Operation Manual
XL
Studio
Afkorting van National Television Standards Committee; eveneens een tv-
norm, die in 1953 door een commitee werd vastgelegd op 525 lijnen en 60
halve frames per seconde. De NTSC-norm wordt in Noord- en Midden-
Amerika alsmede in enkele andere landen gebruikt.
NTSC videonorm met PAL-kleurdrager.
Overzichtopnamen geven de toeschouwer overzicht en tonen de plaats waar
het gebeurt. Deze scènes kunnen later ook worden gebruikt voor het
inkorten van langere scènes. Wanneer vanuit een detailopname naar een
overzicht wordt gemonteerd, ziet de kijker de details niet meer, waardoor
gemakkelijk een sprong in de tijd kan worden ingebouwd. Ook een
toeschouwer in een dichtbijopname opgenomen, kan kort afleiden van de
eigenlijke gebeurtenis.
Afkorting van Phase Alternation Line. In Duitsland ontwikkelde norm voor
kleurentelevisie, die werkt met 625 lijnen en 50 halve frames per seconde.
De belangrijkste tv-standaard in Europa.
Via de parallelle interface worden data via een 8-bits datakabel
overgedragen. Dat betekent dat 8 bit (1 byte) tegelijkertijd kunnen
worden getransporteerd. Deze manier van overdracht is duidelijk sneller dan
via de seriële interface, maar deze manier van overdracht is wel
storinggevoelig over grote afstanden. Parallelle interfaces worden aangeduid
met LPT en een cijfer (b.v. LPT1).
Parallele interface
Afkorting van picture element (= beeldpunt). Pixels zijn de kleinste
elementen, waaruit een beeld op de monitor wordt opgebouwd.
Quarter Standard Image Format. MPEG I-formaat, dat de resolutie
beschrijft die onder PAL 176 x 144 is en onder NTSC 176 x 120.
SIF
Het beelschermgebied dat door een elektronenstraal in de vorm van
horizontale lijnen van linksboven naar rechtsonder wordt afgetast (gezien
vanuit de toeschouwer).
Redundante (overbodige) informatie kan bij de beelddatacompressie worden
verwijderd en bij de decompressie zonder weglatingen weer worden
gereconstrueerd.
Het aantal beeldpunten dat horizontaal en verticaal op de monitor kan
worden weergegeven. Hoe hoger de resolutie, des te meer details kunnen
worden weergegeven.
Afkorting voor Rood, Groen, Blauw, de basiskleuren van de additieve
kleurmenging. Duidt op een o.a. in de computertechniek gebruikte methode,
beeldinformatie gescheiden naar de drie basiskleuren over te dragen.
Run Length Encoding. Onderdeel van JPEG-compressie. Op elkaar
volgende nulwaarden w niet afzonderlijk maar met een teller opgeslagen,
die aangeeft hoe vaak er nulwaarden achter elkaar voorkomen.
NTSC
NTSC 4,43
Overzicht-
opnamen
PAL
Parallele
interface
Parallelle poort
Pixel
QSIF
Raster
Redundantie
Resolutie
RGB
RLE










