Operation Manual
266 Pinnacle Studio
Zodra een geluidsclip onderdeel van uw film is, kunt u het aanpassen met
fades en andere volume-aanpassingen. Een eenvoudige manier om
audiofades en cross-fades te maken, is het toevoegen van overgangen aan
uw audioclips, zoals beschreven op pagina 316.
U kunt de plaatsing van uw clips binnen een stereo- of surround-mix
aanpassen en zelfs de plaatsing willekeurig binnen de clip bepalen. U kunt
tevens Studio’s audio-effecten toepassen waaronder ruisonderdrukking en
echo.
Beschikbaarheid: surround sound wordt alleen ondersteund in Studio
Ultimate.
Informatie over surround sound
Een “surround”-mix gaat verder dan de twee standaardkanalen en biedt een
bioscoopachtig geluidsbeeld voor uw DVD-producties. In Studio kunt u de
waarneembare positie van ieder audiospoor onafhankelijk in de mix
plaatsen. U kunt het spoor “pannen” (het spoor een nieuwe positie geven,
zowel vloeiend als abrupt) in iedere gewenste richting en net zo vaak u dat
wilt gedurende de gehele film.
Om een voorbeeld van surround sound te beluisteren terwijl u aan het
bewerken bent in Studio, dient u over een geluidskaart te beschikken met
ondersteuning voor 5.1 kanaaluitvoer.
Let op: Zelfs als u uw surround-mix niet in voorbeeldmodus kunt horen,
verschijnt deze nog altijd op uw DVD's. Een surround-
voorbeeldweergave stelt u in staat accurater te mixen.
Een surround-soundtrack kan in twee vormen naar de DVD worden
uitgevoerd:
• In het type Dolby Digital 5.1; de zes surround-kanalen worden
afzonderlijk van elkaar op de schijf opgeslagen en worden bij weergave
op een volledige 5.1 surround-geluidsinstallatie rechtstreeks naar de
bijbehorende luidsprekers gevoerd .
• Bij het type Dolby Digital 2.0 wordt de surround-mix in twee kanalen
gecodeerd. Als uw DVD wordt weergegeven op systemen met een Pro
Logic- of Pro Logic 2-decoder en een 5.1 of betere luidsprekeropstelling,
dan wordt de oorspronkelijke surround-informatie hersteld. Op andere
systemen wordt het gecodeerde geluid in conventioneel stereo
weergegeven.










