Operation Manual

462 Handleiding voor Pinnacle Studio
weergegeven, kan de illusie van een video met bewegende beelden
worden gecreëerd.
Softwarecodec: Methode voor het maken van gecomprimeerde
digitale videosequenties die zonder extra hardware kunnen worden
afgespeeld. De kwaliteit van deze sequenties is sterk afhankelijk van de
prestatie van het gehele systeem. Zie
Codec
,
Hardwarecodec
.
Still-video: Methode voor het maken van stilstaande beelden
('bevroren beelden') uit videoclips.
S-VHS: Verbeterde VHS-versie op basis van de S-videonorm en banden
met metalen deeltjes voor een hogere luminantieresolutie en een
verbeterde beeldscherpte in verhouding tot VHS. Zie
VHS
,
S-Video
.
S-Video: Met S-video Y/C-signalen wordt de informatie over helderheid
(Luminantie of 'Y') en de kleur (Chrominantie of 'C') gescheiden via
meerdere kabels getransporteerd, waarmee een modulatie en
demodulatie van de betreffende video, en een daaruit resulterende
slechte beeldkwaliteit kan worden voorkomen.
Tijdcode: De tijdcode identificeert de actuele positie van een frame
binnen een videosequentie in relatie tot het startpunt (doorgaans het
begin van een clip). Hierbij wordt de tijdcode meestal in de notatie
[uren: minuten: seconden: beelden] getoond, bijv. “01:22:13:21”. In
tegenstelling tot een klassieke bandteller, die naar nul of ieder ander
punt van de band kan worden teruggezet, gaat het bij de tijdcode om
een elektronisch en permanent signaal dat op de videoband wordt
geschreven.
Overgang: Een overbruggingseffect tussen aangrenzende video- of
audioclips, variërend van een eenvoudige 'cut' tot een flitsend
geanimeerd effect. Gangbare overgangen zoals cuts, fades,
oplossingen, vegen, verschuivingen en audio cross-fades maken deel