Operation Manual

Hoofdstuk 3: Het Album 61
Scèneherkenning en pictogrammen
Als u een videobestand opent, wordt het Album gevuld met de verwijderde
scènes van het bestand. Elke scène word gekenmerkt door een
pictogrambeeld – een pictogram van het eerste beeld van de scène.
Misschien is het eerste beeld niet geschikt als pictogram voor de scène,
daarom laat Studio u indien gewenst een andere kiezen.
Zo wijzigt u pictogrammen in het album:
1. Selecteer de scène die moet worden gewijzigd.
2. Gebruik de player om het beeld te vinden dat u voor de pictogram wilt
gebruiken.
3. Klik op de menuopdracht Album Pictogram instellen.
Hoogte-/breedteverhoudingen van video
De meeste digitale videobestanden geven formaatinformatie waardoor
Studio de hoogte-/breedteverhouding van het beeld van 4:3 of 16:9
automatisch kan herkennen. Geeft het bestand geen informatie over hoogte-
/breedteverhouding, dan gaat Studio over naar het standaardformaat 4:3.
Met de opdrachten Hoogte-/Breedteverhouding (H-/B-verh.) 4:3 en
Hoogte-/Breedteverhouding (H-/B-verh.) 16:9 in het menu Album kunt u
handmatig instellen welke hoogte-/breedteverhouding u nodig hebt. Deze
opdrachten verschijnen ook in het contextmenu voor video in het album.
Met deze opdrachten worden de originele frames verlengd naar het nieuwe
formaat. Als u bijvoorbeeld de hoogte-/breedteverhouding van een 4:3 film
instelt op 16:9, dan verschijnen mensen en objecten breder in verhouding
tot hun lengte/hoogte.
Dit is een andere methode dan de frameformaatconversie die plaatsvindt
wanneer u een scène met de “tegenovergestelde” hoogte-
/breedteverhouding aan een filmproject toevoegt. In dat geval wordt de
scène in beide richtingen gelijkmatig geschaald, zodat hij binnen het
doelframe past. Niet-gebruikte gedeelten worden zwart weergegeven.
De opdrachten voor hoogte/breedteverhoudingen worden beschikbaar nadat
Studio het bestand voor het eerst heeft geopend en de scènes heeft
geïndexeerd. Tot dat moment zijn de menu-items uitgeschakeld.