Operation Manual

238 Pinnacle Studio
De volgende detaileigenschappen zijn beschikbaar:
Verschuiving X en Verschuiving Y: Met deze
schuifknoppen bepaalt u de positie van de
detaillaag met betrekking tot de nominale positie
van de tekst of afbeelding waarop het uiterlijk
wordt toegepast. Het bereik van de verschuiving
is -100 (links of beneden) tot +100 (rechts of
boven). De maximale verschuiving staat voor 1/8ste van de breedte en
1/8ste van het werkgebied van het venster Bewerken.
In dit voorbeeld is er een uiterlijk met drie detaillagen toegepast op één
tekstlaag. De detaillagen zijn identiek geconfigureerd, afgezien van de
verschuivingswaarden: linksboven (-100, 100); midden (0, 0);
rechtsonder (100, -100).
Grootte: Deze schuifknop bepaalt de dikte van de
segmenten die worden gebruikt voor het tekenen
van de tekst of de afbeelding, van nul tot 200,
waarbij 100 de standaarddikte is.
Dit voorbeeld bevat drie detaillagen met diverse
groottewaarden. Van links naar rechts: 80, 100,
120. Het visuele effect van de diverse grootten is afhankelijk van de
standaarddikte van de strepen in de laag. In een tekstlaag wordt dit
bepaald door het lettertype en de lettergrootte.
Vervagen: Naarmate de waarde van deze
schuifknop wordt vergroot van 0 naar 100 wordt
de desbetreffende detaillaag steeds spookachtiger
en onduidelijker.
De detaillagen in dit voorbeeld verschillen alleen
door hun vervagingsinstellingen. Van links naar
rechts: 15, 0, 30.
Vullen: Klik op de knop voor het kleurvoorbeeld om een dialoogvenster
met standaardkleuren te openen; hierin kunt u de vulkleur van de
detaillaag instellen. U kunt tevens de oogdruppelaarknop gebruiken om
een kleur op het scherm te kiezen.
Dekking: Deze schuifknop bepaalt de dekking van de detaillaag van 0
(transparant) tot 100 (ondoorzichtig).