Operation Manual

34
www.pridemobility.com Lunetta
PINNEN
GROEVEN
Scheiding van het frame
1. Druk op de zitting van de stoel om het achterdeel
van de scooter naar achteren te draaien totdat
deze loodrecht op de achterbumper staat. Zie
figuur 21.
2. Til de voorkant van de scooter op totdat de lager
gelegen pinnen niet meer in de groeven vallen.
Zie figuur 22.
3. Til voorzichtig de voorkant in verticale richting
weg van de achterkant.
MONTAGE
1. Plaats de voor- en achterkant van uw
Scootmobiel zoals te zien is in figuur 23.
2. Gebruik de stuurkolomhendel om de voorkant op
te tillen als u de lager gelegen groeven van de
voorkant op één lijn brengt met de
corresponderende pinnen op het voorste gedeelte
van de achterkant van de scooter. Zie figuur 22.
3. Terwijl u de stoelzitting vasthoudt, draait u lang-
zaam de achterkant van de scooter naar voren tot-
dat de gebogen haakjes ter vergrendeling totaal
aansluiten op de bovenste pinnen van de achter-
kant van de scooter. Zie figuur 22.
4. Til het stuur omhoog.
5. Vergrendel de hendel op de bodemplaat. Zie
figuur 19.
Breng de gesp naar beneden.
Druk de hendel terug zodat deze in het slot valt.
6. Maak de behuizing van de motor en de beide
behuizingen van de batterijen vast.
7. Sluit het acculader port harnas, achter-naar-voren
harnas en beide batterijen harnassen aan.
8. Sluit de achterverlichting harnassen aan.
9. Herinstalleer de achterversterking en verzeker
het door de versterking sloten vast te draaien.
10. Plaats de stoel terug en draai eraan totdat deze in
de vergrendeling vastzit.
Figuur 23. Frame Helften
Figuur 21. Geraamte Plaatsing
Figuur 22. Geraamte Sluiting
WAARSCHUWING! Plaats het achter-
naar-voren harnas zodat het niet tus-
sen de geraamte helften komt
geklemd wanneer het achter stuk
naar voren draait.
MOTOR BEHUIZING
VII. DEMONTAGE EN MONTAGE
Het losmaken van de hendel op de bodemplaat
1. Druk de knop in om de hendel op de bodemplaat te ontgrendelen terwijl u de hendel naar achteren
duwt. Zie figuur 19.
2. Trek de gesp van de hendel helemaal over de hendel heen. Zie figuur 20.
3. Beweeg de stuurkolom naar beneden op de bodemplaat en draai de instellingsknop van de stuurkolom goed vast.