoals serienr. en softwareversie etc.
Menu-item Omschrijving Opties Wind Hiermee kunnen windtransducers worden ingesteld en gekalibreerd en het heeft de volgende opties: • Windvaankalibratie Informatie geeft informatie over de geïnstalleerde sensor, serienr. en softwareversie etc. Windvaankalibratie- volg de instructies op het scherm om de windvaan te kalibreren.
Menu-item Omschrijving Opties • Verwijderen — verwijdert de geselecteerde snelheidsinstelling. • Reset — reset de snelheidskalibratie naar de standaard instellingen. Temperatuurcorrectie: • xxx ºC of ºF DT800 Hiermee kunnen DT (diepte en temperatuur) smart transducers worden ingesteld en gekalibreerd en het heeft de volgende opties: • DT800-informatie • Dieptecorrectie • Temperatuurcorrectie DT800-informatie geeft informatie over de geïnstalleerde transducer, serienr. en softwareversie etc.
Menu-item Omschrijving Opties • Trim taben omhoog • Klik op DOORGAAN om te bevestigen dat de trim tabs volledig omlaag staan.
Menu Gebruikersvoorkeuren Met het menu Gebruikersvoorkeuren kunnen gebruikers de gebruikersinstellingen aanpassen zoals weergegeven in de onderstaande tabel: Menu-item Omschrijving Opties Tijd & datum Met deze opties kunt u het datum- en tijdformaat aanpassen aan uw wensen. U kunt ook een plaatselijke tijdcorrectie specificeren ten opzichte van de gecoördineerde wereldtijd (Universal Time Constant, UTC), ter compensatie van tijdzoneverschillen.
Menu-item Omschrijving Opties Windsnelheid: • kn — knopen. • m/s — meter per seconde. Temperatuur: • ºC — graden Celsius. • ºF — graden Fahrenheit. Brandstofverbruik • UK Gal/U — Britse gallons per uur. • US Gal/U — Amerikaanse gallons per uur. • LPU — liter per uur. Koers: • Mag — magnetisch. • Waar Druk • PSI — pound per vierkante inch. • Bar — bar. • kPa — kilopascal. Inhoud: • Britse gallons • Amerikaanse gallons • ltr — liter.
Menu-item Omschrijving Opties Taal Selecteert de taal voor gebruik in tekst, labels, menu’s en opties op het scherm.
Menu-item Omschrijving Opties Scheepstype Bepaalt de standaardinstelling van de unit en favoriete pagina’s • Wedstrijdzeiler • Zeilkruiser • Catamaran • Werkboot • RIB • Speedboot met buitenboordmotor • Speedboot met binnenboordmotor • Power cruiser 1 • Power cruiser 2 • Power cruiser 3 • Sportvisserij • Pro-visserij Scheepsinformatie Hiermee kunt u het volgende specificeren: Aantal motoren: • Aantal motoren • 1—5 • Aantal accu’s Aantal accu’s • Aantal brandstoftanks • 1—5 Aantal brandstoftank
Menu-item Omschrijving Opties • Variatiebereik • Slave Variatiebereik: • -30º — +30º Instellingenmenu 69
Menu systeeminstellingen Het menu Systeeminstellingen stelt gebruikers in staat gebruikersinstellingen aan te passen zoals weergegeven in de onderstaande tabel: Menu-item Omschrijving Opties Netwerkgroep Hierdoor kunnen meerdere units in één groep worden samengevoegd, zodat wanneer het kleurenpalet of de helderheid op één unit wordt gewijzigd, de wijzigingen worden toegepast op alle units in de groep.
Menu-item Omschrijving Opties Multipele gegevensbronnen Hiermee kunt u voorkeursgegevensbronnen bekijken en selecteren. Gegevensbron selecteren • Gegevensbron selecteren • Gegevensbron gevonden • Informatie over gegevensbron • GPS-positie • Koers • Diepte • Snelheid • Wind Gegevensbron gevonden • Modelnaam — serienummer Poort-ID Informatie over gegevensbron • Apparaatnaam • Serienr.
Simulator Met de simulatormodus kunt u het bedienen van uw display oefenen zonder feitelijke gegevens van een transducer of andere aangesloten randapparaten. De simulatormodus wordt aan/uit geschakeld onder de optie Simulator in het Instellingenmenu. Opmerking: Raymarine adviseert u de simulatormodus NIET te gebruiken tijdens het navigeren. Opmerking: De simulator toont GEEN feitelijke gegevens en dus ook geen veiligheidswaarschuwingen (zoals bijvoorbeeld waarschuwingen ontvangen van AIS-units).
Diagnose U kunt de diagnose-informatie bekijken via de menu-optie Instellingen > Diagnose en u kunt informatie bekijken over: Menu-item Omschrijving Opties Informatie over het display Hiermee kunt u informatie bekijken over het instrumentdisplay dat u gebruikt: • Softwareversie • Hardwareversie • Bootloader-versie • Temperatuur • Voltage • Max. voltage • Stroom • Max.
Menu-item Omschrijving Opties Toetssignaal Hiermee kunt u het geluidssignaal bij het indrukken van toetsen in- en uitschakelen • Aan Het product heeft een ingebouwde zelftest die u kan helpen bij het diagnosticeren van fouten.
Hoofdstuk 12: Uw display onderhouden Inhoudsopgave • 12.1 Service en onderhoud op pagina 76 • 12.2 Routinecontroles apparatuur op pagina 76 • 12.3 Reinigen op pagina 77 • 12.4 Het displayscherm reinigen op pagina 77 • 12.
12.1 Service en onderhoud 12.2 Routinecontroles apparatuur Dit product bevat geen onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dienen door goedgekeurde Raymarine-dealers te worden uitgevoerd. Ongeautoriseerde reparaties kunnen gevolgen hebben voor uw garantie. Raymarine adviseert nadrukkelijk een aantal routinecontroles uit te voeren om te zorgen voor correcte en betrouwbare werking van uw apparatuur.
12.3 Reinigen 12.4 Het displayscherm reinigen Goed reinigingsgewoontes. Op het displayscherm is een coating aangebracht. Dit maakt het waterafstotend en voorkomt schittering. Om beschadiging van deze coating te voorkomen, dient u de volgende procedure te volgen: 1. Schakel de voeding naar het display uit. 2. Spoel het scherm af met water om alle vuildeeltjes en zoutafzetting te verwijderen. 3. Laat het scherm aan de lucht drogen. 4.
12.5 Voer een reset naar de fabrieksinstellingen uit Om uw i70 te resetten naar de fabrieksinstellingen volgt u de onderstaande stappen. Opmerking: Resetten naar de fabrieksinstellingen wist alle opgeslagen gegevens en aangepaste instellingen. 1. Druk op de RECHTER FUNCTIEKNOP om het hoofdmenu te openen. 2. Selecteer Instellingen. 3. Selecteer Reset fabrieksinstellingen. 4. Druk op de Ja-knop. Uw i70 reset zichzelf nu naar de standaard fabrieksinstellingen.
Hoofdstuk 13: Technische ondersteuning Inhoudsopgave • 13.1 Raymarine-klantenservice op pagina 80 • 13.
13.1 Raymarine-klantenservice 13.2 Productinformatie bekijken Raymarine biedt een uitgebreide klantenservice. U kunt contact opnemen met de klantenservice via de Raymarine-website, per telefoon en per e-mail. Als u niet in staat bent een probleem op te lossen, kunt u één van deze faciliteiten gebruiken om aanvullende hulp te krijgen. 1. Vanuit het hoofdmenu bladert u naar Instellingen en drukt u op de knop SELECTEREN. 2.
www.ra ym a rin e .