Operation Manual
Hoofdstuk 5: Effecten 181
Er wordt automatisch een keyframe toegevoegd aan het begin
van de clip. Dit keyframe kan niet worden verplaatst of verwijderd.
Als het effect en de vooraf ingestelde combinatie die u kiest,
geanimeerd is in plaats van statisch, wordt er aan het einde ook
een keyframe gegenereerd. Het is ook mogelijk om het
eindkeyframe te verwijderen of te verplaatsen. In dit geval blijven
alle parameterwaarden van het laatst overgebleven keyframe tot
het einde van de clip behouden.
4 Stel de afspeellijn in op de positie in de clip waar u een wijziging
van een bepaalde effectparameter wilt doorvoeren, zoals grootte,
positie of transparantie.
5 Wijzig de parameter met het venster Instellingen. Als de functie
voor keyframebewerking is ingeschakeld, wordt er automatisch
een nieuw keyframe aan de afspeelkoppositie toegevoegd. Als er
al een keyframe bestaat, worden de parametergegevens gewijzigd
die deze vertegenwoordigt.
Keyframebewerkingen
Voor elk effect kan er slechts één keyframe aan een willekeurig frame
van de clip worden gekoppeld. Het keyframe definieert de directe
waarde van elke clipparameter voor het frame waarvoor dit is
ingesteld.
Een keyframe toevoegen of verwijderen: U voegt een keyframe aan de
afspeelkoppositie toe zonder parameters aan te passen of verwijdert
een bestaand keyframe op de positie, door op de knop Keyframing
in-/uitschakelen te klikken volledig links op de transportwerkbalk.
Een keyframe verplaatsen: U verplaatst een keyframe langs de
keyframelijn (en dus ook langs de tijdlijn) door te klikken en te slepen.










