Operation Manual

Hoofdstuk 11: Geluidseffecten en muziek 177
Een surround-soundtrack kan in twee vormen naar de DVD worden
uitgevoerd:
In het type Dolby Digital 5.1; de zes surround-kanalen worden
afzonderlijk van elkaar op de schijf opgeslagen en worden bij weergave
op een volledige 5.1 surround-geluidsinstallatie rechtstreeks naar de
bijbehorende luidsprekers gevoerd .
Bij het type Dolby Digital 2.0 wordt de surround-mix in twee kanalen
gecodeerd. Als uw DVD wordt weergegeven op systemen met een Pro
Logic- of Pro Logic 2-decoder en een 5.1 of betere luidsprekeropstelling,
dan wordt de oorspronkelijke surround-informatie hersteld. Op andere
systemen wordt het gecodeerde geluid in conventioneel stereo
weergegeven.
De audiosporen van de tijdlijn
De tijdlijn van het venster Film bevat diverse audiosporen:
Spoor oorspronkelijke audio: Dit bevat de audio die samen met uw
videoclips is opgenomen. Soms wordt dit synchrone audio genoemd
omdat het simultaan met het spoor video wordt opgenomen.
Overlay audiospoor: de oorspronkelijke audio van videoclips op het spoor
overlay.
Spoor geluideffect en voice-over: Geluidseffecten en voice-overs zijn de
typische inhoud op dit spoor. Geluidseffecten worden in uw project
gebracht vanuit het gedeelte Geluidseffecten van het album (zie Het
gedeelte Geluidseffecten op pagina 49). Voice-overs worden gemaakt met
het gereedschap Voice-over (omschrijving op pagina 182).
Achtergrondmuziekspoor: Gebruik dit spoor om mp3- of wav-
audiobestanden, achtergrondmuziek van SmartSound gegenereerd door
Studio en muziek (of andere inhoud) van audio-compact disks (CDs) toe te
voegen. Audiobestanden worden geïmporteerd via het gedeelte
Geluidseffecten van het album (zie pagina 49). Maak SmartSound-clips met
het gereedschap SmartSound en CD-audioclips met het gereedschap CD-
audio (zie Het gereedschap SmartSound op pagina 180 en Het
gereedschap CD-audio op pagina 179).