Operation Manual

Opmerking:Omdezeprocedureuittevoerenishet
wenselijkdatubeschiktovereenviahetnetwerkaangesloten
apparaatzoalseeninstrument,stuurautomaatbedieningof
multifunctioneeldisplaywaaropdehuidigeroerstandophet
schermkanwordenweergegeventijdenshetuitvoerenvan
deaanpassing.
1.Gebruikhetstuurwielomhetroertecentreren.
2.SelecteerInstellingenstuurautomaatindepagina
Instellingenstuurautomaat.
3.SelecteerAandrijvingsinstellingen.
4.SelecteerRoercorrectie.
5.Pasdewaardenvoorderoercorrectieaantotdatderoerbalk
aangeeftdathetroerindemiddenpositiestaat.
Deroeraanpassingisbeperkttot±9°,alsdebenodigde
aanpassingvoorhetcentrerenvanderoerbalkpositiebuiten
dezegrenswaardenvalt,danmoetdeuitlijningvande
roerstandsensorfysiekwordenaangepast.
Deroerlimieteninstellen
Opschependiezijnuitgerustmeteenroerstandtransducer,
moetenderoerlimietenwordeningesteld.Deroerlimietwordt
gebruiktomderoerregelingintestellen.Deroerlimietenmoeten
netbinnendemechanischeeindaanslagenwordeningesteldom
overbelastingvanhetstuursysteemtevoorkomen.
Opmerking:Dezeprocedureisnietnodigvoorschepen
zondereenroerstandtransducer.
Opmerking:Omdezeprocedureuittevoerenishet
wenselijkdatubeschiktovereenviahetnetwerkaangesloten
apparaatzoalseeninstrument,stuurautomaatbedieningof
multifunctioneeldisplaywaaropdehuidigeroerstandophet
schermkanwordenweergegeventijdenshetuitvoerenvan
deaanpassing.
Delimietenmoetenongeveerlagerwordeningestelddan
demaximaleroerhoek.
1.Draaihetstuurwielhelemaalnaarbakboordennoteerde
hoekopderoerbalk.
2.Draaihetstuurwielhelemaalnaarstuurboordennoteerde
hoekopderoerbalk.
3.SelecteerInstellingenstuurautomaatindepagina
Instellingenstuurautomaat.
4.SelecteerAandrijvingsinstellingen.
5.SelecteerRoerlimiet.
6.Stelderoerlimietzoin,dathijlagerisdandekleinste
hoekdieuhebtgenoteerdindestappen1en2hierboven.
7.SelecteerTerugofOKomdeinstellingentebevestigen.
Deboord-boordtijdinstellen
Nadatdeboord-boordtijdisvastgesteld,kandezeworden
ingestelddoordevolgendestappentevolgen.
DoehetvolgendeindepaginaInstellingenstuurautomaat:
1.SelecteerInstellingenstuurautomaat.
2.SelecteerAandrijvingsinstellingen.
3.SelecteerHardover-tijd.
4.Voeruwboord-boordtijdinsecondenin.
Zeilbootinstellingen
Wanneerhetscheepstypeisingesteldopzeilboot,danishet
menuZeilbootinstellingenbeschikbaar.
DeZeilbootinstellingenbestaanuitdevolgendeopties:
Windtrimrespons-dewindtrimresponsbepaalthoesnelde
stuurautomaatreageertopveranderingenindewindrichting.
Eenhogereinstellingvoordewindtrimresponsresulteertin
eensysteemdatgevoeligerreageertopwindveranderingen.
Gijponderdrukker-wanneerdegijponderdrukkeris
ingeschakeld,voorkomtdestuurautomaatdathetschipvande
windafdraait,omonbedoeldgijpentevoorkomen.Wanneer
degijponderdrukkerisuitgeschakeldkuntueenAutoTack
uitvoeren,naarofvandewindaf.Degijponderdrukkerheeft
geeninvloedopAutoTurn.
WindtrimdezeoptiebepaaltofhetschipnaardeSchijnbare
ofdeWarewindwindstuurtindeWindvaan-modus.
Inbedrijfstelling
UkunteenEvolution-stuurautomaatinbedrijfstellenmetbehulp
vanhetstuurautomaatinstellingenmenuopuwmultifunctionele
display.Alleinstellingeneninbedrijfstellingsproceduresdienen
tewordenuitgevoerdvoordatudestuurautomaatgebruikt.
Hetinbedrijfstellenvanhetstuurautomaatsysteembestaatuit
devolgendeprocedures:
Selectievanhetscheepsromptype
Selectieaandrijvingstype.
Roercontrole
Motorcontrole
Voorwaardenvoorinbedrijfstelling
Voordatuuwsysteemvoordeeerstekeerinbedrijfstelt
moetucontrolerenofdeonderstaandeprocessencorrectzijn
uitgevoerd:
Deinstallatievandestuurautomaatisafgerond
overeenkomstigdeinstallatiehandleiding.
HetSeaTalk
ng
-netwerkisgeïnstalleerdovereenkomstigde
SeaTalk
ng
-gebruikershandleiding.
EeneventueleGPS-installatieenverbindingenzijnaangelegd
overeenkomstigdeGPS-installatiehandleiding.
Gaooknaofdetechnicusdiehetsysteeminbedrijfsteltbekend
ismetdeinstallatieendecomponentenvandestuurautomaat,
waaronder:
Scheepstype.
Systeeminformatiescheepsbesturing.
Hetdoelvandestuurautomaat.
Systeemontwerp:componentenenverbindingen(uzouover
eenstroomschemamoetenbeschikkenvandestuurautomaat
vanhetschip).
Selectievanhetscheepsromptype
Deoptiesvoorhetscheepsromptypezijnontwikkeldvoor
optimalestuurprestatiesvoorgebruikelijkeschepen.
Hetisbelangrijkhetscheepsromptypeteselecteren
alsonderdeelvandeeersteinstallatie,omdatheteen
belangrijkelementvormtvanhetinbedrijfstellingsproces.Alsde
stuurautomaatinstand-by-modusiskuntudeoptiesookopieder
momentopenenvanuitdepaginaStuurautomaatinstellingen
door:Stuurautomaatinstellingen>Scheepsinstellingen>
Scheepsromptypeteselecteren.
Houddaarbijalsalgemenerichtlijnaandeoptieteselecteren
diehetmeestlijktopuwscheepstypeenstuurkarakteristieken.
Deoptieszijn:
Zeilen.
Zeilen(langzaamdraaien).
Zeilencatamaran.
AAN/UIT-knop
Motorboot(langzaamdraaien).
Motorboot(sneldraaien).
Hetisbelangrijkdatuzichervanbewustbentdatdekrachten
bijhetsturen(endaardoordedraaisnelheid)aanzienlijkkan
variërenafhankelijkvandecombinatievanscheepstype,
stuursysteemenaandrijvingstype.Debeschikbareopties
voorhetscheepsromptypevormendaaromslechtseen
richtlijn.Uzouervoorkunnenkiezenteexperimenterenmet
deverschillendeoptiesvoorhetscheepsromptype,omdatude
stuurprestatiesvanuwschipmogelijkkuntverbeterendooreen
anderscheepstypeteselecteren.
Bijhetkiezenvaneengeschiktscheepstypedientdenadrukte
liggenopveiligeenbetrouwbarestuurrespons.
Stuurautomaatbediening
117