Operation Manual
Hoofdstuk 1: Studio gebruiken 5
MODUS BEWERKEN
Studio opent elke keer dat het programma wordt gestart in de modus
Bewerken, omdat dit de meest gebruikte modus is. Het scherm van de
modus Bewerken omvat drie hoofdgebieden.
Het Album slaat bronnen op die u in uw films zult gebruiken, inclusief uw
opgenomen videoscènes.
Het venster Film is waar u uw bewerkte film maakt door video- en
geluidsclips te arrangeren en door effecten en overgangen toe te passen.
De Player biedt afspelen en voorvertonen voor het huidig geselecteerde
item in Studio. Dat kan een albumbron zijn – zoals een videoscène, titel of
geluidseffect – of uw bewerkte film, compleet met overgangen, titels,
effecten en diverse audiosporen. De Player wordt hieronder besproken.
Zie Hoofdstuk 3: Het Album en Hoofdstuk 4: Het venster Film voor nadere
informatie over deze onderwerpen.










