Operation Manual

226 Gebruikershandleiding voor Pinnacle Studio
De detaillagen in dit voorbeeld verschillen alleen door hun
vervagingsinstellingen. Van links naar rechts: 0,15, 0, 0,40.
Dekking: Deze schuifknop bepaalt de dekking van de detaillaag
van 0 (transparant) tot 1 (ondoorzichtig).
Vullen: Klik op de knop voor het kleurvoorbeeld om een
dialoogvenster met standaardkleuren te openen; hierin kunt u de
vulkleur van de detaillaag instellen. Dit dialoogvenster bevat een
oogdruppelaarknop om een kleur ergens in de Titel-editor te
kiezen. Om een gradient-achtergrond in te stellen, klikt u op de
knop Gradients bovenaan het kleurpalet. Er kunnen extra
gradient-markeringen worden ingesteld door op de onderstaande
gradient-balk te klikken. Gradient-markeringen kunnen worden
verwijderd door ze verticaal uit het balkgedeelte te slepen.
Werken met detaillagen
Naast het instellen van de eigenschappen van bestaande detaillagen
kunt u ook details van de drie typen toevoegen, details verwijderen en
de volgorde van de stapel detaillagen wijzigen.
Om een detaillaag toe te voegen, klikt u op één van de drie knopjes
rechts boven Uitzicht instellingen. Van links naar rechts maakt u
hiermee nieuwe opvulling-, rand- en schaduwlagen. De plaatsing van
de nieuwe detaillaag in de stapel met lagen wordt bepaald door het
laagtype, zoals hierboven is toegelicht.