Operation Manual
14.6AIS-statussymbolen
AIS-statuswordtaangegevendooreensymboolindedatabalk.
SymboolOmschrijving
AIS-unitisingeschakeldenwerkt.
AISmomenteelnietbeschikbaar.
AIS-unitisuitgeschakeldofnietaangesloten.
AIS-unitwerktinstillemodus.
AIS-unitwerktinstillemodus,metactieve
alarmen.
AIS-unitisaangesloteneningeschakeld,
maarheeftactievealarmen.
AIS-unitisaangesloteneningeschakeld,
maarhetalarmvoorgevaarlijkeenverloren
doelenisuitgeschakeld.
14.7AISstillemodus
MetdestillemodusvandeAISkuntuAIS-uitzendingen
uitschakelen.
MetdestillemodusvandeAISkuntudezendfunctiesvanuw
AIS-apparatuuruitschakelen.Ditishandigwanneerugeen
AIS-gegevensvanuwvaartuignaarandereAIS-ontvangers
wiltzendenmaarwelgegevensvananderevaartuigenwilt
ontvangen.
Opmerking:NietalleAIS-apparatuurondersteuntdestille
modus.Voormeerinformatiekuntudedocumentatie
raadplegendiebijuwAIS-unithoort.
StilleAIS-modusin-enuitschakeleninde
Kaart-toepassing
DoehetvolgendeindeKaart-toepassing:
1.SelecteerMenu.
2.SelecteerAIS-optiesof*Radar-&AIS-opties.
3.**SelecteerObjecten.
4.SelecteerInstellenAIS.
5.SelecteerStillemodus.
DoordeStilleAIS-modusteselecterenwordtdestillemodus
AanenUitgeschakeld.
Opmerking:
*WanneerdeRadar-laagookisingeschakeld,wordtdenaam
vanhetmenuRadar-&AIS-opties.
**Stap3isalleennodigwanneerdeRadar-laagis
ingeschakeld.
StilleAIS-modusin-enuitschakeleninde
Radar-toepassing
DoehetvolgendeindeRadar-toepassing:
1.SelecteerMenu.
2.SelecteerObjecten.
3.SelecteerInstellenAIS.
4.SelecteerStillemodus.
DoordeStilleAIS-modusteselecterenwordtgeschakeld
tussendestillemodusAanenUit.
AIS-functie139










