Operation Manual

Hoofdstuk 13: De Editor voor bewegende titels (Motion Titler) 239
Om een uiterlijk toe te passen op een tekst of een vectorgrafische laag,
selecteert u de laag eerst met de muis door in het venster Bewerken (pagina
280) of op de Lagenlijst (pagina 287) te klikken. U kunt ook meerdere
lagen tegelijkertijd bewerken door meerdere items te selecteren of met een
laaggroep te werken (pagina 292).
Na het selecteren van de laag of de lagen die u wilt wijzigen, gebruikt u een
van de volgende methoden om een uiterlijk toe te passen:
Dubbelklik op het pictogram van het gekozen uiterlijk.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram en selecteer Toevoegen
aan geselecteerde layer(s) in het contextmenu.
Sleep het pictogram op de laag in het venster Bewerken in (of op een
van de meerdere geselecteerde of gegroepeerde lagen).
Een stijl klonen
In plaats van een standaardwaarde toe te passen, kunt u ook een uiterlijk
klonen als onderdeel van een stijl; in het geval van tekstlagen bevat deze
dan informatie over het lettertype plus eigenschappen van het uiterlijk zelf.
Gebruik hiertoe de optie Stijl kopiëren in het contextmenu van de bronlaag
en Stijl plakken in het contextmenu van de doellaag.
Uiterlijken aanpassen
Het tabblad Instellingen biedt toegang tot de Editor voor uiterlijken, waar u
de individuele detaillagen kunt onderzoeken, aanpassen, toevoegen of
verwijderen om een bepaald uiterlijk te genereren.
Er zijn drie typen detaillagen: opvulling (oppervlakte), rand en schaduw.
De drie typen verschillen niet in de instellingen die ze ondersteunen, maar
in de standaardpositie waarop ze in de stapel met lagen worden ingevoegd.
Tenzij expliciet naar een andere positie gesleept, verschijnen de
opvullingdetails bovenaan de stapel, gevolgd door randen en ten slotte
schaduwen. Nadat u een detail hebt gemaakt, kunt u het echter naar wens
naar boven of beneden in de stapel slepen.