Operation Manual
II
Studio
Video hardware
Beeld
Studio herkent welk opnameapparaat er op de hardware is aangesloten en
geeft het apparaat in de betreffende optievelden weer (bijvoorbeeld: USB
Webcam, PCTV, DV-camcorder enz.).
Geluid
Studio herkent of er vanaf een DV-apparaat of van een analoog apparaat
wordt opgenomen. (Bij een analoog apparaat geeft Studio aan welke
geluidskaart er op het systeem is geïnstalleerd en welke opties er voor
geluidsopname ter beschikking zijn).
TV Standaard
NTSC is de televisienorm in de Verenigde Staten en Japan; in de meeste
andere landen wordt PAL gebruikt.
Opnemen in previewkwaliteit
Hier kan tussen het opnemen in volledige- en previewkwaliteit worden
gekozen. (Wanneer voor previewkwaliteit wordt gekozen, moet in het
tabblad Videoformaat de gewenste compressie worden ingesteld).
Scène herkenning videobeelden
Automatisch afgestemd op tijd en datum van opname
Deze optie is alleen beschikbaar in combinatie met een op DV gebaseerde
videobron. Een DV-camcorder neemt niet alleen maar beeld en geluid op,
maar tegelijkertijd ook tijd, datum alsmede talrijke andere camera-
instellingen. (Kijk hiertoe in de camcorderdocumentatie). Bij deze soort
informatie gaat het om een soort datacode die tezamen met de video- en
audiodata via een 1394-interface wordt overgedragen.
Met deze datacodes is Studio in staat het begin van iedere scène te
herkennen waarmee de geïntegreerde SmartCapture-functie voor iedere
nieuwe scène een passend pictogram aanmaakt en deze in het album kan
weergeven.
Deze datacode functioneert niet wanneer:










