Operation Manual
Hoofdstuk 3: De Film-editor 121
Een fade-outovergang wordt toegepast in de modus rimpelen (of
invoegen); hiermee wordt er een overlap gemaakt door de rechterclip
en alle aangrenzende clips een eindje naar links te verschuiven. Deze
functie voorkomt dat de linkerclip naar rechts moeten worden
uitgebreid om de overgang te maken, wat tot te veel trimmen zou
kunnen leiden. Het verschuiven van clips aan de rechterkant
veroorzaakt echter een onderbreking van de synchronisatie met andere
sporen die u mogelijk moet oplossen.
Een fade-inovergang wordt toegevoegd op dezelfde manier als
overschrijven. Er ontstaat geen synchronisatieprobleem, maar de
linkerclip wordt mogelijk te veel getrimd.
Om fade-in en fade-out om te draaien, drukt u op Alt tijdens het slepen
en trimmen.
Als u een overgang op meerdere geselecteerde clips wilt toepassen,
houdt u Shift ingedrukt terwijl u een overgang van de bibliotheek naar
één van de geselecteerde clips sleept. De plek waar u de overgang op
de clip plaatst, bepaalt of deze aan het begin of het einde van elke
geselecteerde clip wordt geplaatst. De overgang wordt niet toegepast
op clips die korter zijn dan de duur van de overgang.
Wanneer de knop Overgangen met dynamische lengte is geactiveerd,
wordt de gekozen duur van de overgang op de doelclip gebruikt voor
alle gemaakte overgangen.
Om de sporen synchroon te houden bij het invoegen van overgangen
op de uit-positie, gebruikt u deze functie voor meerdere toepassingen
om dezelfde overgang op elk spoor toe te passen. Aangezien elk spoor
op dezelfde manier wordt beïnvloed, blijven ze allemaal synchroon.
Wanneer een fade-in een fade-out volgt, wordt het resultaat een ‘fade
door zwart’ genoemd. De linkerclip vervaagt geheel en vervolgens










