Operation Manual

6
Studio
Hoofdstuk 2:
De Studio-interface
In dit hoofdstuk worden voor een eerste snelle oriƫntatie en overzicht de
belangrijkste werkgebieden en bedieningselementen van Studio beschreven
zoals deze doorgaans het meest worden gebruikt. Gedetailleerde
beschrijvingen volgen in de latere hoofdstukken.
Zoals al genoemd vindt de filmproductie onder Studio plaats in drie
eenvoudige stappen: Opnemen, Bewerken, Maak film, waarbij de
betreffende modi op drie grote werkvlakken worden gepresenteerd, die zich
meteen onder de hoofdmenubalk bevinden. De plaatsing van deze knoppen
komt daarbij precies overeen met de volgorde, die bij het maken van een
filmproductie moet worden aangehouden: video-opname (digitaliseren) op
de harde schijf, videobewerking (videomontage) en film maken door middel
van bandopname of opslaan als digitaal filmbestand.
O
PNAME
(
CAPTURE
)
"Opnemen", "Registreren" of "Capture" is in Studio de omschrijving voor
het digitaliseren van videomateriaal van een bestaande videobron op de
harde schijf van een pc, waarbij de afzonderlijke gereedschappen en
besturingselementen in deze modus afhankelijk van de gebruikte DV- resp
analoge bron verschillend kunnen zijn.
Voor het geval dat er sprake is van een analoge videobron, wordt de
betreffende videocomponent met behulp van een Composite- of S-
Videokabel op de computerhardware aangesloten. In dat geval wordt op het
beeldscherm de volgende werkomgeving getoond: