Operation Manual
nl-58
7 BEDIENING
7.1 DAGELIJKSE INSPECTIE _______________________________________________
1. Voer een visuele inspectie op de gehele eenheid uit, let op tekenen van slijtage, losse
bevestigingsmiddelen en ontbrekende of beschadigde onderdelen. Controleer op brandstof- of
olielekkage om te garanderen dat de verbindingen stevig dicht zijn en de slangen en leidingen in goede
conditie zijn.
2. Controleer de brandstofvoorraad, het peil van het radiatorkoelmiddel, het oliepeil in het carter en of het
luchtfilter zuiver is. Alle vloeistoffen dienen bij een koude motor te zijn gevuld tot de maximum
niveaumarkering.
3. Zorg dat alle maaieenheden op dezelfde maaihoogte zijn afgesteld.
4. Controleer alle banden op de juiste bandenspanning.
5. Test de bedieneraanwezigheidscontrole en het veiligheidsvergrendelingssysteem.
OPGELET
De dagelijkse inspectie mag alleen worden uitgevoerd, wanneer de motor uit staat
en alle vloeistoffen zijn afgekoeld. Laat de werktuigen op de grond zakken, schakel
de handrem in, schakel de motor uit en verwijder de contactsleutel.