Operation Manual

7.2Radarcontrole
Waarschuwing:Veiligheid
radarscanner
Voordatuderadarscannerlaatdraaien,dientalle
personeeldaaruitdebuurttezijn.
Waarschuwing:Veiligheid
radartransmissie
Deradarscannergeeftelektromagnetischeenergie
af.Zorgdatalhetpersoneeluitdebuurtvande
scannerisalsderadaraanhetwerkis.
Deradarcontroleren
Doehetvolgendeinderadartoepassing:
1.SelecteerMenu.
2.SelecteerAan/UitzodatAanisgemarkeerd
Deradarscannerwordtnuinstand-by-modusgeïnitialiseerd.
Ditprocesduurtongeveer70seconden.
3.SelecteerRadarzodatZendenisgemarkeerd
Deradarscannerzounumoetenzendenenontvangen.
4.Controleerofhetradarschermcorrectwerkt.
TypischHD-radarscherm
Opmerking:Hetvoorbeeldhierbovenisdeverbeterde
uitvoervaneenHD-radarscanner.
Puntendieudienttecontroleren:
Radartijdbasismetechoresponseswordtophetscherm
weergegeven.
Hetradarstatuspictogramdraaitindehoekrechtsboven
vandestatusbalk.
Peilingsafregelingcontrolerenenaanpassen
Afregelingvandepeiling
Hetafregelenvanderadarpeiling(‘bearing’)zorgtdatobjecten
opderadarwordenweergegevenmetdejuistepeilingten
opzichtevandeboegvanuwvaartuig.Bijiederenieuwe
installatiemoetudeafregelingvandepeilingtecontroleren.
Voorbeeldvanfoutiefuitgelijnderadar
D11590-2
1 2
ItemOmschrijving
1
Doelobject(zoalseenboei)rechtvooruit.
2Doeldatophetradardisplaywordtweergegevenisniet
uitgelijndmetdekoersmarkeringvanhetvaartuig(SHM).
Afregelingvandepeilingisvereist.
Controlerenvandepeilingsuitlijning
1.Meteenvarendvaartuig:Lijndeboeguitmeteenstationair
objectophetradardisplay.Eenobjectopeenafstandtussen
1&2NMisideaal.
2.Noteerdepositievanhetobjectophetradardisplay.Alshet
doelnietonderdekoersmarkering(SHM)vanhetschipzit,
isereenuitlijningsfoutenzultudepeilingsuitlijningmoeten
aanpassen.
Depeilinguitlijningaanpassen
Nadatudepeilinguitlijninghebtgecontroleerdkuntuverder
gaanendenodigeaanpassingendoen.
DoehetvolgendeindeRadar-toepassing:
1.SelecteerMenu.
2.SelecteerInstellenradar.
3.SelecteerGeavanceerd.
4.SelecteerUitlijningpeiling.
WanneeruUitlijningpeilingselecteertwordtdenumerieke
regelaarweergegeven.
5.Pasdeinstellingzoaan,dathetgeselecteerdeobjectzich
onderdekoersmarkeringvanhetschipbevindt.
6.SelecteerTerugofOKwanneeruklaarbent.
Systeemcontroles
95