Operation Manual

Speed (Snelheid): On / Off (Aan / Uit)
De snelheidsmeting is standaard On (Aan) voor fiets 1.
Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike 1 > Speed (Snelheid) > On (Aan). om de snelheidssensor
in de fietscomputer te activeren Teach new sensor? (Nieuwe sensor programmeren?) weergegeven.
Kies No (Nee) als uw sensor al geprogrammeerd is.
Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 54) voor meer informatie over programmeren van
sensoren.
Snelheidsinstellingen kunnen handmatig worden gekozen of met de Polar ProTrainer 5 software.
Aankomsttijd
Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike 1 > Arr. time (Aankomsttijd)
Stel de afstand in die u wilt gaan fietsen en de fietscomputer zal de geschatte aankomsttijd berekenen en
weergeven op basis van de fietssnelheid. Installeer de Polar snelheidssensor op uw fiets voor het meten
van snelheid en afstand. Zie de gebruiksaanwijzing van de Polar snelheidssensor voor meer informatie over
de installatie van deze sensor.
Selecteer deze functie door op OK te drukken
Kies On/Off (Aan/Uit) om de functie in of uit te schakelen.
Kies Set dist. (Afstand instellen) om de afstand in te stellen die u gaat
fietsen.
Autostart: On / Off (Aan / Uit)
Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike1 > Autostrt (Automatisch starten)
Met de functie Autostart wordt de trainingsregistratie automatisch gestart of gestopt wanneer u begint en
stopt met fietsen. Voor deze functie is de Polar snelheidssensor W.I.N.D. vereist.
Power (Vermogen)*: On / Off (Aan / Uit)
U kunt een optionele Polar vermogenssensor op uw fiets installeren.
Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike 1 > Power (Vermogen) > On (Aan) om de vermogenssensor
in de fietscomputer te activeren. Teach new sensor? (Nieuwe sensor programmeren?) weergegeven.
Kies No (Nee) als uw sensor al geprogrammeerd is.
Zie anders Nieuwe accessoire gebruiken (pagina 54) voor meer informatie over programmeren van
sensoren.
Power settings (Vermogensinstellingen): om het juiste vermogen te kunnen meten moet u op de
fietscomputer het kettinggewicht (g), de kettinglengte (mm) en de spanlengte (mm) invoeren.
Kies Settings (Instellingen) > Bike (Fiets) > Bike 1, Bike 2 of Bike 3 > Power (Vermogen) > Settings
(Instellingen) en
> Set chain weight xxxx g (Stel het kettinggewicht xxxx g in) > OK
> Set chain length xxx mm (Stel de kettinglengte xxx mm in) > OK
> Set span length xxx mm (Stel de spanlengte xxx mm in) > OK
Zie de gebruiksaanwijzing van de Power Output Sensor voor meer informatie over de
vermogensinstellingen.
Gebruik de Polar ProTrainer 5 software voor de vermogensinstellingen.
NEDERLANDS
Instellingen 37