Operation Manual
Hoofdstuk 2: Video opnemen 17
Het Album, linksboven aan het scherm, geeft pictogrammen weer die de
videoscènes weergeven zoals ze worden opgenomen. Via de Player,
rechtsboven, kunt u de binnenkomende video bekijken terwijl het
beginteken voor de opname wordt ingesteld en de opname zelf overzien.
Uitlezingen op de player geven u de exacte lengte van de opgenomen video
weer en het aantal beelden dat is weggevallen tijdens de opname (normaal
gesproken nul).
De camcorderbediening, linksonder, biedt een bandentellerscherm en stel
transportknoppen voor het bedienen van het afspeelapparaat. Tot slot geeft
de Voortgangsmeter, rechtsonder, de resterende opname ruimte op het
station weer. Het biedt tevens de knop Opname starten en knoppen voor het
instellen van de opnameopties.
De voortgangsmeter en de camcorderbediening worden op pagina 18
gedetailleerd omschreven.
Analoog opnemen
Zowel het album als de player worden in analoge en digitale opnamen
gebruikt. Neemt u dus op van een analoge bron, dan is de bovenste helft
hetzelfde als boven weergegeven en omschreven voor digitale bronnen.
Dit geldt echter niet voor het onderste deel van het scherm. Het biedt nu
een tweede versie van de voortgangsmeter, met twee uitklapbare panelen
voor het aanpassen van audio- en video niveaus tijdens het opnemen. (De
panelen worden omschreven onder “Audio- en videoniveaus – analoog” op
pagina 29.)
Analoog versus digitaal
Samengevat weerspiegelen de digitale en analoge setups twee grote
verschillen in mogelijkheid:
Via de digitale setup kunt u de bandtransport van de camcorder of
videorecorder met de Camcorderbediening regelen.
Met de analoge setup kunt u audio- en videoniveaus tijdens het opnemen
dynamisch wijzigen.










