Operation Manual
nl-64
7 BEDIENING
7.8 RIJDEN _____________________________________________________________
• Rem vrijgeven – Zorg er voor dat de parkeerrem
wordt vrijgegeven voordat u probeert vooruit of
achteruit te rijden.
• Vooruit - Druk de bovenkant A van de vooruit/
achteruitrijpedaal rustig in om de gewenste
rijsnelheid te bereiken.
• Achteruit - Trap de onderkant B van het vooruit/
achteruitrijpedaal langzaam in om de gewenste
snelheid te bereiken.
• Stoppen - Zet het vooruit/achteruitrijpedaal
langzaam in de neutrale stand.
• Om het voertuig stationair te laten draaien op een
helling kan het nodig zijn een bepaalde
hoeveelheid gas vooruit of achteruit te geven.
OPMERKINGEN:
• Gebruik uw volledige voet om zowel vooruit als achteruit te rijden.
• Beweeg het pedaal niet abrupt – bedien hem altijd langzaam en soepel. Beweeg het pedaal niet met
geweld van vooruit naar achteruit of andersom.
7.9 MAAIEN _____________________________________________________________
1. Geef de transportvergrendelingen (A) vrij en
breng de maaiunits met de hendels omlaag.
2. Zorg dat de snelheidsbegrenzer in de maaistand
staat. (Maaien op hogere snelheid kan gevaarlijk
zijn en kan niet het gewenste resultaat
opleveren).
3. Schakel het maaimechanisme in door de
onderste helft van de schakelaar voor de
maaieenheid in te drukken.
4. Geef de parkeerrem vrij en rijd vooruit.
5. Indien de maaier wordt gebruikt met het optionele
stabiliteitswaarschuwingssysteem wordt een waarschuwing op het display weergegeven mocht de
maaier op een helling worden gereden waardoor zijn veiligheidsgrenzen worden overschreden. Als de
hellingshoek 25° bereikt, zullen de centrale en bovenste unit 4”- 6” boven de grond worden getild om
de stabiliteit te verbeteren. Alle units stoppen met draaien totdat de maaier naar een veilig
bedieningsgebied is verplaatst..
OPMERKING: Zet de gasklep altijd op volle kracht achteruit voor het maaien, zelfs als het gras lang is.
Verminder, als de motor in werking is, de snelheid vooruit door het voetpedaal voor VOORUIT/ACHTERUIT
langzaam omhoog te laten komen.
A
A
A
B