Operation Manual

Hoofdstuk 1: Studio gebruiken 15
Omdat de totale media-omvang van een Studio-project aanzienlijk kan zijn,
dient u zich ervan te verzekeren dat het station waarop u het archief wilt
opslaan voldoende ruimte heeft voor de vereiste hoeveelheid. Denk eraan
dat uw systeempartitie (meestal met stationletter C) een ruime hoeveelheid
vrije ruimte moet hebben; als het te vol wordt, zal uw systeem langzaam
trager en uiteindelijk zelfs onstabiel worden. Niet-systeemstations en -
partities kunnen indien nodig veel dichter naar hun volledige capaciteit
worden gevuld.
Denk er ook aan dat sommige media beperkingen hebben van de
bestandsgrootte die de omvang kan beperken van videobestanden die in uw
archief opgenomen kunnen worden. Stations met FAT32-formattering en
USB-sticks zijn beide gebonden aan een maximale bestandsgrootte van
4GB ongeacht de totale hoeveelheid vrije ruimte die beschikbaar is.
De geschatte duur in de dialoog is gekalibreerd voor een USB-flashstation
als bestemming voor de archiveerbewerking. Als de archivering loopt,
wordt de schatting dynamisch aangepast om de waargenomen werkelijke
schrijfsnelheid weer te geven.
Nadat u het informatievenster afgewezen heeft, zal een Opslaan-dialoog
verschijnen om de archiefnaam en locatie te selecteren. Het archief zal
standaard gemaakt worden in dezelfde map als het project zelf, in een map
met dezelfde naam als het project met het woord 'archief' toegevoegd.
Het archiveren begint als u op Opslaan klikt. Tijdens het archiveren wordt
een voortgangsdialoog weergegeven met de geschatte tijd tot voltooiing.
Als u op de knop Annuleren drukt in deze dialoog, stopt Studio en draait
het de archiveringsactie zonder omhaal terug; het systeem wordt
achtergelaten zoals het oorspronkelijk was.
Na archivering naar de standaardlocatie, de projectenmap, zult u daar een
nieuw item vinden: de archiefmap.