Operation Manual

180 Handleiding voor Pinnacle Studio
alle parameterwaarden van het laatst overgebleven keyframe tot
het einde van de clip behouden.
4 Stel de afspeellijn in op de positie in de clip waar u een wijziging
van een bepaalde effectparameter wilt doorvoeren, zoals grootte,
positie of transparantie.
5 Wijzig de parameter met het venster Instellingen. Als de functie
voor keyframebewerking is ingeschakeld, wordt er automatisch
een nieuw keyframe aan de afspeelkoppositie toegevoegd. Als er
al een keyframe bestaat, worden de parametergegevens gewijzigd
die deze vertegenwoordigt.
Keyframebewerkingen
Voor elk effect kan er slechts één keyframe aan een willekeurig frame
van de clip worden gekoppeld. Het keyframe definieert de directe
waarde van elke clipparameter voor het frame waarvoor dit is
ingesteld.
Een keyframe toevoegen of verwijderen: U voegt een keyframe aan de
afspeelkoppositie toe zonder parameters aan te passen of verwijdert
een bestaand keyframe op de positie, door op de knop Keyframing in-
/uitschakelen te klikken volledig links op de transportwerkbalk.
Een keyframe verplaatsen: U verplaatst een keyframe langs de
keyframelijn (en dus ook langs de tijdlijn) door te klikken en te slepen.
Naar een keyframe springen: Gebruik de pijlknoppen links en rechts
van de knop keyframe of klik direct op het keyframe in de keyframelijn
om de afspeelkop naar die positie te verplaatsen. Het keyframe wordt
gemarkeerd, wat aangeeft dat dit nu het doelkeyframe vormt voor
verwijdering of voor het bewerken van parameters.