Operation Manual

Bijlage C: Woordenlijst 461
ROM: Afkorting van Read Only Memory: Geheugenchip die na
programmering gegevens behoudt zonder stroomvoorziening. Zie
EPROM
.
Run Length Encoding (RLE): Een techniek die onderdeel is van een
groot aantal beeldcompressiemethoden, waaronder JPEG. Op elkaar
volgende waarden worden niet afzonderlijk maar met een teller
opgeslagen die aangeeft hoe vaak er de waarde achter elkaar
voorkomt – de lengte van een 'run'.
Schalen: Aanpassen aan de gewenste beeldgrootte.
SCSI: Afkorting van Small Computers System Interface. SCSI wordt bij
krachtige pc’s als interface voor de harde schijf gebruikt vanwege de
hoge gegevenssnelheid. Er kunnen maximaal acht SCSI-apparaten
gelijktijdig op één computer worden aangesloten.
SECAM: Afkorting voor Sequential Couleur à Mémoire, een systeem
voor de overdracht van kleurentelevisie dat wordt gebruikt in Frankrijk
en Oost-Europa. Net als PAL heeft SECAM-video 625 lijnen en 50 halve
beelden per seconde. Zie
NTSC
,
PAL
.
Seriële interface: Via de seriële interface worden gegevens per bit
overgedragen; d.w.z. één voor één. Daardoor is dit type overdracht
aanzienlijk langzamer dan via de parallelle interface, die wel meerdere
bits tegelijkertijd kan overdragen. Seriële interfaces worden aangeduid
met COM en een cijfer (bijv. “COM2”). Zie
Parallelle interface
.
SIF: Afkorting voor Standard Image Format. Een MPEG-1-formaat met
een resolutie van 352 x 288 onder PAL and 352 x 240 onder NTSC. Zie
MPEG
,
QSIF
.
Enkel frame: Een enkel frame maakt deel uit van een reeks of
sequentie. Wanneer deze reeks met voldoende snelheid wordt