Installation Instructions
Hoofdstuk 5: Systeemcontroles 41
5.3 GPS-controle
Selecteer de kaartpagina:
1. Druk op PAGE/MENU om de beschikbare pagina's in de
werkbalk te tonen.
2. Druk op PAGE/MENU om tussen de beschikbare pagina's te
schakelen.
3. Druk op OK wanneer de kaart getoond wordt.
Datacontrole:
Terwijl de kaart getoond wordt, moet u kunnen zien:
• De positie van uw boot (geeft een GPS-positiebepaling aan)
Uw huidige positie wordt weergegeven door een bootsymbool of
een dichte cirkel. Uw positie wordt tevens getoond in de
databalk onder VES POS.
Opmerking:Een dichte cirkel op de kaart geeft aan dat er geen
koers- of grondkoers- (COG) gegevens beschikbaar zijn.
5.4 Controle transducer
Selecteer de fishfinder-pagina:
1. Druk op PAGE/MENU om de beschikbare pagina's in de
werkbalk te tonen.
2. Druk op PAGE/MENU om tussen de beschikbare pagina's te
schakelen.
3. Druk op OK wanneer de fishfinder getoond wordt.
Datacontrole:
Terwijl de fishfinder actief is, moet u kunnen zien:
• Diepte-uitlezing (geeft aan dat de transducer werkt
De diepte wordt getoond in grote witte getallen linksonder in het
scherm
Kaartbereik
Kaartoriëntatie
Motion modus
Status
balk
Huidige
positie
Carto-
grafisch
object
Actief
waypoint
Kaartweergave
AIS
doel










