Operation Manual
nl-79
ONDERHOUD EN SMERING 8
A
B
C
D
E
8.7 BRANDSTOFSYSTEEM_________________________________________________
Gebruik dieselolie Nr.2-D (ASTM D975).
Brandstofsysteem ontluchten
(a) Draai de contactsleutel naar de stand AAN (ON)
(motor niet starten).
(b) Open de luchtventilatie (B) op de
brandstoffilterbehuizing om de lucht te laten
ontsnappen.
(c) Maak de luchtventilatie weer vast.
(d) Open de luchtventilatie (D) op de zijkant van de
injectiepomp om de lucht te laten ontsnappen.
(e) Maak de luchtventilatie weer vast.
(f) Draai de contactsleutel naar UIT (OFF).
Brandstoffilter vervangen
(a) Schroef het filter (A) los van de filterkop.
(b) Verwijder het filter en gooi weg.
(c) Plaats een nieuw filter in de kop.
(d) Ontlucht het systeem zoals hierboven
beschreven.
Doorlopende brandstofslang (C) vervangen
Brandstoftank aftappen
(a) Verwijder de vuldop (E).
(b) Tap de dieselbrandstof met behulp van een
geschikt sifonapparaat af in een geschikt
reservoir.
(d) Plaats de vuldop (E) terug.
OPMERKING:Ontlucht bij het hervullen van de
brandstoftank het systeem zoals hierboven beschreven.
OPGELET
Huidcontact met dieselbrandstof kan
uw huid beschadigen. Gebruik handschoenen
wanneer
u met diesel werkt. Als u
in contact komt met dieselbrandstof,
moet u dit onmiddellijk afwassen.
OPGELET
Verwijder gebruikte dieselbrandstof
volgens plaatselijke voorschriften