Operation Manual
88 Gebruikershandleiding voor Pinnacle Studio
De Smart-modus is ontworpen om de synchronisatie tussen
tijdlijnsporen zo goed mogelijk te behouden. Bij het bewerken van
meerdere sporen tegelijk hebben clips meestal verticale en horizontale
relaties: wanneer u bijvoorbeeld uw cuts zorgvuldig hebt afgestemd
op een muziekspoor, wilt u niet alles door elkaar gooien als u extra
bewerkingen uitvoert.
De modus Invoegen is altijd non-destructief: andere clips op de het
spoor worden verplaatst voordat er nieuw materiaal wordt ingevoegd.
Gaten die ontstaan door het verwijderen van materiaal worden hierbij
automatisch gedicht. Alleen het doelspoor wordt beïnvloed. Eventuele
eerdere synchronisatie met andere sporen ter rechterzijde van het
bewerkingspunt raakt verloren.
Invoegen is het bruikbaarst bij de eerste fasen van een project,
wanneer u clips op de tijdlijn verzamelt en rangschikt. Het garandeert
dat er geen materiaal verloren raakt, en maakt het opnieuw
rangschikken van clips en sequenties van clips eenvoudig.
Bij de latere fasen, wanneer de structuur van uw project bijna is
voltooid en u bent begonnen met het zorgvuldig synchroniseren van
materiaal op verschillende sporen, is de modus invoegen minder
nuttig. De eigenschappen die deze modus zo geschikt maken voor de
eerste fasen (de ‘rimpelwerking’), werken bij het afronden van een
project juist in het nadeel. Op dit moment kunt u overschrijven
gebruiken.










