Operation Manual
Hoofdstuk 2: De Studio-interface
7
In het geval van een opname vanaf een DV-camcorder of videorecorder via
een 1394-interface ziet de werkomgeving er als volgt uit:
Tussen de twee opnamemodi bestaan er twee belangrijke verschillen:
1. Bij gebruik van een DV-camcorder of videorecorder kan met behulp
van de transportstuurknop die in Studio is geïntegreerd, de bewegingen
van de videoband worden gecontroleerd.
2. Bij een analoge opname kan steeds het gewenste audio- en videoniveau
worden ingesteld.
In beide gevallen worden de gedigitaliseerde videoscènes in het album
bewaard, waarbij met behulp van de player de inkomende videoscènes
worden getoond. In de discometer wordt daarbij steeds de op dat moment
ter beschikking staande vrije ruimte op de harde schijf bewaakt en
weergegeven. In hoofdstuk 4 Het opnemen van videomateriaal is uitvoerige
informatie te vinden over het onderwerp video-opname.
De Player tijdens de video-opname
Tijdens het registreren worden in de player de inkomende videoscènes
weergegeven, waarbij de geïntegreerde teller de exacte duur van de looptijd
van de betreffende video toont.
Discometer
Via de grafische en nummerieke discometeraanduidingen is op ieder
moment van de opname te zien hoeveel vrije harde schijfruimte er nog
beschikbaar is, waarbij ook de in relatie staande lengte van een videofilm
wordt weergegeven, die bovendien nog opgenomen zou kunnen worden.De
aangegeven lengte van de video is daarbij afhankelijk van de ingestelde
kwaliteit van een opname die kan worden ingesteld met de betreffende
knoppen (opnemen met volledige kwaliteit / in previewkaliteit) in de
discometer of door het kiezen van de optie preview in instelbare kwaliteit in
het dialoogvenster Pinnacle Studio Installatie opties.(zie verder in bijlage A
/ hoofdstuk 4.).










