Operation Manual
6. MËTER POSÏ
r-@
s-L-{9
L**@
fi, §ÏUUR§TAH§
Iterrijder
eerst de
4 6*kant
bouten
(38),
4
vooninggn
(37)
anq
gsbogsn
ringon
(36)
die ziJn voorgernonteerd
op
-
de etuurstang
(13)
met
behulp van
de
imbuaspanner.
Draai de
weerstrnd
naar
het mininun
(§tand
l)
zodat
de weerstandskabel
het langst
is. Duw
de
stuurstangbehuizins
(39)
een
kl*in beetje
naar boven.
Yerbind de
bovenste
sensorkabel
('ï1)
mst
d6 ondelste
{80};
verbind de
bovenstë weërstandskabel
{16}
met
de
ondercte
(72).(&E)
Bevestig
de
stuurstang
in het
frame
met
behulp van
de
verwijdorde
bouten
en
ringen. Zie afbeeldins.
Plaats
de behuizins
(39)
ryeer
terug.
Ë
@
@
[L
4pcs
4pc§ 4pcs
7.
STUUR
Plaats het stuur
(4)
in
de
bevestiging
en
plaats
het aÍdekstuh hiErover heen.
Zat
het stuur in
de
gewenste
positie.
Zet dit
sterris
vaut
met
behulp van de
(71)
de busjes
(7O),veening (S7)
sn
plÉtte
ring
(69).
(&lU
10










