User manual

21
FIETSINSTELLINGEN
Ga om de fietsinstellingen te bekijken of te wijzigen naar Instellingen > Fietsinstellingen en kies de
gewenste fiets. De aan de fiets gekoppelde sensoren verschijnen onder de fietsnaam.
Je vindt daar de volgende instellingen.
FIETSNAAM: Fiets 1, Fiets 2, Fiets 3 of Fiets 4.
WIELMAAT (mm): stel de wielmaat in op aantal mm. Zie Wielmaat meten voor meer informatie.
CRANKLENGTE (mm): stel de cranklengte in op aantal mm.
SENSOREN: bekijk alle sensoren die je aan de fiets gekoppeld hebt.
WIELMAAT METEN
Instelling van de wielmaat is vereist voor correcte fietsgegevens. Op twee manieren kun je de wielmaat van je
fiets bepalen.
Methode 1
Meet het wiel handmatig op voor het meest nauwkeurige resultaat.
Gebruik het ventiel om het punt te markeren waar het wiel de grond raakt. Trek een lijn op de grond om dat
punt te markeren. Duw je fiets op een vlakke ondergrond één complete omwenteling van het wiel vooruit. Het
wiel moet loodrecht op de grond staan. Trek een andere lijn op de grond op de plaats waar het ventiel een vol-
ledige omwenteling heeft gemaakt. Meet de afstand tussen beide lijnen.
Bepaal de wielomtrek door daar 4 mm van af te trekken vanwege je gewicht op de fiets. Voer deze waarde in
op de fietscomputer.
Methode 2
Zoek de diameter in inches of in ETRTO die op het wiel is afgedrukt. Vergelijk deze met de wielmaat in mil-
limeters in de rechterkolom van de ETRTO-tabel.
Je kunt de wielmaat ook opvragen bij de fabrikant.
ETRTO Wieldiameter (inches) Instelling wielmaat (mm)
25-559 26 x 1,0 1884
23-571 650 x 23C 1909
35-559 26 x 1,50 1947