Operation Manual
72
Andere functies gebruiken
09
a ! De standaardwaarde is afhankelijk van het type ingang (bladzijde 75 ).
! Als het videobeeld slechter wordt wanneer deze instelling op ON wordt gezet, zet u het op OFF.
! Bij aansluiting op een videoapparaat via de componentvideo-ingang zet u deze instelling op ON op kijk u via de HDMI-uitgang.
b ! Wanneer een resolutie is ingesteld waarvoor de tv (monitor) niet geschikt is, zal er geen beeld worden weergegeven. Ook zal er
in sommige gevallen geen beeld zijn omdat de signalen voorzien zijn van auteursrechtbeveiliging (copyright). In dit geval moet u
de instelling veranderen.
! Wanneer AUTO is geselecteerd, zal de resolutie automatisch worden geselecteerd overeenkomstig de eigenschappen van het
via HDMI aangesloten beeldscherm. Wanneer PURE wordt geselecteerd, worden de signalen met dezelfde resolutie uitgevoerd
als waarmee ze binnenkomen (zie Meer over de video-omzetter op bladzijde 24 ).
! Wanneer 1080/24p of 4K/24p is geselecteerd, kunnen bewegingen onnatuurlijk of het beeld niet helder zijn, afhankelijk van
het videosignaal dat binnenkomt. In dit geval moet u de resolutie instellen op een andere waarde dan 1080/24p of 4K/24p.
! Als PURE is geselecteerd en het ingangssignaal 480i is, kan het schermdisplay niet worden weergegeven.
c ! P.MOTION is uitgeschakeld wanneer PCINEMA op ON staat.
! Deze instelling is alleen van invloed op beelden opgenomen met de interlaced scan-indeling (480i/576i of 1080i signalen).
d Instelling is niet mogelijk als V.ADJ (Geavanceerde videoregeling) niet is ingesteld op MEMORY.
e ! Deze instelling wordt alleen getoond wanneer de onderstaande videosignalen worden ingevoerd:
— 480i, 576i, 480p, 576p, 720p, 1080i analoge videosignalen
— 480i, 576i, 480p, 576p, 720p, 1080i, 1080p, 1080p24 HDMI-videosignalen
f Deze instelling is alleen mogelijk wanneer 480i signalen binnenkomen via de composiet video-aansluitingen.
g ! Als het beeld niet overeenkomt met uw type beeldscherm, moet u de beeldverhouding op het bronapparaat of op het beeld-
scherm aanpassen.
! Deze instelling wordt alleen weergegeven wanneer 480i/p of 576i/p videosignalen worden ingevoerd.
De uitgang omschakelen (OUTPUT PARAMETER)
Druk op OUT P. om de uitgang van de luidsprekeraansluitingen of de af te spelen HDMI-aansluitingen om te schakelen.
Overschakelen naar andere luidsprekeraansluitingen
Als u Normal(SB/FH), Normal(SB/FW) of Speaker B hebt geselecteerd bij Luidsprekersysteem instellen op
bladzijde 92 , kunt u tussen luidsprekers overschakelen met de knop OUT P.. Als u Front Bi-Amp, ZONE 2 of
HDZONE hebt geselecteerd, schakelt u met deze knop de hoofdluidsprekeraansluiting in of uit.
1 Druk op OUT P..
! U kunt hetzelfde doen door te drukken op SPEAKERS op het voorpaneel.
2 Selecteer ‘SP’ met i/j.
3 Schakel met k/l over naar de gewenste luidsprekeraansluiting.
Als u Front Bi-Amp, ZONE 2 of HDZONE hebt geselecteerd, schakelt u met deze knop de hoofdluidsprekeraan-
sluiting (A) in of uit, zoals hierboven is vermeld.
Druk verschillende malen op de knop om te kiezen uit de volgende opties voor de luidsprekeraansluitingen:
Wanneer u Normal(SB/FH) selecteert, kunt u kiezen uit:
! SP: SB/FH ON – Surround-achter of voor-hoogte kanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en sur-
roundkanalen (maximaal 5 kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven. De surround-achter en
voor-hoogte kanalen worden automatisch omgeschakeld aan de hand van het audio-ingangssignaal.
! SP: SB ON – Surround-achterkanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en surroundkanalen (maxi-
maal 5 kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven.
! SP: FH ON – Voor-hoogtekanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en surroundkanalen (maximaal 5
kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven.
! SP: OFF – Er klinkt geen geluid uit de luidsprekers (voorversterkermodus).
Wanneer u Normal(SB/FW) selecteert, kunt u kiezen uit:
! SP: SB/FW ON – Surround-achter of voor-breedte kanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en sur-
roundkanalen (maximaal 5 kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven. De surround-achter en
voor-breedte kanalen worden automatisch omgeschakeld aan de hand van het audio-ingangssignaal.
! SP: SB ON – Surround-achterkanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en surroundkanalen (maxi-
maal 5 kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven.
! SP: FW ON – Voor-breedtekanalen worden toegevoegd aan de voor-, midden- en surroundkanalen (maximaal
5 kanalen) en er worden maximaal 7 kanalen weergegeven.
! SP: OFF – Er klinkt geen geluid uit de luidsprekers (voorversterkermodus).
Wanneer u Speaker B selecteert, kunt u kiezen uit:
! SP: A ON – Het geluid wordt via de luidsprekeraansluitingen A weergegeven (maximaal 7 kanalen (waaronder
de surround-achterkanalen), afhankelijk van de bron).
! SP: B ON – Het geluid wordt weergegeven via de twee luidsprekers die op de luidsprekeraansluitingen B zijn
aangesloten. Bronnen met meerdere kanalen worden niet weergegeven.
! SP: A+B ON – Het geluid wordt weergegeven via de luidsprekeraansluitingen A (maximaal 5 kanalen,
afhankelijk van de bron), de twee luidsprekers die op de luidsprekeraansluitingen B zijn aangesloten en de
subwoofer. Het geluid van de luidsprekeraansluitingen B is hetzelfde als het geluid van de luidsprekeraanslui-
tingen A (bronnen met meerdere kanalen worden teruggebracht tot 2 kanalen).
! SP: OFF – Er klinkt geen geluid uit de luidsprekers (voorversterkermodus).
Opmerkingen
! De weergave van de subwoofer hangt af van de instellingen die u hebt gekozen in Luidsprekers handmatig
instellen op bladzijde 92 . Als u echter hierboven SP: B ON selecteert, brengt de subwoofer geen geluid voort
(het LFE-kanaal wordt niet gedownmixt).
! Alle luidsprekersystemen (uitgezonderd de Speaker B aansluitingen) worden uitgeschakeld wanneer u een
koptelefoon aansluit.