Operation Manual

Bijlage A: Setup-opties 223
Instellingen voor het opnametype
De aantal beschikbare opties is afhankelijk van het opnameapparaat dat u
gebruikt (zie het tabblad Opnamebron). De hieronder beschreven
instellingen verschijnen niet allemaal tegelijk op uw scherm.
Instelling
De instellingen in de andere vakken van het dialoogvenster
Opnameformaat zijn afhankelijk van uw keuze in het vak Instelling. De
beschikbare presets zijn afhankelijk van uw opnamehardware.
Voor een DV-opnamebron selecteert u de belangrijkste opnameopties in de
eerste van de twee vervolgkeuzelijsten. (De tweede lijst biedt eventuele
aanvullende opties.) Dit zijn de instellingen:
DV: DV-opname in de hoogste kwaliteit, waarbij ongeveer 200 MB
schijfruimte per videominuut wordt gebruikt. Het voordeel van deze
instelling is dat het niet nodig is om clips opnieuw op volledige resolutie
op te nemen wanneer u een voltooide film opneemt. Er zijn geen
aanvullende opties voor deze instelling. DV-opname wordt aanbevolen
in plaats van MPEG wanneer u uw voltooide project op een videoband
wilt opnemen.
MPEG: MPEG-opnamen nemen minder ruimte in beslag dan DV, maar
kosten wel meer tijd zowel bij het opnemen in Studio als later bij het
opnemen van de voltooide film. De kwaliteitinstellingen (Hoog,
Gemiddeld en Laag) zijn beschikbaar als aanvullende opties (subopties).
Er is eveneens een instelling Aangepast waarmee u de video-instellingen
handmatig configureert. De beste instelling is de laagste instelling die
tegemoet komt aan de eisen van alle apparaten waarop uw film wordt
weergegeven. Gebruik Laag als u een film op VCD maakt; Medium als
de film voor S-VCD is bestemd; en Hoog als uw film op DVD wordt
gezet.