Operation Manual
nl-74
8 ONDERHOUD EN SMERING
D
A
B
8.2 DE MOTOR SMEREN___________________________________________________
Het motoroliepeil controleren
Controleer het motoroliepeil voor het starten of
na meer dan vijf minuten nadat de motor is
uitgeschakeld.
(a) Plaats de machine op een vlakke
ondergrond, verwijder de peilstok (D),
veeg hem schoon en plaats hem
weer terug.
(b) Haal de peilstok D er opnieuw uit en
controleer het oliepeil. Het peil moet
zich tussen de markeringen (E) op de peilstok
bevinden.
Motorolie vervangen
(a) Warm de motor eerst op en schakel hem dan uit.
Verwijder de olieaftapdop (A) aan de onderkant
van het carter en veeg hem schoon.
(b) Tap de motorolie af in een geschikt reservoir.
(c) Plaats de aftapdop (A) terug en vul de motor met
de juiste kwaliteit en graad olie via een van de
vulopeningen (B).
Het motoroliefilter vervangen
(a) Verwijder het enkelvoudige patroon (C).
(b) Vang de motorolie op in een geschikt reservoir.
(c) Maak het gebied rond het carter schoon.
(d) Voeg vóór het monteren een dunne laag olie aan
de pakking van het patroon toe.
(e) Maak het filter alleen met de hand vast.
(f) Controleer op olielekkage rond de pakking van
het patroon nadat de motor is gestart.
OPGELET
Contact met motorolie kan uw huid
beschadigen. Gebruik handschoenen als u met
motorolie werkt. Als u in contact komt met
motorolie, was het dan onmiddellijk af.
OPGELET
Verwijder gebruikte motorolie conform lokale
richtlijnen.
C
A
B