Operation Manual

Bijlage A: Setup-opties 237
Video-instellingen
Compressie: Hier kan gekozen worden tussen MPEG-1 en MPEG-2,
waarbij de MPEG-2-compressie een hogere resolutie biedt en daarmee een
betere kwaliteit dan MPEG-1.
Let op: MPEG-2-bestanden hebben voor het afspelen een speciale
decoder nodig. Wanneer een dergelijke decoder niet op het systeem is
geïnstalleerd, kunnen er geen op MPEG-2 gebaseerde videos worden
afgespeeld.
Breedte en hoogte: de beeldgrootte wordt gemeten in pixels. De
standaardinstelling is de resolutie waarmee Studio opneemt. Door de
breedte en hoogte te verlagen, wordt de bestandsgrootte aanzienlijk
verkleind, hoewel het effect wordt gematigd door compressie. de maximale
resolutie voor MPEG-1 is 384 x 288; die voor MPEG-2 720 x 576.
Bitrate: kies of u een MPEG-bestand wilt maken met VBR (variabele
bitrate) of CBR (constante bitrate) codering. De VBR-optie neemt minder
opslagruimte in beslag dan CBR, maar kan tot weergaveproblemen leiden
wanneer het bestand op sommige DVD-spelers wordt afgespeeld. Als u
merkt dat de weergave schokkerig is, gebruik dan CBR.
Gegevenssnelheid: met de twee schuifregelaars kan de gegevenssnelheid
voor video en audio apart worden ingesteld. Hogere
gegevenssnelheidwaarden bieden weliswaar een betere kwaliteit, maar
hebben hun weerslag op de bestandsgrootte.
Audio-instellingen
Samplefrequentie: Digitale audiobestanden worden gemaakt met behulp
van kleine discrete samples van analoge golfvormen. De kwaliteit neemt
daarbij toe naarmate er meer samples ter beschikking staan. MPEG
ondersteunt beide frequenties (samplerates) 44,1 kHz en 48 kHz.
Gegevenssnelheid: met de twee schuifregelaars kan de gegevenssnelheid
voor video en audio apart worden ingesteld. Hogere
gegevenssnelheidwaarden bieden weliswaar een betere kwaliteit, maar
hebben hun weerslag op de bestandsgrootte.