Operation Manual

nl-43
6 REGELINGEN
123
6.5.E MAAISCHAKELAAR___________________________________________________
Om met maaien te beginnen moet eerst worden gezorgd
dat de snelheidsbegrenzer in de maaipositie staat en dat
de maaieenheden zijn neergelaten.
Druk op de onderkant van de wipschakelaar en beweeg de
hendel naar de laagste positie.
Druk op de bovenkant van de tuimelschakelaar om de de
maaierunit te stoppen.
De maaiunits stoppen automatisch met draaien als ze
omhoog worden gebracht of de machinist de stoel verlaat.
6.6.F SCHAKELAAR ACHTERUITDRAAIEN (ALLEEN OP DE SPORT 200 EN MAGNA
250) ________________________________________________________________
Wisselt de richting van de cilinderrotatie om
achteruitdraaien mogelijk te maken.
Door de oranje knop op de tuimelschakelaar op het
bedieningspaneel terug te schuiven en de schakelaar
achteruitdraaien in te drukken wordt het achteruitdraaien
geactiveerd. Als het achteruitdraaien voltooid is, zet u de
schakelaar terug in de normale bedieningsstand en de
blokkering schakelt weer in.
6.7.G ACHTERUITSCHAKELAAR 4-WIELAANDRIJVING __________________________
Schakelt de vierwielaandrijving in terwijl het voertuig
achteruitrijdt. De schakelaar moet ingeduwd blijven om te
werken.
6.8.H LICHTSCHAKELAAR (OPTIONEEL) ______________________________________
Schakelt de weglichten in en uit.
Positie 1. UIT
Positie 2. Zij/markeerlichten
Positie 3. Hoofdlamp.
Opmerking: voor positie 3 moet de ontsteking zijn
ingeschakeld.