Operation Manual
Opmerking:AlsGebruiktebrandstof(PGN127497)
nietbeschikbaarisopuwnetwerk,dientudeoptie
Brandstofverbruiktegebruiken.WanneerBrandstofverbruikis
geselecteerd,moetuwmultifunctioneledisplayingeschakeld
blijvenwanneerdemotorendraaien,omervoortezorgendat
debrandstofkanwordenberekend.
8.SelecteerTerugomterugtegaannaarde
Brandstofmanager-pagina.
Loggenvanbrandstof
Udientervoortezorgenalletankbeurtenwordenopgenomenin
debrandstofmanager.
Doehetvolgendeindebrandstofmanager-pagina:
1.WanneerualletanksvolledighebtgevuldselecteertuAlle
tanksvol.
Degeschattewaardenvoorresterendebrandstofwordt
geresetnaardecapaciteitvanuwbrandstoftanks.
2.Wanneerueentankslechtsgedeeltelijkvultnoteertude
hoeveeldieaandetankistoegevoegdenselecteertu
Gedeeltelijkbijvullen.
3.Voerdewaardeindieueerderhebtgenoteerd,ditwordt
toegevoegdaandewaardevoorderesterendebrandstof.
Opmerking:Geadviseerdwordtzovaakmogelijk‘Alle
tanksvol’tetankenomdatgedeeltelijkbijvulleneen
hogerecumulatieveonnauwkeurigheidveroorzaaktinde
berekeningen.
Hetalarmvoorlaagbrandstofpeilinstellen
Indebrandstofmanagerkuntuookeenalarminstellenvoor
laagbrandstofpeil,datwanneerhetisgeactiveerdeenmelding
geeftwanneerderesterendebrandstofvanuwschipondereen
gespeciceerdewaardekomt.
Doehetvolgendindecorrectingesteldebrandstofmanager:
1.SelecteerInstellingeninhetHome-venster.
2.SelecteerAlarmmeldingen.
3.SelecteerBrandstofmanager.
Deinstellingenvoorhetalarmvoorlaagbrandstofpeilworden
weergegeven.
4.SelecteerLaagbrandstofpeilzodatAanisgemarkeerd
DoorLaagbrandstofpeilteselecterenwordthetalarmvoor
laagbrandstofpeilAanenUitgeschakeld.
5.SelecteerBrandstofpeil.
Denumeriekeregelaarvoorbrandstofpeilwordt
weergegeven.
6.Stelhetbrandstofpeilinopdegewenstewaarde.
Hetalarmvoorlaagbrandstofpeilklinktnuwanneer
deresterendebrandstofindetanklagerwordtdande
gespeciceerdewaarde.
Opmerking:Hetalarmvoorlaagbrandstofpeilisstandaard
uitgeschakeld.
Metingenvangebruiktebrandstofresetten
Ukuntdewaardevangebruiktebrandstofditseizoenof
gebruiktebrandstofdezereisresettendoordeonderstaande
stappentevolgen.
Doehetvolgendeindebrandstofmanagerpagina:
1.SelecteerResetvoorgebruiktebrandstofditseizoen,of
2.SelecteerResetvoorgebruiktebrandstofdezereis.
DewaardewordtingesteldopnulnadatResetisgeselecteerd.
Opmerking:Hetuitvoerenvaneenseizoen-resetzorgt
automatischookvooreenresetvandereiswaarde.
Brandstofbereikringen
Debrandstofbereikringgeefteengeschatbereikvanhetschip
metdegeschattehoeveelheidbrandstofaanboord.
Debrandstofbereikringringkangraschwordenweergegevenin
dekaarttoepassingengeefteengeschatbereikvanhetschip
met:
•Hethuidigebrandstofverbruik.
•Degeschattehoeveelheidbrandstofaanboord.
•Eenkoersaangehoudenineenrechtelijn.
•Aanhoudendehuidigesnelheid.
Opmerking:
Debrandstofbereikringiseengeschatbereikbijhethuidige
verbruikvandebrandstofaanboordenisgebaseerdop
eenaantalexternefactorendiehetgeschattebereikkunnen
vergrotenofverkleinen.
Dezeschattingisgebaseerdopdegegevensdieworden
ontvangenvanexternebrandstofmanagementapparaten,of
viadeBrandstofmanager.Hethoudtgeenrekeningmetde
heersendeomstandighedenzoalsgetijden,stroom,ruwezee,
windetc.
Ukuntnietvolledigvertrouwenopdebrandstofbereikringvoor
hetnauwkeurigplannenvaneenreisofinnoodgevallenof
veiligheidskritischesituaties.
Debrandstofbereikringinschakelen
Doehetvolgendeindekaarttoepassing,in2D-weergave:
1.SelecteerMenu.
2.SelecteerPresentatie.
3.SelecteerLagen.
4.SelecteerBrandstofbereikringzodatAanisgeselecteerd.
Hetpop-upberichtvoordebrandstofbereikringwordt
weergegeven.
5.SelecteerOKomdebrandstofbereikringeninteschakelen.
Brandstofmanager
133










