Operation Manual

220 Pinnacle Studio 9
Instellingen voor opnamebron
Dit tabblad bestaat uit drie vakken: Opnameapparaten, Scèneherkenning
tijdens video-opnamen en Gegevenssnelheid.
De wijzigingen die u aanbrengt hebben effect op alle toekomstige opnamen.
Als u slechts één opnamesessie wilt configureren, zorg er dan voor dat u de
oude instellingen herstelt voordat u met de volgende sessie begint.
Opnameapparaten
Studio herkent de opnamehardware die u op uw systeem hebt geïnstalleerd,
zowel voor video als voor audio. Als u meer dan één apparaat hebt in een
van deze categorieën, selecteer dan het apparaat dat u voor de huidige
opnamesessie wilt gebruiken.
Video: deze apparaten zijn zowel digitale (DV, MicroMV) apparatuur
aangesloten via een IEEE-1394 kabel en diverse typen analoge
videobronnen (Studio DC10plus, TV tunerkaart, op USB aangesloten
camera, etc). Uw selectie bepaalt de beschikbaarheid van sommige andere
Opnamebron instellingen en van veel instellingen op het tabblad
Opnameformaat.
Audio: de keuzemogelijkheden voor audioapparatuur zijn afhankelijk van
het geselecteerde opnameapparaat. Bij de meeste analoge apparaten kunt u
bijvoorbeeld een willekeurige geluidskaart input kiezen; uw
apparaatconfiguratie bepaalt welke input u moet gebruiken.
TV-standaard: kies de standaard die compatibel is met uw
opnameapparaat en uw tv of videomonitor (NTSC of PAL). NTSC is de
standaard tv-norm die in Noord-Amerika en Japan wordt gebruikt. PAL is
de standaard die in de meeste andere gebieden wordt gebruikt. Bij sommige
opnameapparaten is er nog een extra mogelijkheid: de SECAM standaard
die in Rusland, Frankrijk en sommige andere landen wordt gebruikt. Als u
uw Studio product in Europa hebt gekocht, dan is de instelling voor deze
optie PAL.