Operation Manual
Hoofdstuk 6: Montage 211
Een Montagesjabloon die op de tijdlijn wordt geplaatst, wordt
toegevoegd door één van drie methoden: invoegen, overschrijven en
vervangen. Wanneer de knop bewerkingsmodus op de werkbalk is
ingesteld op smart, wordt de methode vervangen automatisch
gekozen. De standaardlengte van de clip varieert per sjabloon.
Een montagesjabloon invoegen: Een montage kan overal op de tijdlijn
worden toegevoegd. Als een montageclip in het midden van een
bestaande clip wordt geplaatst, onderbreekt deze die clip tijdens het
afspelen, en de huidige bewerkingsmodus bepaalt of het tweede
gedeelte van de oorspronkelijke clip wordt overschreven of gewoon
vertraagd.
Als u een montage wilt invoegen bij een knippunt, tussen of grenzend
aan andere clips maar zonder deze te onderbreken, controleer dan
eerst of de of de magneet-knop op de werkbalk van de tijdlijn is
ingeschakeld. Op deze manier wordt een clip die u vlakbij het begin of
einde van een bestaande clip plaatst, automatisch zodanig
gepositioneerd dat de clips precies aaneengrenzen. Zet ook de knop
bewerkingsmodus op de modus invoegen. Op deze manier weet u
zeker dat bestaand materiaal naar rechts wordt verplaatst om ruimte
te maken als u de clip plaatst en dat er niets worden overschreven.
Een bestaande Montagesjabloon vervangen: Als u een bestaande
montagesjabloon op de tijdlijn wilt vervangen, houdt u de Shift-toets
op het toetsenbord ingedrukt en plaatst u de nieuwe sjabloon op de
oude. De nieuwe clip neemt niet alleen de locatie, maar tevens
bestaande aanpassingen van de oude clip over. De plaatsingslijnen,
weergegeven in blauw, tonen de grenzen van de te vervangen clip;
ongeacht de standaardlengte zal de nieuwe clip deze grenzen
overnemen.
Clips overschrijven met een Montagesjabloon: Als u een
Montagesjabloon op een tijdlijnspoor wilt plaatsen en de andere clips










