Operation Manual

Hoofdstuk 6: Bewerken van twee sporen in Studio Plus 115
In plaats van een daadwerkelijke kleur selecteert u alleen een tint zonder
rekening te houden met andere eigenschappen verzadiging en intensiteit
die in combinatie met tint een complete kleurspecificatie bepalen. De
gekozen tint wordt aangeduid door de positie van het gemarkeerde gebeid
op de cirkelomtrek van de weergave kleurcirkel.
De kleurcirkel van het gereedschap Kleurwaarde-instelling geeft een
reeks waarden voor tinten (langs de rand) en kleurverzadiging (langs de
straal). Pixels in het overlay-beeld waarvan de tint en verzadiging
binnen het gemarkeerde gebied vallen, worden als transparant
beschouwd.
Kleurtolerantie: met deze schuifknop bepaalt u de breedte van de reeks
tinten die als onderdeel van de hoofdkleur worden herkend. Door de knop
naar rechts te verplaatsen, wordt de hoek van de boog van het gemarkeerde
gebied op de kleurcirkel vergroot.
Minimale verzadiging: verzadiging is de hoeveelheid tint in een kleur.
Een pixel met nul verzadiging (dit komt overeen met het midden van de
kleurcirkel) heeft geen tint en valt onder de grijsschaal, waarvan de
extremen wit en zwart zijn. Kleurwaarde-instelling werkt het effectiefst
wanneer de achtergrond zeer uniform is verzadigd. Daardoor kan deze knop
op een hoge waarde worden ingesteld. In het echte leven resulteren de
nukken van belichting en apparatuur vaak in een achtergrond die niet ideaal
is. Door de schuifknop naar links te verplaatsen, wordt er een bredere reeks
verzadigingswaarden geaccepteerd. Dit wordt aangegeven door een
gemarkeerd gebied dat dichter in de buurt van het midden van de
kleurcirkel komt