Operation Manual
nl-62
7 BEDIENING
ACHTERUITDRAAIPROCEDURE (ALLEEN OP DE SPORT 200 EN MAGNA 250)
1. Voeg een gelijkmatige laag van slijppasta toe op
de gehele lengte van elk mes van de kooi.
2. Draai de borgmoer (A) los.
3. Zet de achteruitdraaischakelaar (C) in de stand
achteruitdraaien.
4. Meet de kooisnelheid met een snelheidsmeter.
Stel moer (B) bij totdat de kooi tegen 200 tpm
draait.
5. Draai de borgmoer (A) vast.
6. Start de motor en zet de smoorklep in de lage
stationaire stand. Draai de schakelaar van
maaieenheid (PTO) (D) naar de stand 'Aan'.
7. De kooisnelheid moet voldoende traag zijn zodat
de kooi de slijppasta niet wegslingert terwijl hij
draait. Stel de snelheid indien nodig bij.
OPMERKING
• De bediener kan de bestuurderszitting gedurende 3
minuten verlaten tijdens het achteruitdraaien,
voordat de machine zichzelf uitschakelt. Dit gebeurt
niet als de handmatige bediening is ingeschakeld.
8. Zodra alle messen op de kooi even scherp zijn,
de motor uitschakelen en de
maaieenheidschakelaar (PTO) uitschakelen. Zet
de achteruitdraaischakelaar in de positie 'UIT'.
9. Draai de borgmoer (A) los.
10. Meet de kooisnelheid met een snelheidsmeter. Stel moer (B) bij totdat de kooi tegen 1150
± 75 tpm
draait.
11 Draai de borgmoer (A) vast.
12. Verwijder alle slijppasta van alle koppen. Zodra zij grondig schoon en droog zijn, een dunne laag olie
aanbrengen op de maairanden om roesten te voorkomen.
13. Na het achteruitdraaien moet de kooi-maaimesafstelling opnieuw gemaakt worden.
A
B
C
D