Operation Manual
Hoofdstuk 3: De Film-editor 79
wordt op het aangegeven punt ingevoegd en wordt onmiddellijk
gevolgd door het verplaatste deel van de originele clip.
In de smart-modus blijft de synchronisatie van het doelspoor met
alle andere sporen behouden: op alle sporen wordt een gat met
dezelfde lengte als de nieuwe clip ingevoegd. Om te voorkomen dat
andere sporen op deze manier worden beïnvloed, gebruikt u de
modus invoegen in plaats van de smart-modus. U kunt ook op
Alt
drukken bij het neerzetten van het nieuwe materiaal om een deel
van de bestaande clip te vervangen. Een derde methode is het
vergrendelen van een spoor dat niet mag worden aangepast; dit is
echter van invloed op de synchronisatie van clips op vergrendelde
sporen met clips op niet-vergrendelde sporen.
Een clip vervangen
Om een clip te vervangen, sleept u één bibliotheekitem op de te
vervangen clip en houdt u Shift
ingedrukt. De vervangende clip
neemt eventuele effecten en overgangen van de originele clip over.
Correcties worden echter niet overgenomen, omdat ze meestal zijn
gericht op de problemen van een specifiek media-item.
In smart-modus slaagt de vervanging alleen als de bibliotheekclip
lang genoeg is om de gehele lengte van de te vervangen clip te
bestrijken. In andere modi wordt een bibliotheekclip van
onvoldoende lengte verlengd met behulp van te veel knippen. De
richting en de mate van verlenging is gebaseerd op de muispositie
tijdens het slepen. Voor informatie over te veel knippen raadpleegt u
pagina 83.
Als het bibliotheekitem langer dan nodig is, wordt het ingekort op
dezelfde lengte als de te vervangen clip.
Verzenden naar de tijdlijn
Afgezien van het slepen van een clip naar de tijdlijn, kunt u de clip
ook ‘verzenden’ naar het standaardspoor op de positie van de
afspeellijn. Deze bewerking is gelijk aan slepen en neerzetten; de
smart-modus wordt toegepast bij het bepalen hoe andere clips
worden beïnvloed.










