Operation Manual
28 Pinnacle Studio 9
Om in volledige kwaliteit op te nemen, moet uw harde schijf continu
kunnen lezen en schrijven met een snelheid van 4 MB per seconde. Alle
SCSI- en de meeste UDMA-stations kunnen dit aan. Wanneer u voor het
eerst een opname in volledige kwaliteit start, zal Studio uw station testen
om te controleren of deze snel genoeg is.
MPEG
DVD en S-VCD schijven gebruiken allebei bestanden in het formaat
MPEG-2, een uitbreiding van het formaat MPEG-1, dat voor VCD’s wordt
gebruikt. MPEG’s die bedoeld zijn voor gebruik op internet hebben lagere
resoluties en worden opgeslagen in het formaat MPEG-1.
Het optiepaneel Opnameformaat (Setup Opnameformaat) omvat een
keur aan opties om de kwaliteit van MPEG-opnamen te regelen. Lees
“Opnameformaatinstellingen” op pagina 223 voor gedetailleerde informatie
over MPEG-kwaliteitsopties.
Audio- en videoniveaus – digitaal
Met DV- en MicroMV-opnamen gebruikt u audio en video die tijdens het
opnemen meteen in de camera digitaal is gecodeerd. Draagt u het
beeldmateriaal via een 1394-poort over naar uw computer, dan blijven de
gegevens de hele tijd in het gecomprimeerde digitale formaat. U kunt de
audio- of videoniveaus tijdens het opnemen dus niet aanpassen. Dit is in
tegenstelling tot analoge opnamen, waar audio en video wel kunnen worden
aangepast tijdens het opnemen.
Met digitale opnamen stelt u alle benodigde aanpassingen van audio en
videoniveaus uit tot de modus Bewerken, waar Studio plug-in video-
effecten biedt voor het aanpassen van de visuele balans van een clip en
audio-effecten om het geluid te optimaliseren. Met deze effecten kunt u
afzonderlijke clips aanpassen in plaats van globale instellingen te moeten
doen die alle video in een opnamebestand beïnvloeden.
Lees voor meer informatie “Analoog opnemen” (hieronder), “Video-
effecten gebruiken” (pagina 84), en “Audio-effecten” (pagina 195).










