Operation Manual

216 Pinnacle Studio
visueel volgen. Wanneer u overschakelt naar de Video-editor, ziet u
een golfvorm-displaypaneel op dezelfde locatie op het scherm. Zie
“Video corrigeren” op pagina 125.
Audiocorrecties
De correctiefuncties in de Audio-editor zijn Equalizer, Compressor,
Expander, De-Esser en Ruisonderdrukking. Elke functie kan zowel
op bibliotheekitems als op clips op de tijdlijn worden toegepast.
Equalizer
Equalizers zijn in concept vergelijkbaar met de toonregelaars voor
hoge en lage tonen op audioapparatuur, maar bieden veel
gedetailleerdere instellingsmogelijkheden. Deze equalizer verdeelt
het audiospectrum in vijf frequentiebanden die elk gericht zijn op
een bepaalde frequentie en waarvan de mate van versterking
instelbaar is.
Lijst met instellingen: Een aantal vaste standaardwaarden kunnen
in de vervolgkeuzelijst worden geselecteerd; u kunt bijvoorbeeld een
“telefoonstem”-effect selecteren.
Versterking (Gain): Met de parameter Versterking kunt u de mate
bepalen waarin de respectieve frequentieband bijdraagt aan het
algehele geluid (van -18 tot +18).
Frequentie: Met de parameter Frequentie kunt u de
middenfrequentie van elke band bepalen.
LoCut en HiCut: Deze knoppen snijden de frequenties boven of
onder de ingestelde waarde volledig af. De standaardwaarden laten
alle frequenties toe.
Aanpassingen
De enige parameter die beschikbaar is onder het gereedschap
Aanpassingen is de LFE (Subwoofer), waarmee u het Subwoofer-
kanaal voor een bepaalde clip kunt activeren of deactiveren, of u
kunt de bibliotheekinstelling die is bepaald bij het importeren,
behouden.