GEBRUIKERSHANDLEIDING INHOUD 1. blz. De wegende handpalletwagen 1.1. Ingebruikname 1.2. Gebruik 1.3. Onderhoud 2 2 3 2. Toetspaneel indicator 4 3. Functies indicator 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. Multirange Voor de weging: nulpuntcontrole Brutoweging Nettoweging: automatisch tarreren Nettoweging: handmatige tarra-ingave Totaliseren Printen (optie) Vervanging van de thermische papierrol 6 6 6 6 7 8 9 9 Rev. 21.11.
1 DE WEGENDE HANDPALLETWAGEN 1.1. INGEBRUIKNAME De aan-/uittoets () van de indicator activeert het weegsysteem. Na 3 tot 5 minuten hebben electronica en krachtopnemers de werktemperatuur bereikt. Voordien zijn afwijkingen tot ca. 0,3% mogelijk. Het wordt aangeraden een gewicht pas te heffen nadat de nulcorrectie uitgevoerd is. 1.2. GEBRUIK De spanningsvoorziening vindt plaats door middel van een wisselbare batterijmodule.
Het optimaal nauwkeurige weegresultaat wordt verkregen als het lastzwaartepunt tussen de vorken ligt. Bij excentrische belading buigen en torderen de vorken. Dit kan tot een lagere nauwkeurigheid leiden.Bij geijkte systemen zal de scheefstands detector de indicator uitschakelen bij een excentrische belading of scheefstand die de nauwkeurigheid beïnvloeden.
2. TOETSPANEEL INDICATOR Vooraanzicht indicator HET DISPLAY Door middel van 3 indicatiebalkjes wordt in het display van de indicator aangeduid: ◄ het weegsysteem (inclusief last) is stabiel ▬ het aangegeven gewicht is negatief NET ◄ het display toont het nettogewicht DE DISPLAY INDICATIES Het minteken in het display licht op. In het display kunnen de volgende meldingen verschijnen: HELP 1 Het weegsysteem is overbelast. HELP 2 Een negatief gewicht wordt getarreerd.
HET TOETSPANEEL Elke toets heeft een bedrijfs- en een invoerfunctie. Bedrijfsfunctie Invoerfunctie nulstelling en automatische tarra bevestigen en segment naar links tarra ingave verlagen waarde van knipperend segment optellen verhogen waarde van knipperend segment aan / uit clear BELANGRIJK Het indrukken van een toets wordt pas geaccepteerd als het weegsysteem stabiel is (en de indicatie “last stabiel” brandt).
3. FUNCTIES INDICATOR 3.1. MULTIRANGE De uitleesstapgrootte van de indicator is afhankelijk van het gewogen gewicht: van 0 tot 200 kg wordt het gewicht in 0,2 kg stappen aangegeven; van 200 tot 500 kg wordt het gewicht in 0,5 kg stappen aangegeven; van 500 tot 2000 kg wordt het gewicht in 1 kg stappen aangegeven. Door de gewichtsafhankelijke uitleesstapgrootte worden kleinere gewichten met een grotere nauwkeurigheid gewogen.
Bij afname is dit een negatieve waarde. Door in onbelaste stand een nulcorrectie uit te voeren keert het systeem terug in de standaard weegmode. 3.5. NETTOWEGING: HANDMATIGE TARRA-INGAVE Een tarragewicht kan op elk gewenst moment, dat wil zeggen in beladen en onbeladen toestand, ingegeven worden. Voor een hogere nauwkeurigheid kan een tarragewicht met een kleiner schaaldeel ingegeven worden, onafhankelijk van de grootte van het gewicht en van de schaaldeel van de indicator.
Of Het weegsysteem is onbeladen: druk op toets 0/T. De tarrawaarde wordt op nul gesteld en het systeem keert terug in de standaard weegmode. Om het tarragewicht te activeren en op te slaan: doorloop alle segmenten met ENTER ( ). Het tarragewicht is nu geactiveerd en wordt opgeslagen. De indicatiebalk “NET” brandt. Als het systeem beladen is, verschijnt de nettowaarde op het display. Als het systeem onbeladen is, geeft de uitlezing de ingegeven tarrawaarde negatief weer.
3.7. PRINTEN (OPTIE) Als het weegsysteem uitgevoerd is met een printer, kunnen actuele weeggegevens geprint worden. Op toets Σ drukken. Er wordt een print gemaakt. Het gewicht wordt tegelijkertijd opgeslagen en opgeteld in het geheugen (zie 3.6.). Op de afdruk wordt een brutogewicht aangegeven door de letters “B/G” en een nettogewicht door de letter “N”. Een ingegeven tarrawaarde wordt ook geprint en aangeduid met de letters “PT”. Het totaalgewicht wordt aangeven met de letters “TOT”.
Rol het papier iets af. Doe de klep dicht terwijl u het papier bovenaan vasthoudt. De printer is klaar voor gebruik.