Operation Manual

5
Luna
II. VEILIGHEID
U dient alle veiligheidsvoorschriften en productinformatie in deze handleiding eerst goed te lezen, te begrijpen
en op te volgen, voordat u voor het eerst uw scooter gaat gebruiken. Hieronder volgen enkele veiligheidstips
die bedoeld zijn om u bekend te maken met het gebruik van uw nieuwe scooter.
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
Transport in een rijdend voertuig
Gebruik uw scooter nooit als zitje in een rijdend voertuig. Uw scooter is er niet voor ontworpen en kan u
niet beschermen bij een ongeluk of plotseling remmen.
WAARSCHUWING! Verzekert uzelf dat uw scooter altijd goed vastgezet is tijdens transport. Indien u
dit nalaat, kan dit leiden tot persoonlijk letsel en/of beschadiging van uw scooter.
Ondanks dat uw scooter voorzien kan zijn van een gordel, is deze gordel niet ontworpen om u te beschermen
tijdens transport in een voertuig.
Overtuigt u zich ervan dat de batterijen goed vastzitten of haal ze uit de scooter, voordat u de scooter in het
voertuig laadt voor transport.
Maximaal draaggewicht
Uw Luna is berekend op een maximaal draaggewicht van 160 kg.
WAARSCHUWING! Neem onder geen enkele omstandigheid passagiers mee op uw scooter. Het
verhogen van het te dragen gewicht, maakt uw garantie ongeldig en kan resulteren in persoonlijk
letsel en/of schade aan uw scooter.
Openbare wegen en parkeerplaatsen
WAARSCHUWING! Gebruik uw scooter niet op autowegen en autosnelwegen. U dient zich er
bewust van te zijn, dat het voor het verkeer moeilijk is u te zien, als u op uw scooter zit. Gedraagt
u zich als voetganger. Wacht bij het oversteken tot de weg vrij is en steek dan over met grote
voorzichtigheid.
WAARSCHUWING! Scootmobiel-berijders zijn verplicht licht te voeren wanneer het zicht beperkt
is. Het niet voeren van licht onder de genoemde omstandigheid kan leiden tot persoonlijk letsel.
Anti-kiep Maatregelen
n Houd ten alle tijden beide handen op het stuur en uw voeten op de bodem, terwijl u uw scooter gebruikt.
n Neem alle voorzichtigheid in acht, indien u naast een stoeprand, onbeschermde rand of langs trappen
rijdt.
n Rijd nooit een helling schuin op of af, maar altijd recht; stop niet, indien mogelijk, maar rijd door.
n Matig uw snelheid als u een bocht nadert.
n Rijd langzaam terwijl u een bocht maakt.