Display-symbolen Fabrikant: Aanduiding voor een permanente hartslagmeting. Dit symbool knippert met de snelheid van uw hart. Polar Electro Oy Betekent dat er tenminste 5 seconden geen hartslag is waargenomen. Professorintie 5 -- FIN-90440 KEMPELE Geeft aan dat er geen hartslag ontvangen wordt. Houd de polsunit dicht bij het Polar logo op de borstband op uw borst. De polsunit zoekt opnieuw het hartslagsignaal.
Wegwijzer Snel van start Infrarood scherm Time of Day File Measuring Mode Recorded Information Options Tests Connect Op. Test Infrared Communication Scroll Up / Down STOP - Verlaat de huidige functie. Fit. Test Recording Mode Beste Polar gebruiker, OK Op. Test Reset Monitor Set Sound On/OFF Watch Set Exercise Set Alarm BasicUse, E0 Time 1/2 ExeSet 1, E1 Units 1/2 Date E2 Remind On/OFF E3 Memory Set Rec.
Met de functies van deze hartslagmeter beschikt u over diverse mogelijkheden om uw trainingsschema aan uw persoonlijke wensen aan te passen. Raadpleeg de sectie “Wat u allemaal kunt doen met uw running/fietscomputer" voor meer informatie over de verschillende functies. Deze gebruiksaanwijzing bevat informatie voor zowel de Polar S625X™ als de Polar S725X™. De blauwe tekst is uitsluitend van toepassing op de loopfuncties. De tekst met een grijze achtergrond is uitsluitend van toepassing op de fietsfuncties.
INHOUDSOPGAVE De blauwe tekst is uitsluitend van toepassing op de loopfuncties. De tekst met een grijze achtergrond is uitsluitend van toepassing op de fietsfuncties. A. Aan de slag ................................... 5 Onderdelen van de running/ fietscomputer en hun functies ........... 5 De knoppen en hun functies ................................................. 6 Snel van start ....................................... 8 Voorbereiden van de polsunit .......
Loopinstellingen ................................ 38 Automatisch kalibreren ................ 39 Handmating kalibreren ................ 40 Instellen van de fietsfunctie ............. 40 Aanpassen van de wielgrootte .... 41 Trapfrequentie aan/uit ................. 42 Vermogen aan/uit ......................... 43 Benoemen van Fiets 1 en Fiets 2 . 44 Display-instellingen ........................... 45 In- en uitschakelen van het geluidssignaal ................................ 45 De maateenheid selecteren ......
D. Opvragen van de trainingsgegevens ................. 71 Trainingsbestand ............................... 72 Trainingsduur ..................................... 73 Herstelinformatie van de BasicSet ... 73 Trainingsafstand ................................ 73 Tempo-informatie .............................. 73 Snelheidsgegevens ............................ 73 Trapfrequentiegegevens ................... 73 Hoogte ................................................ 74 Temperatuur ...................................
A. AAN DE SLAG Onderdelen van de running/ fietscomputer en hun functies De elektroden van de borstband registreren uw hartslag. Het zendgedeelte zendt uw hartslag naar de polsunit. De polsunit registreert en geeft tijdens het sporten de hartslag- en loop-/fietsgegevens weer. Voer uw gebruikersgegevens in de polsunit in en analyseer de trainingsgegevens als u klaar bent. De S625X set bestaat uit de Polar S1™ snelheid- en afstandsensor, die zendt uw loopsnelheid en afstandsmetingen naar de polsunit.
De knoppen en hun functies Signal/ Light Schakelt het geluidssignaal aan of uit (=on/off). Verlicht het display. Stop Stopt de hartslagmeting. Verlaat de huidige hoofdfunctie en keert terug naar het voorgaande functieniveau. Keert vanuit elke hoofdfunctie terug naar de tijdweergave. OK 6 Start de hartslagmeting (start). Activeert de functie die op het lagere niveau wordt weergegeven (start). Legt de selectie vast (ok). Registreert informatie per ronde (lap).
Infrarood scherm Up Naar de volgende functie. Verhoogt de geselecteerde waarde. Reset Reset de gegevens in de running/fietscomputer. Down Naar de voorgaande functie. Verlaagt de geselecteerde waarde. Handige tips • Een knop die kort wordt ingedrukt (ongeveer 1 seconde) activeert andere functies dan een knop die langer wordt ingedrukt (2 tot 5 seconden). Als een knop langer wordt ingedrukt, worden de snelstart-opties gebruikt.
Snel van start Voorbereiden van de polsunit 1. Het display van de polsunit is bij verzending blank. U activeert de polsunit door twee maal op de OK-knop van de polsunit te drukken. Op het display verschijnt de tijdweergave. Dit is een eenmalige procedure; als de polsunit eenmaal is geactiveerd, kan deze niet meer uitgeschakeld worden. 2. Met de standaardinstellingen kunt u uw hartslag direct meten.
De Polar S1 snelheid- en afstandsensor bevestigen Houd de rode knop ingedrukt om de S1 snelheid- en afstandsensor te activeren of deactiveren. Als er een groen lampje gaat knipperen, kunt u de snelheid- en afstandsensor aan uw schoen bevestigen. Als er geen groen lampje gaat knipperen, begint u met de procedure Batterij van de S1 snelheid- en afstandsensor plaatsen. Batterij van de S1 snelheid- en afstandsensor plaatsen De levensduur van de batterij van de sensor is gemiddeld 20 gebruiksuren.
1 2 3 4 4 10 3 De S1 snelheid- en afstandsensor bevestigen 1. Verwijder de houder van de snelheiden afstandsensor door de kunstof clip los te maken. 2. Maak uw schoenveters los en leg de houder onder de veters. Maak uw schoenveters vast. 3. Bevestig de snelheid- en afstandsensor aan de houder door het voorste deel (bij de rode knop) van de sensor in de houder te plaatsen en vervolgens de kunstof clip vast te maken.
Als u de Polar S725X/S625X gebruikt met de Polar Power Output Sensor, bekijk dan de stuurhouder en sensor installatie instructies in de Polar Output Sensor gebruiksaanwijzing. Als u de Power Sensor gebruikt, dan hoeft u geen andere sensoren te installeren op uw fiets. Bevestigen van de Polar Stuurhouder Gebruik tie raps om de stuurhouder stevig te bevestigen op de rubberen strip.
4 A 5 of 4. B 5. In de verpakking vindt u 2 verschillende spaakmagneten die op twee manieren te installeren zijn. U hoeft er slechts één te installeren. De ene magneet wordt bevestigd door deze om de spaak te draaien voordat u de metalen kap erop plaatst en de andere door de schroef vast te draaien. De magneet moet in de richting van de Snelheid Sensor wijzen. Plaats de magneet en de sensor zodanig ten opzichte van elkaar dat ze vlak langs elkaar bewegen, maar elkaar niet raken.
Dragen van de borstband 1. 2. 3. 4. Maak de delen van de elastische bandje die de elektroden bevatten vochtig met water. Zorg dat deze goed vochtig zijn. Verbind het zendgedeelte met het elastische bandje. Verbind de letter L van het zendgedeelte met de LEFT op het elastische bandje en klik de sluiting dicht. Stel de lengte van het elastische bandje zo in dat de borstband strak maar comfortabel zit.
4. 5. Druk op OK om de hartslagmeting te starten. Op het display begint een hartsymbool te knipperen en binnen 15 seconden wordt uw hartslag in slagen per minuut weergegeven. Druk opnieuw op OK. De stopwatch begint te lopen en u kunt beginnen met sporten. De trainingsgegevens worden alleen in een bestand opgeslagen als de stopwatch is ingeschakeld. Stoppen van de hartslagmeting 1. 2. Druk op de stop-knop. De stopwatch en andere functies stoppen.
Wat u allemaal kunt doen met uw running/fietscomputer Hieronder vindt u een kort overzicht van de hoofdfuncties van de polsunit en de verschillende functies die via deze polsunit beschikbaar zijn. 1. TIJDWEERGAVE Met deze functie kunt u de running/fietscomputer gebruiken als horloge. De tijd, de datum, de dag van de week, een alarm en twee verschillende tijdzones kunnen worden weergegeven.
A. BasicUse is de gemakkelijkste manier om te beginnen, omdat u niet verschillende hartslag-/tempolimieten of timers hoeft in te stellen. Als u begint met de meetfunctie en BasicUse kiest, kunt u direct beginnen. U kunt verschillende soorten gegevens met betrekking tot uw hartslag of fietsactiviteiten weergeven op de polsunit. B. De Vrij programmeerbare BasicSet biedt u de mogelijkheid om drie verschillende functies in te stellen waarmee u de trainingssessie kunt beheren. 1.
4. FILE (ZIE SECTIE D. OPVRAGEN VAN TRAININGSINFORMATIE) Via deze functie kunt u uw trainingsinformatie opvragen. De running/fietscomputer slaat in de registratiefunctie (stopwatch ingeschakeld) maximaal 99 bestanden met trainingsgegevens op. 5. OPTIES/OPTIONS (ZIE SECTIE B. INSTELLINGEN) Via de Options-functie kunt u al uw persoonlijke instellingen opgeven, zodat u de running/fietscomputer optimaal kunt gebruiken.
7. GEGEVENSOVERDRACHT/CONNECTION (ZIE AFZONDERLIJKE CD-ROM SET) Via de gegevensoverdrachtsfunctie kunt u de geregistreerde trainingsgegevens van het geheugen van uw polsunit downloaden naar de pc, waar deze gegevens meer uitgebreid kunnen worden geanalyseerd. U kunt ook instellingen voor de polsunit uploaden van de pc. U kunt de bovenstaande bewerkingen alleen uitvoeren als u de Polar Precision Performance software hebt.
B. INSTELLINGEN In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u handmatig - met behulp van de knoppen op de polsunit - gegevens kunt invoeren. De Polar running/fietscomputer biedt u echter ook een andere en snellere methode: bereid uw instellingen voor met Polar Precision Performance software en zend deze van de computer naar de polsunit. Raadpleeg de bijgesloten cd-rom set voor informatie over de mogelijkheden van infrarood communicatie.
Instellen van de gebruikersgegevens Options User Set kg/lbs cm/ feet inch Birthday Sex Activity HRmax VO2max In de User Set-functie kunt u alleen naar de volgende stap door op OK te drukken. De cijfers veranderen sneller als u scroll up of scroll down ingedrukt houdt. Laat de knop los als u de gewenste waarde nadert. De maateenheid kan in Options/ Monitor Set/ Units 1 of Units 2 worden geselecteerd.
Gewicht (kg of pond) 5. Druk op scroll up of scroll down om uw gewicht in te stellen. Druk op OK. Lengte (cm of ft/ inch) 6. Druk op scroll up of scroll down om uw lengte in te stellen. Druk op OK. Geboortedatum (Birthday) Units 2: volgorde is 7. Druk op scroll up of scroll down om uw maand - dag - jaar geboortedatum in te stellen. Druk op OK. 8. De maand wordt weergegeven. Druk op scroll up of scroll down om uw geboortemaand in te stellen. Druk op OK. 9. Het jaar wordt weergegeven.
Hoog (High) Top U sport heel regelmatig, ten minste 3 keer per week met een hoge inspanning. U loopt bijvoorbeeld 10 tot 20 km per week hard of besteedt 2 tot 3 uur per week aan een vergelijkbare lichamelijk inspanning. U traint tenminste 5 keer per week met een zware inspanning. U sport bijvoorbeeld om uw wedstrijdprestaties te verbeteren. Maximum hartslag (HFmax) 12.
Trainingsgegevens voor de registratiefunctie Bij het instellen van de trainingsvoorkeuren moet u eerst kiezen of u de persoonlijke trainingsset (EXERCISE-SET) gaat gebruiken of een training met de BasicUse-optie gaat doen. Als u kiest voor de persoonlijke trainingssets, dan moet u vervolgens aangeven of u een Interval Training Set of de de BasicSet wilt selecteren. Selecteren van het type training BasicUse (E0) BasicUse is een eenvoudige functie voor het sporten. U hoeft namelijk geen waarden in te voeren.
Instellen van trainingssets U kunt vooraf direct vijf trainingssets instellen; selecteer één van deze sets bij aanvang van een bepaalde training.
1. 2. 3. 4. Druk op scroll up of scroll Options down totdat de aanduiding OPTIONS (=opties) wordt weergegeven. Exercise Set Druk op OK om de Optionsfunctie binnen te gaan. Op E4 E5 E0 E1 E2 E3 het display wordt de aanduiding EXERCISE SET (=instellen training) weergegeven. Druk op OK om het instellen van de training te starten. BasicUse E0 of training E1 - E5 wordt weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat het gewenste trainingstype wordt weergegeven. Druk op OK.
Instellen van de timers Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. Druk op scroll up of scroll down totdat de gewenste timer wordt weergegeven. Druk op OK om het instellen van de timer te starten. 7. Druk op scroll up of scroll down om de timer aan of uit (=On/OFF) te zetten. Druk op OK. Timer uit (= OFF): Sla stap 8 en 9 over. 8. Druk op scroll up of scroll down om het aantal minuten in te stellen. Druk op OK. 9.
9. Druk op scroll up of scroll down om het aantal minuten in te stellen. Druk op OK. 10. Druk op scroll up of scroll down om het aantal seconden in te stellen. Druk op OK. 11. Druk op scroll up of scroll down om de tolerantiewaarde voor het maximale tempo in te stellen in seconden. Druk op OK. De tolerantiewaarde is de tijd die het tempo mag afwijken van het vooraf ingestelde maximale tempo.
Instellen van de herstelberekening U kunt in een BasicSet twee optionele herstelberekeningen selecteren: A. Herstel op basis van tijd B. Herstel op basis van hartslag Stopt uw herstel als uw vooraf ingestelde hersteltijd is bereikt. Stopt uw herstel als uw vooraf ingestelde herstelhartslag is bereikt. Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. Druk op scroll up of scroll down totdat Recovery TIMER/ Hr wordt weergegeven. 7.
Instellen van het soort interval U kunt vier soorten intervallen selecteren: A. Interval op basis van tijd B. Interval op basis van hartslag C. Interval op basis van afstand D. Handmatig interval Beëindigt het interval als de geselecteerde tijd is verstreken. Beëindigt het interval als de geselecteerde hartslag is bereikt. Als u kiest voor interval op basis van hartslag, moet de herstelberekening op On (=aan) gezetworden. Beëindigt het interval als de geselecteerde afstand is bereikt.
A. Interval op basis van tijd 8. Druk op scroll up of scroll down om het aantal minuten in te stellen. Druk op OK. 9. Druk op scroll up of scroll down om het aantal seconden in te stellen. Druk op OK. Op het display wordt de aanduiding Interval TIMER (=intervaltimer) weergegeven. Of B. Interval op basis van hartslag 8. Druk op scroll up of scroll down om de hartslag in te stellen waarbij het interval moet eindigen. Druk op OK. Op het display wordt de aanduiding Interval Hr (=intervalhartslag) weergegeven.
Instellen van de herstelberekening (Recovery) A. Herstel op basis van tijd B. Herstel op basis van hartslag C. Herstel op basis van afstand Stopt uw herstel als uw vooraf ingestelde hersteltijd is bereikt. Stopt uw herstel als uw vooraf ingestelde herstelhartslag is bereikt. Stopt uw herstel als de vooraf ingestelde afstand is bereikt. Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. Druk op scroll up of scroll down totdat Recovery TIMER/ Hr/ DIST wordt weergegeven. 7.
Of Eenheden 2: miles en feet C. Op het display wordt de aanduiding Rec. Dist. (=herstelafstand) weergegeven. 10. Druk op scroll up of scroll down om de kilometers aan te passen. Druk op OK. 11. Druk op scroll up of scroll down om de honderden meters aan te passen. Druk op OK. Op het display wordt de aanduiding Recovery Dist (=herstelafstand) weergegeven. Om door te gaan met het invoeren van uw gegevens, kan op de stop-knop worden gedrukt.
Geheugen-instellingen 1. 2. 3. 4. 5. Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding OPTIONS (=opties) wordt weergegeven. Druk op OK om de Options-functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET (= instellen geheugen) weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding MEMORY SET. Druk op OK om het instellen van het geheugen te starten. Op het display wordt de aanduiding Rec. Rate (=registratie interval) weergegeven.
In de volgendetabel zijn de maximale trainingstijden opgenomen voor elk registratieinterval.
Functies in- en uitschakelen Options Function Set OwnCal On/OFF 1. 2. 3. 4. Tests On/OFF HRmax-p On/OFF Altitude On/OFF AutoLap On/OFF Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding OPTIONS (=opties) wordt weergegeven. Druk op OK om de Options-functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET (=instellen training) weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding FUNCTION SET (=instellen functie) wordt weergegeven.
Fitness test aan/uit Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 4. 5. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding Fit. Test (=conditietest) wordt weergegeven. 6. Druk op OK om het instellen van de Polar Fitness Test te starten. Op het display begint de aanduiding On/OFF te knipperen. 7. Druk op scroll up of scroll down om Polar Fitness Test aan of uit (=On/OFF) te zetten. Druk op OK.
Als vuil de luchtdrukkanalen blokkeert, stuur uw polsunit dan naar een Polar Service Center. Stop geen objecten in de openingen. Wij adviseren u telkens de hoogte opnieuw in te stellen, wanneer u een betrouwbaar referentiepunt tegenkomt. Kalibreer de hoogtemeter voor elke training, voor de meest accurate hoogtemeting. U kunt de thermometer alleen gebruiken als de hoogtemeter is ingeschakeld.
Instellen van de snelheidsfunctie Options Speed Set Speed OFF 1. 2. 3. 4. 5. Run On Bike 1/2 Foot pod calibration Wheel Cadence On/OFF Power On/OFF Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding OPTIONS wordt weergegeven. Druk op OK om de Options-functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding SPEED SET wordt weergegeven.
U kunt de S1 snelheid- en afstandsensor kalibreren door met een gelijkmatig tempo een vooraf ingestelde afstand te rennen, bijvoorbeeld drie rondjes op een baan van 400 meter, of door de kalibratiefactor met de hand aan te passen. Automatisch kalibreren De minimale afstand voor Als u begint met de tijdweergave op het display, een kalibratie is 1200 meter herhaalt u stap 1 tot en met 5. ( 0.75 miles) / 3 rondjes op 6. CALIBRATE? SPEED wordt weergegeven. Druk op OK. een 400 meter baan. 7.
Handmatig kalibreren Pas de Set Factor aan naar een waarde van 1000 voor handmatige kalibratie. De kalibratiefactor wordt berekend als een verhouding tussen de werkelijke afstand en de niet-gekalibreerde afstand. Als u bijvoorbeeld 1200 meter hebt gelopen en op de polsunit een afstand van 1180 meter wordt aangegeven, wordt de kalibratiefactor berekend als 1200/1180 x 1000= 1017. Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. CALIBRATE? SPEED wordt weergegeven.
Aanpassen van de wielgrootte (Wheel) Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. Begin met de aanduiding Wheel op het display. 7. Druk op OK om de wielgrootte in te stellen. 8. Druk op scroll up of scroll down om de wielgrootte aan te passen. Druk op OK. U heeft de volgende mogelijkheden om achter het formaat van uw wiel te komen: METHODE 1. Kijk op het wiel van uw fiets en onderzoek of de diameter op het wiel gedrukt staat.
METHODE 2. Markeer eerst het loopvlak van uw voorwiel met een streep. U kunt ook het ventiel gebruiken als markering. Trek op gelijke hoogte een lijn op de grond. Duw op een vlakke ondergrond uw fiets één complete omwenteling van het wiel vooruit. Controleer dat uw wiel loodrecht op de grond staat. Trek nu nog een lijn op de grond, precies op de plaats waar de streep op het wiel de grond raakt. Meet de afstand tussen de twee lijnen op de grond om de omtrek van het wiel te bepalen.
Vermogen* aan/uit (Power) Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 5. 6. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding Power wordt weergegeven. 7. Druk op OK om het instellen van het geleverd vermogen te starten. Op het display begint de aanduiding On/OFF te knipperen. 8. Druk op scroll up of scroll down om het geleverd vermogen aan of uit te zetten. UIT (=OFF): Sla de rest van de instellingen voor geleverd vermogen over. 9. C. weight wordt weergegeven.
Benoemen van Fiets 1 en Fiets 2 U kunt de fietsen namen geven van vier letters, cijfers of tekens. De aanduiding rechtsonder in het display geeft aan welke fietsinstellingen in gebruik zijn. (--=snelheid uit, b1= fiets 1, b2=fiets 2) 1. Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding OPTIONS wordt weergegeven. 2. Druk op OK om de Options-functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET weergegeven. 3.
Display-instellingen 1. 2. 3. 4. Begin met de tijdweergave op Options het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding OPTIONS (=opties) Monitor Set wordt weergegeven. Druk op OK om de OptionsSound On/OFF Units 1/2 Help On/OFF functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET (=instellen training) weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding MONITOR SET (=instellen display-instellingen) wordt weergegeven.
6. 7. Druk op OK om het instellen van de eenheden te starten. Op het display begint de aanduiding 1 (kg/ cm) of 2 (lbs/ ft) te knipperen. Druk op scroll up of scroll down om de gewenste eenheid te selecteren. Druk op OK.
Instellen van het horloge 1. 2. 3. 4. Begin met de Options tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down Watch Set totdat de aanduiding OPTIONS (=opties) Alarm Time 1/2 Date Remind On/OFF wordt weergegeven. Druk op OK om de Options-functie binnen te gaan. Op het display wordt de aanduiding EXERCISE SET (=instellen training) weergegeven. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding WATCH SET (=instellen horloge) wordt weergegeven.
Instellen van de tijd (TIME) Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 4. 5. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding TIME 1 of TIME 2 (=tijd 1/ tijd 2) wordt weergegeven. 6. Druk op OK om het instellen van de actuele tijd te starten. 7. Op het display knippert de aanduiding TIME 1 of TIME 2. Druk op scroll up of scroll down om tijd 1 of tijd 2 te selecteren. Druk op OK. 8. Op het display begint de aanduiding 12h (= 12 uur) of 24h (=24 uur) te knipperen.
In- en uitschakelen van de reminders (REMIND) Als u begint met de tijdweergave op het display, herhaalt u stap 1 tot en met 4. 5. Druk op scroll up of scroll down totdat REMIND wordt weergegeven. 6. Druk op OK om het instellen van de reminders te starten. 7. Druk op scroll up of scroll down totdat de gewenste reminder wordt weergegeven. Het nummer van de reminder wordt in de hoek van het display weergegeven. 8. Druk op OK. De aanduiding On/OFF (= aan/uit) begint te knipperen. 9.
Tips voor het instellen Tijd 1 of tijd 2 selecteren Druk vanuit de tijdweergave op scroll down en houd de knop ingedrukt. Time 1 of Time 2 wordt gedurende een paar seconden op de bovenste regel weergegeven. De weergegeven tijd is de tijd die nu voor alle horloge- en alarmfuncties wordt gebruikt. Als Time 2 wordt geselecteerd, verschijnt rechtsonder op het display met de tijdweergave een 2.
C. TRAINING De tijd Meetfunctie Registratiefunctie Tijdens de training kunnen twee functies worden gebruikt: De Meet- of de Registratiefunctie. In de Meetfunctie kunt u uw hartslag zien maar uw training wordt niet opgeslagen in het geheugen. In de Registratiefunctie wordt uw training opgeslagen en worden de stopwatch en andere berekeningen gestart. Meetfunctie 1. 2. • • Draag de borstband en de polsunit zoals beschreven in het hoofdstuk “Snel van start”.
3. Begin met de tijdweergave op het display en druk op OK om de hartslagmeting te starten. Op het display begint een hartsymbool te knipperen en binnen 15 seconden verschijnt uw hartslag in slagen per minuut. De polsunit keert binnen 5 minuten automatisch terug naar de tijdweergave als er geen hartslaggegevens worden ontvangen.
Als u loop- (=ru) en hoogte-instellingen heeft gekozen, veranderen de volgende displays wanneer u de Meetfunctie start. Naam van training Resterend geheugen Snelheid type Hoogte Tijd Huidige hartslag Gebruikte trainingsset (E1-E5)/ BasicUse (E0) Registratie-interval Loopfunctie aan Als u niet aan het loopfunctie niet gebruikt, kunt u de loopinstellingen uitschakelen door scroll down ingedrukt te houden. Herhaal dit totdat -- wordt weergegeven. Het systeem heeft dan meer geheugen ter beschikking.
Als u Fiets 1 (=b1) of 2 (=b2) en hoogte-instellingen heeft gekozen, veranderen de volgende displays wanneer u de Meetfunctie start.
Registratiefunctie (= Trainingsregistratie) Controleer of er voldoende geheugen beschikbaar is voordat u begint met registreren. Deze informatie wordt bij de meetfunctie weergegeven in de bovenste rij. Begin met de tijdweergave op het display en houdt OK ingedrukt. De trainingsgegevens worden alleen in een trainingsbestand opgeslagen wanneer de stopwatch loopt. De doorlopende registratie wordt aangeduid met een grafische balk die constant op het display meeloopt.
Als er geen of onjuiste loopsnelheid wordt weergegeven op het display, controleer het volgende: • Houd afstand met andere lopers die de snelheid- en afstandsensor gebruiken. • Als u de polsunit langer dan 15 seconde voor u houdt, dan stopt de snelheid- en afstandmeting. Beweeg uw hand (polsunit) om de meting te reactiveren. In- of uitschakelen van het alarm van de trainingszone Let op: u kunt het alarm niet gebruiken wanneer de fietsfuncties aan zijn.
Wisselen van hartslag / tempo limieten Houd scroll up ingedrukt. Herhaal dit totdat de gewenste limieten worden weergegeven. In de Interval Training-functie worden de limieten automatisch gewisseld als de trainingsfase verandert. Afhankelijk van de geselecteerde training zijn er drie optionele Registratiefuncties: • BasicUse • Interval Training Set (Int On) • BasicSet (Int OFF) De volgende functies kunnen tijdens elk van de drie optionele Registratiefuncties worden gebruikt.
Opslaan van de ronde- en tussentijd Druk op OK om de ronde- en tussentijd op te slaan. 1e display Rondetijd dan 2e display Tussentijd Gemiddelde hartslag tijdens de ronde Rondenummer De polsunit slaat automatisch de rondetijd op wanneer u stopt met de trainingsregistratie. De polsunit slaat 99 ronden op mits de intervalfunctie niet is gebruikt. Als er 99 ronden zijn opgeslagen, wordt na elke ronde gedurende een paar seconden FULL weergegeven. Nieuwe rondegegevens worden dan niet meer opgeslagen.
De weergegeven trainingsgegevens verwisselen Door het indrukken van scroll down kunnen de acht weergavenopties worden verwisseld. De polsunit slaat de bovenste en onderste rij weergaves op voor de zes display mogelijkheden. Als de Help-functie is ingeschakeld, verschijnt de naam van de geselecteerde functie voor een paar seconden op het display. Wanneer u de volgende keer de training start, verschijnt de stopwatch op de middelste rij. De opgeslagen functies verschijnen op de bovenste en onderste rij. 1.
Als de Interval Trainer aan (=On) staat, heeft u een extra display. U kunt de onderste rij van deze weergave wijzigen. Zie ook “Trainen met Interval Training Set” voor alternatieve faseweergaven. Naam van de fase Countdown timer U kunt de middelste en bovenste regel instellen voordat de stopwatch in de Meetfunctie wordt gestart of tijdens het trainen. 1. Selecteer de informatie die op de middelste regel moet worden weergegeven Druk op scroll down om de gewenste weergave te selecteren.
3. Selecteer de onderste regel Houd scroll down ingedrukt om het volgende te selecteren: Actuele hartslag, gemiddelde hartslag (avg) of in procenten van uw maximum hartslag (% max) mits uw gebruikersgegevens zijn ingesteld. Als u tempolimieten hebt ingesteld, dan kunt u ook de waarde voor het tempoverschil selecteren op de onderste regel. De weergegeven functie van de onderste regel kan alleen worden gewijzigd als de stopwatch aan (=On) staat.
Trainen met Interval Training Set (Int On, E1-E5) In deze functie kunnen ook de mogelijkheden worden benut die worden beschreven in het hoofdstuk “Registratiefunctie”. De Interval Trainer leidt u automatisch door uw training. Zorg dat het geluidssignaal aan (=On) staat zodat u de signalen hoort als de fase begint en eindigt. Als u de countdown timer van de trainingsfase heeft uitgeschakeld (=OFF), moet u de trainingsfase handmatig beëindigen door de OK knop ingedrukt te houden.
De warming-upfase 1. Eerst Hartslag- of tempolimieten 1 (indien aan [=On]). 2. Dan Countdown timer 1. Informatie over de hartslag. De countdown timer begint te lopen als timer 1 aan (=On) staat. Als de timer is uitgezet (=OFF), houd OK ingedrukt en ga verder met de intervalfase. 3. Aan het einde van de warming-upfase Duur van de warming-upfase. Gemiddelde hartslag tijdens de warming-upfase. De intervalfase De polsunit registreert maximaal 30 herhaalde intervalfases.
De intervalsessie 1. Eerst Vooraf ingestelde hartslag- of tempolimieten 2 (indien aan [=On]). 2. Dan Afhankelijk van uw instellingen wordt een van de volgende opties weergegeven: A. handmatig, B. op basis van tijd, C. op basis van hartslag of D. op basis van afstand. A. Het handmatige interval. Aantal ingestelde intervallen. Huidig intervalnummer. Interval tijd Informatie over de hartslag Als u de handmatige interval- functie geselecteerd heeft, eindigt u het interval door of houd OK ingedrukt. Of B.
3. Aan het eind van Interval Duur interval. Gemiddelde hartslag van het interval. Als het interval eindigt, gaat de polsunit automatisch door met de volgende vooraf ingestelde functie: herstelberekening of de cooldownfase. Herstelberekening Afhankelijk van uw instellingen wordt een van de volgende opties weergegeven: A. herstelberekening op basis van timer, B. op basis van hartslag of C. op basis van afstand. A. Herstelberekening op basis van tijd. Herstelcountdown timer. Actuele hartslag. Of B.
Aan het eind van herstel A. en B. Herstelhartslag of tijd. of Daling in de hartslag. C. Herstelafstand. De cool-downfase 1. Eerst Vooraf ingestelde hartslag- of tempolimieten 3 (indien aan [=On]). 2. Dan Countdown timer 3. Informatie over de hartslag De countdown timer begint te lopen als timer 3 aan (=On) staat. Staat de timer uit (=OFF), druk op OK om deze fase te eindigen. 3. Aan het einde van de cool-downfase Duur van de cool-downfase. Gemiddelde hartslag tijdens de cool-downfase.
Onderbreken van een intervaltraining 1. Druk op de stop-knop om de training te onderbreken. 2. Houd de stop-knop ingedrukt als u wilt terugkeren naar de tijdweergave. Of Druk op de stop-knop. Op het display wordt de aanduiding BasicUse weergegeven. U kunt uw hartslag in deze modus blijven meten (Meetfunctie) of de training vervolgen met BasicUse en uw trainingsgegevens opslaan. Druk op OK. U kunt de zelfde limieten van de voorgaande training gebruiken en afwisselen.
Starten van de herstelberekening Houd OK ingedrukt om de herstelberekening te starten. Zie ook “Trainen met Interval Trainer Set” en “Herstelberekening” voor de weergegeven informatie tijdens de herstelberekening. Na de herstelberekening wordt de trainingssessie onderbroken. U kunt de stopwatch opnieuw starten voor het vervolgen van de trainingssessie door na de herstelberekening op OK te drukken. Als u nog een herstelberekening wilt doen, worden de herstelgegevens als gevolg daarvan gewist.
De snelheidsfunctie verwisselen (--, ru, b1 of b2) Tips during the exercise Start met de Meetfunctie op het display. Houd scroll down ingedrukt tot Run Speed, Bike 1 of 2 of Speed off wordt weergegeven. U kunt de training nu beginnen met de gekozen instellingen. Zie de paragrafen “Starten van de registratie van de snelheidsgegevens” en “De weergegeven trainingsgegevens verwisselen” voor meer informatie over snelheidsmeting.
Onderbreken van de interval- of herstelberekening Houd OK ingedrukt tijdens de intervaltraining om de berekening te onderbreken. Het volgende deel begint automatisch. Bijvoorbeeld: Als u een interval onderbreekt, start de herstelberekening (indien aan [=On]) automatisch. Onderbreken van een fase of een intervaltraining Druk op de stop-knop om de fase te onderbreken. Houd OK ingedrukt. De volgende fase begint automatisch.
D. OPVRAGEN VAN DE TRAININGSGEGEVENS Zodra de stopwatch wordt gestart, slaat de polsunit de trainingsgegevens op. De informatie kan in de File-functie worden opgevraagd. De File-functie bevat meer dan 99 trainingsbestanden en een overzichtsbestand dat de totaal en maximale trainingswaarden bijhoudt. Time of Day File Options F99 ... Tests F1 Connect Records Uw eerste bestand is F1, daarna F2 enzovoort, tot u maximaal 99 trainingsbestanden heeft opgeslagen.
File (F1-F99) Exe. Time Als u een functie niet hebt geactiveerd in de instellingsfunctie (Settings), wordt deze informatie niet weergegeven in het geregistreerde bestand. Recovery Distance Pace Trainingsbestand 1. Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding FILE (=bestand) wordt weergegeven. 2. Druk op OK om de File-functie binnen te gaan. De belangrijkste informatie uit het complete bestand wordt weergegeven.
Trainingsduur (Exe. Time) De trainingsduur is de tijd die u heeft gesport met een lopende stopwatch. Gemiddelde en maximum hartslag tijdens de training worden afwisselend weergegeven. Druk op scroll up of scroll down om het hele bestand in te zien. Herstelinformatie van de BasicSet-training (Reco) Hersteltijd. Herstelduur. Daling in uw hartslag. Of Herstelhartslag. De tijd die er voor nodig was om de vooraf ingestelde hartslag te bereiken. Daling in de hartslag. Trainingsafstand (Exe.
Hoogte (Alt. Avg/ Max/ Min) Gemiddelde, maximale en minimale hoogte van de training. Temperatuur (°C of °F Avg/ Max/ Min) Gemiddelde, maximale en minimale temperatuur van de training. Geklommen meters/voet (Ascent) Het aantal geklommen meters/voet van de training. Vermogen* (Pwr Avg/ Max) Gemiddeld en maximaal geleverd vermogen voor de training. Pedalling index* (PI Avg/ Max) Gemiddelde en maximale pedalling index van de training.
Trainingsduur binnen, onder en boven de trainingszones Geeft de trainingsduur aan tijdens de training die binnen (InZone), boven (Above) en onder (Below) elke limiet werd gesport. De tijd binnen, boven en onder de limieten 1, 2 en 3 wordt alleen geregistreerd wanneer deze limieten zijn geactiveerd. De tijd binnen, boven en onder de overzichtslimieten (Summary Limits) wordt gedurende de gehele training geregistreerd, onafhankelijk van de limieten die zijn geactiveerd.
Totale afstand (Tot. Dist./Odometer) Deze functie telt vanaf de vorige reset van de waarde in het overzichtsbestand. In een loop overzichtsbestand wordt de waarde als totale afstand weergegeven en in fiets overzichtsbestand als odometer. Informatie over de intervaltraining (EXE. SET) Begin met de aanduiding EXE. SET op het display. 1. Druk op OK om de intervaltrainingsgegevens op te halen. 2. Druk op scroll up of scroll down voor informatie over de warming-up-, interval-en cool-downfase. F1-F99 EXE.
De cool-downfase (CoolDown) Duur van de cool-down. De hartslag aan het eind van de cool-down, gemiddelde en maximum hartslag tijdens de cool-downfase. 3. 4. 5. Druk op de stop-knop om naar het vorige bestandsniveau terug te keren en sla de stappen 4 - 6 over. Begin met de aanduiding interval op het display. Druk op OK om de details van elk interval en het herstel te zien. Druk op scroll up of scroll down tussen intervallen (Int) en herstel (Reco).
Herstelinformatie Herstel op basis van timer. Herstelduur. Daling in de hartslag. Of Herstel op basis van hartslag. De tijd die er voor nodig was om de vooraf ingestelde hartslag te bereiken. Daling in de hartslag. Of Herstel op basis van afstand. Herstelafstand. Daling in de hartslag. 6. Druk twee keer op de stop-knop om extra informatie op te vragen. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding LAPS wordt weergegeven.
Beste ronde Snelste ronde. Nummer van de snelste ronde. De informatie over de beste ronde is beschikbaar als tenminste 3 ronden zijn opgeslagen. De laatste ronde kan niet de beste zijn. Ronden Tussentijd. Rondetijd. Rondenummer. De hartslag aan het eind van de ronde, gemiddelde en maximum hartslag tijdens de ronde. Als de Help-functie is ingeschakeld, wordt in de bovenste rij de tussentijd afgewisseld met de Help-tekst.
Opgeslagen trainingsgegevens (SAMPLES) Controleer in het trainingsbestand de gedetailleerde informatie van de training. Begin met de aanduiding SAMPLES op het display. Het aantal opgeslagen trainingsbestanden wordt weergegeven. 1. 2. 3. 4. FILE F1-F99 SAMPLES Druk op OK om de opgeslagen trainingsgegevens van uw ... S1 S2 training in te zien. Het nummer van het trainingsbestand (S1 S99), de hartslag en de tijd waarop de trainingsgegevens zijn geregistreerd, worden weergegeven.
Alle bestanden verwijderen 1. Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down tot de aanduiding FILE wordt weergegeven. 2. Houd de signal/light-knop ingedrukt. Op het display wordt de aanduiding DELETE FILES weergegeven. 3. Druk op OK. De polsunit vraagt of u alle bestanden wilt verwijderen (Are you sure). 4. Druk op OK om alle trainingsbestanden te verwijderen. 5. Druk op de stop-knop om terug te gaan naar de tiijdweergave.
Overzichtsbestand (Records) Dit bestand wordt bijgewerkt iedere keer wanneer uw training wordt opgeslagen. 1. Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down tot de aanduiding FILE wordt weergegeven. 2. Druk op OK om de File-functie binnen te gaan. 3. Druk op scroll up of scroll down tot de aanduiding Records wordt weergegeven. 4. Druk op OK om het overzichtsbestand te openen. De aanduiding Tot. KCal wordt weergegeven.
De totaaltellers resetten naar nul Als een totaalteller eenmaal op nul is teruggezet, kan dit niet ongedaan worden gemaakt. Begin met de weergave Tot. KCal, Tot. Time, Run./Rid. Time of Odometer in het bestand. 1. Druk op OK om de gewenste totaalteller op nul terug te zetten. Op het display wordt de aanduiding Reset weergegeven en de waarde begint te knipperen. 2. Houd scroll down ingedrukt. Op het display begint de aanduiding Reset te knipperen.
Terugkeren naar uw eerdere maximale waarde Begin met de aanduiding Max Spd, Max Cad*, Max Alt of Max Pwr* op het display in the File-functie (records). 1. Houd de signal/light-knop ingedrukt om terug te keren naar de vorige waarde. De aanduiding Return OLd wordt weergegeven en de waarde begint te knipperen. 2. U kunt het resetten op dit punt nog annuleren door op de stop-knop te drukken. Druk op OK als u zeker weet dat u naar de vorige waarde wilt terugkeren. 3.
E. TESTS Als u nog geen gebruikersinstellingen hebt ingevoerd voordat u de Tests mode wilt gebruiken, dan komt u automatisch terug bij user settings. De Polar Fitness Test De Polar Fitness Test is een gemakkelijke, veilige en snelle manier om de individuele maximale aërobe conditie te schatten en om de verwachte maximum hartslag te bepalen. De Polar Fitness Test is bedoeld voor gezonde volwassenen.
Als u uw cardiovasculaire conditie wilt verbeteren, moet u gemiddeld tenminste 6 weken sporten voor een merkbaar verschil in uw OwnIndex. Minder fitte personen zien een sneller resultaat dan fitte personen, die hiervoor meer tijd nodig hebben. Hoe beter de cardiovasculaire fitness van een persoon is, des te kleiner zijn de verbeteringen in OwnIndex. Uw cardiovasculaire conditie verbetert het snelste door oefeningen waarbij u grote spiergroepen gebruikt.
Werwachte maximum hartslag (HFmax-p) De bepaling van de HFmax-p wordt tegelijkertijd met de Polar Fitness Test uitgevoerd. De HFmax-p score geeft een nauwkeuriger beeld van de individuele maximum hartslag dan de formule die op leeftijd is gebaseerd (220 minus leeftijd). De op leeftijd gebaseerde formule is een ruwe schatting en is derhalve niet erg nauwkeurig, met name voor mensen die al jaren fit zijn of voor ouderen.
Instellen van de fitness test Als u de Polar Fitness Test wilt uitvoeren, moet u in de Options-functie de volgende gegevens instellen: • • • Stel uw gebruikersgegevens en activiteitenniveau in. Zet de Polar Fitness Test aan (=On). Zet HFmax-p aan (=On) als u wilt weten wat uw maximum hartslag is. Uitvoeren van de fitness test Zorg ervoor dat u voldoet aan de volgende basisvereisten om betrouwbare testresultaten te krijgen. • • • • • 88 Zorg ervoor dat u ontspannen en kalm bent.
Time of day File Options Tests Op.Test 1. 2. 3. 4. Connect Fit. Test Op. Test reset Begin met de tijdweergave op het display. Druk op scroll up of scroll down totdat de aanduiding TESTS wordt weergegeven. Als u de Fitness Test-functie niet kunt vinden, controleer dan of deze functie in de Options-functie aan (=On) staat. Druk op scroll up of scroll Down tot FIT. TEST wordt weergegeven. Op het display worden de vorige OwnIndex en testdatum weergegeven.
De test onderbreken • U kunt de test op ieder gewenst moment beëindigen door op de stop-knop te drukken. Op het display wordt de aanduiding Failed TEST gedurende een paar seconden weergegeven. De vorige OwnIndex en HFmax-p worden niet vervangen. De test mislukt als de polsunit aan het begin of tijdens de test geen hartslag waarneemt. Controleer of de elektroden van het elastische bandje vochtig zijn en of de elastische band goed vastzit.
Leeftijd 1 (Age) zeer slecht 2 slecht 3 redeljik MANNEN 20-24 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49 50-54 55-59 60-65 < 32 < 31 < 29 < 28 < 26 < 25 < 24 < 22 < 21 32-37 31-35 29-34 28-32 26-31 25-29 24-27 22-26 21-24 38-43 36-42 35-40 33-38 32-35 30-34 28-32 27-30 25-28 VROUWEN Fitheidsklasse Het resultaat van de Polar Fitness Test - in de vorm van de OwnIndex - is het meest zinvol als u de individuele waarden en hun veranderingen vergelijkt.
Voor de verschillende fitheidsklassen bevelen wij het volgende aan: 5-7 4 1-3 Verhoog het aantal trainingsessies voor een betere gezondheid en conditie. Handhaaf de huidige trainingsgewoonte om een goede gezondheid te behouden. Voor verbetering van de conditie moet de training worden verzwaard. Houd de huidige trainingsgewoonten aan voor een goede gezondheid en conditie. 7 6 5 4 3 2 1 Topatleten scoren gewoonlijk OwnIndex-waarden boven de 70 (mannen) en 60 (vrouwen).
Trainingsoptimalisator Voor een succesvolle training is tijdelijke overbelasting noodzakelijk: langere trainingstijd, hoger inspanningsniveau of meer training in totaliteit. Om een ernstige vorm van overtraining te voorkomen, moet overbelasting altijd worden afgewisseld met een adequate herstelperiode. Als de herstelperiode onvoldoende is, kunt u in plaats van een verbetering prestatieverlies ervaren tengevolge van te hoge trainingsvolumes.
Basislijntesten Wanneer u de OwnOptimizer voor de eerste keer gaat gebruiken, moeten er zes basislijntesten worden uitgevoerd gedurende een periode van twee weken om uw persoonlijke basislijnwaarde te bepalen. Deze basislijnmetingen moeten worden uitgevoerd tijdens twee normale basistrainingsweken, niet tijdens weken van zware training. De basislijnmetingen moeten bestaan uit testen na de training en testen na hersteldagen.
De - - volgende basisvereisten gelden om betrouwbare resultaten te verkrijgen: Zorg ervoor dat u ontspannen en kalm bent. Eet, drink en rook niet 2 tot 3 uur voordat u de test uitvoert. U kunt de overtrainingstest overal uitvoeren, zoals thuis, op kantoor of op de fitnessclub, zolang de omgeving maar rustig is. Zorg ervoor dat er geen storende geluiden zijn (bijvoorbeeld tv, radio of telefoon) en dat er geen mensen tegen u praten. U kunt in een ontspannen houding gaan zitten of op bed gaan liggen.
5. Ga zitten of liggen, ontspan u en druk op de knop OK om de test te starten. Op de polsunit wordt Lay down (=ga liggen) weergegeven. Beweeg niet tijdens het eerste gedeelte van de test, dat 3 minuten duurt. 6. Na 3 minuten geeft de polsunit een signaal en wordt Stand up (=opstaan) weergegeven. Ga staan en blijf gedurende 3 minuten stilstaan. 7. Na 3 minuten geeft de polsunit weer een signaal en is de test voltooid. 8.
TrEffect / Training Effect (3) Uw hartslagtestwaarden zijn hoger dan gemiddeld. U hebt wellicht in de afgelopen dagen te intensief getraind. U hebt twee mogelijkheden: 1) gedurende één of twee dagen rusten of licht trainen of 2) gedurende één of twee dagen verder gaan met intensieve training en vervolgens goed herstellen. Andere stressbronnen en een beginnende koorts- of griepaanval kunnen eenzelfde soort reactie tot gevolg hebben.
OverReach / Overreaching (7) Uw OwnOptimizer-test geeft aan dat u een erg intensieve trainingsperiode van enkele dagen of weken achter de rug hebt. Uw hartslagtestwaarden zijn continu op een hoog niveau gebleven. Dit geeft overduidelijk aan dat u een volledige herstelperiode nodig hebt. Hoe langer u intensief hebt getraind, hoe langer de noodzakelijke herstelperiode is. Voer de test nogmaals uit na minstens twee dagen van herstel.
Uw lichaam moet weer volledig in evenwicht worden gebracht om van een toestand van parasympathische overtraining te herstellen. Het herstel kan enkele weken in beslag nemen. Ga niet trainen, maar houd in plaats daarvan gedurende het grootste gedeelte van de herstelperiode volledige rust. U kunt eventueel op sommige dagen een lichte aërobe training in korte sessies afwerken en slechts af en toe korte, zeer intensieve sessies hierin opnemen.
F. ONDERHOUD De Polar running/fietscomputer is een high tech product, dat het resultaat is van jarenlange ontwerpervaring en vakmanschap. Als u de running/ fietscomputer op de volgende manier zorgvuldig onderhoudt, kunt u jarenlang plezier hebben van dit product. Onderhoud van de Polar running/fietscomputer • Verwijder het zendgedeelte van het elastische bandje, wanneer u deze niet gebruikt. • Berg de running/fietscomputer en het elastische bandje op een droge, koele plaats op.
Batterijen Zendgedeelte De verwachte levensduur van de batterij van de borstband is 2 jaar (1 uur/ dag, 7 dagen/week). Als de borstband niet meer werkt, kan dat worden veroorzaakt door een lege batterij. We raden u aan om tijdens de garantieperiode van twee jaar de batterij alleen te laten vervangen door een erkend Polar Service Center. De aanspraak op garantie vervalt indien reparaties door derden worden verricht. U kunt echter ook de batterij zelf vervangen door de volgende instructies op te volgen.
OPMERKING: Open het afsluitklepje van de batterijhouder alleen wanneer u de batterij moet vervangen om een maximale levensduur te garanderen. We raden u nadrukkelijk aan om de afsluitring van het afsluitklepje elke keer te vervangen wanneer u de batterij vervangt. Deze afsluitringen/batterijsetjes zijn verkrijgbaar bij een erkend Polar Service Center. Batterijen dienen in overeenstemming met de plaatselijke regelgeving te worden afgevoerd.
Polsunit De verwachte levensduur van de batterij van een polsunit is 2 jaar bij normaal gebruik (2 uur per dag, 7 dagen per week). Veelvuldig gebruik van de verlichting en het alarmsignaal zal de levensduur van de batterij verkorten. Maak de Polar polsunit niet zelf open. De batterij mag alleen worden vervangen door een erkend Polar Service Center, zodat de waterdichtheid niet in gevaar komt en de juiste onderdelen worden gebruikt.
G. VOORZORGSMAATREGELEN Polar running/fietscomputer onder water U kunt uw Polar running/fietscomputer dragen tijdens zwemmen. Wij raden u echter aan de knoppen van de polsunit niet onder water te bedienen, omdat de polsunit anders door de druk kan gaan lekken.
Polar running/fietscomputer en interferentie Elektromagnetische interferentie Er kunnen zich storingen voordoen in de buurt van hoogspanningskabels, verkeerslichten, de leidingen van een tram, trein of trolleybus, televisietoestellen, auto’s, fietscomputers, fitnessapparatuur, mobiele telefoons maar ook als u door een elektronisch beveiligingspoortje loopt.
Het verkleinen van risico’s tijdens het sporten met de running/fietscomputer Sporten kan risico’s met zich meebrengen, vooral als u een zittend leven leidt. Voordat u begint met actief sporten, is het raadzaam de volgende vragen te beantwoorden om uw gezondheidstoestand te controleren. Als u een van de vragen met ja beantwoordt, raden wij aan een arts te raadplegen voordat u begint met sporten.
Waarschuwing voor dragers van pacemakers. Dragers van pacemakers gebruiken de Polar running/fietscomputer op eigen risico. Het is raadzaam vóór gebruik van de running/fietscomputer een gezondheidstest uit te voeren onder toezicht van een arts. Uit de test moet blijken of het veilig en verantwoord is de pacemaker en de running/fietscomputer tegelijk te gebruiken.
H. VEELGESTELDE VRAGEN Wat moet ik doen als... ...ik niet weet waar ik mij bevind in het menu Options of File? Houd de stop-knop ingedrukt totdat de tijdweergave op het display wordt weergegeven. ...ik het verwachte calorieverbruik niet in het trainingsbestand kan terugvinden? Controleer of u uw gebruikersgegevens goed heeft ingevoerd en of de OwnCal-functie aan (=On) staat. Controleer of uw hartslag tijdens de training hoger is geweest dan 90 slagen per minuut of boven 60 % van uw maximum hartslag. ...
4. 5. Zorg ervoor dat er geen andere unning/fietscomputer binnen het ontvangstbereik is (1 meter). Hartritmestoornissen kunnen onregelmatige meetresultaten veroorzaken. Raadpleeg in dat geval uw arts. ...de hartslagmeter van iemand anders storing veroorzaakt? De hartslagmeter van uw trainingspartner heeft misschien precies dezelfde code als die van u. Blijf in dat geval op afstand of doe het volgende: Houd afstand van uw trainingspartner en vervolg uw trainingssessie op normale wijze. Of 1.
2. Druk eenmaal op één van de 5 knoppen. De tijdweergave verschijnt op het display. ...de batterijen van de polsunit vervangen moeten worden? Het is raadzaam alle onderhoud door het Polar Service Center te laten verrichten. De garantie geldt niet voor schade of vervolgschade die is veroorzaakt door service die niet is goedgekeurd door Polar Electro Oy.
...als Check Sensor op het display verschijnt? 1. Controleer of u de juiste snelheidinstelling hebt ingeschakeld. 2. Zorg ervoor dat de snelheid- en afstandsensor aan staat. 3. Als de snelheid 00 constant wordt weergegeven kan het zijn dat u de 20 loopuren heeft overschreden en dat u de batterij moet vervangen. 4. Als u de polsunit langer dan 15 seconde voor u houdt, dan stopt de snelheid- en afstandmeting. Beweeg uw hand (polsunit) om de meting te reactiveren. 5.
I. TECHNISCHE GEGEVENS De Polar running/fietscomputer is ontwikkeld om het niveau van fysiologische inspanning en intensiteit weer te geven tijdens het sporten en trainen. De Polar S625X / S725X meet bovendien de hoogte en temperatuur bij het loop/fietsen. Geen andere toepassing is beoogd. De hoogte- en temperatuurfuncties zijn niet ontworpen als speciale meetapparatuur bij vliegen, klimsporten, watersporten of equivalenten daarvan. De hartslag wordt weergegeven als het aantal hartslagen per minuut (hsm).
Gesp van de polsunit: Roestvrij staal conform EU Richtlijn 94/27/EU en amendement 1999/C 205/05 over het vrijkomen van nikkel uit producten die rechtstreeks en langdurig met de huid in contact komen. De nauwkeurigheid van het horloge is groter dan ± 0,5 seconden/ dag bij een temperatuur van 25 °C. Uw Polar S625X/S725X is een class 1 Laser Product. Nauwkeurigheid van de hartslagmeting: ± 1% of ± 1 hartslag per minuut, welke het grootste is, gedefinieerd bij gelijkmatige inspanning.
Standaardinstellingen Tijd Alarm Geboortedatum (het geboortejaar moet liggen tussen 1921 en 2020) Geslacht Gewicht Lengte Activiteit HFmax VO2max male (man) female (vrouw) Loopsnelheid (S625X) Fiets 1 (S625X) Loopsnelheid (S725X) Fiets 1(S725X) Fiets 2 Wielgrootte voor Fiets 1 Wielgrootte voor Fiets 2 Trapfrequentie Vermogen Activiteitengeluid Eenheden Help OwnCal Tests HFmax-p Hoogte AutoLap Intervalfunctie 114 10:00/ 24u uit (OFF) 0 mannelijk 0 (kg) 0 (cm) laag 190 45 35 aan (On) uit (OFF) uit (OFF) aa
J. INTERNATIONALE GARANTIE • • • • • • • Deze internationale garantiekaart is uitgegeven door Polar Electro Inc. voor klanten die dit product hebben gekocht in Amerika of Canada en uitgegeven door Polar Electro Oy voor klanten die dit product hebben gekocht in alle andere landen. Polar Electro Inc. / Polar Electro Oy biedt de oorspronkelijke gebruiker/koper van deze hartslagmeter garantie tegen materiaal- en productiefouten gedurende twee jaar na de aankoopdatum.
K. AANSPRAKELIJKHEID • • De gegevens in deze gebruiksaanwijzing dienen uitsluitend ter informatie. De hierin beschreven producten kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd in verband met het voortdurende ontwikkelingsprogramma van de fabrikant. Polar Electro Inc. / Polar Electro Oy geeft geen garanties voor deze gebruiksaanwijzing of de hierin beschreven producten. Op geen enkele wijze kan Polar Electro Inc.
L. POLAR VERKLARENDE WOORDENLIJST Activiteitenniveau: Uw lichamelijke activiteitenniveau op de lange termijn die u moet vaststellen om de Polar Fitness Test te doen. AutoLap: Registreert automatisch opeenvolgend vooraf ingestelde afstanden als rondetijden. Gecodeerde transmissie: De gecodeerde Polar borstband geeft automatisch een code mee die met uw hartslag naar de polsunit wordt verzonden. Door het gecodeerde signaal accepteert de polsunit alleen hartslagen afkomstig van de gecodeerde Polar borstband.
Display-teksten --: Geeft aan dat u geen snelheidsinstellingen heeft ingeschakeld. ALARM: Aanduiding voor de alarmtijd bij instellingen van het horloge. Alt., Altitude: Geeft hoogte aan. AM of PM: Worden gebruikt bij de 12-uurs instelling. Bij de 24-uurs instelling betekent 13:00 uur 1:00 PM. Asc.: Indicatie gestegen meters / voet. AVG: Staat samen met een getal voor de gemiddelde hartslag. b1: De instellingen voor fiets 1. b2: De instellingen voor fiets 2. BasicUse: Trainen zonder instellingen.
Lp, Lap Time: Rondetijd. LAPS: Geeft aan hoeveel rondetijden werden opgeslagen. Lim High: De bovenlimiet van de trainingszone. Lim Low: De onderlimiet van de trainingszone. Limits1, 2, 3: Hartslag- of tempolimieten trainingszone 1, 2 en 3. Limits S: Hartslag- of tempolimieten overzichtszone. LRB, L - R*: Geeft de trapbalans in percentage aan voor links en rechts trappen. MAX: Samen met de hartslag duidt dit op de hoogste hartslag.
Pace, pc: Looptempo gemeten in minuten/km of minutes/ mile. PI %, Pedalling index*: Helpt u analyseren hoe gelijkmatig het vermogen is verdeeld. Hoe soepeler de beweging, hoe dichter het cijfer de ideale 100% benadert. Een pedalling index van 100% houdt in dat de krachtsinspanning gedurende de hele trapbeweging gelijkmatig wordt toegepast. Pwr*, Power: Geeft de meting voor het geleverd vermogen aan. RecoDist, herstelafstand: U stelt de herstelafstand in de Options-functie in.
Index 12u/ 24u-tijdsmodus ................................ 48 Aan de slag ................................................. 5 Aanpassen van het referentiepunt voor hoogte ......................................... 36 Aansprakelijkheid .................................. 116 Afstandsmeter (odometer) ..................... 76 Alarm trainingszone in- of uitschakelen 56 Alarminstellingen .................................... 47 Beginnen met de hartslagmeting ... 13, 51 Bekijken van de hartslaggegevens .........
Resetten van de ritafstand ...................... 69 Resetten van maximale waarden ........... 84 Resetten van totaaltellers ....................... 83 Selecteren type training .......................... 23 Snelheidfunctie instelling ....................... 38 Snel van start .............................................. 8 Starten van de gegevensregistratie ....... 61 Stoppen van de hartslagmeting ............. 14 Technische gegevens ............................. 112 Temperatuur ............................
Accessoires Polar Trapfrequentie Sensor: Een draadloze sensor die de snelheid meet waarmee u de trappers van de fiets rondtrapt. Power Output Sensor: Het Polar Power Output systeem meet de trapkracht die u ontwikkelt terwijl u fietst.
NOTITIES 124
NOTITIES 125
NOTITIES 126