Operation Manual
188 Pinnacle Studio
• Vervagen: Naarmate de waarde van deze schuifknop wordt
vergroot van 0 naar 1 wordt de desbetreffende detaillaag steeds
spookachtiger en onduidelijker.
De detaillagen in dit voorbeeld verschillen alleen door hun
vervagingsinstellingen. Van links naar rechts: 0.15, 0, 0.40.
• Dekking: Deze schuifknop bepaalt de dekking van de detaillaag
van 0 (transparant) tot 1 (ondoorzichtig).
• Vullen: Klik op de knop voor het kleurvoorbeeld om een
dialoogvenster met standaardkleuren te openen; hierin kunt u de
vulkleur van de detaillaag instellen. Dit dialoogvenster bevat een
oogdruppelaarknop om een kleur ergens in de Titel-editor te
kiezen.
Om een gradient-achtergrond in te stellen, klikt u op de knop
Gradients bovenaan het kleurpalet. Er kunnen extra gradient-
markeringen worden ingesteld door op de onderstaande gradient-
balk te klikken. Gradient-markeringen kunnen worden verwijderd
door ze verticaal uit het balkgedeelte te slepen.
Werken met detaillagen
Naast het instellen van de eigenschappen van bestaande detaillagen
kunt u ook details van de drie typen toevoegen, details verwijderen
en de volgorde van de stapel detaillagen wijzigen.
Om een detaillaag toe te voegen, klikt u op één van de
drie knopjes rechtsboven. Van links naar rechts maakt u
hiermee nieuwe opvulling-, rand- en schaduwlagen. De plaatsing
van de nieuwe detaillaag in de stapel met lagen wordt bepaald door
het laagtype, zoals hierboven is toegelicht.










